← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2023:4655

uitspraak RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer Middelburg zaaknummer / rekestnummer: C/02/409097 / HA RK 23-82 Beslissing van 17 mei 2023 in de zaak van [verzoeker] , woonplaats onbekend, verzoeker, advocaat mr. W.P.R. Peeters te Rijsbergen. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het wrakingsverzoek van 16 december 2022; de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak met zaaknummer NL22.

  1. 2Het verzoek 2.
  2. Het verzoek strekt tot wraking van “de behandelend Rechter in deze”. 3De beoordeling 3.
  3. Het wrakingsverzoek is opgenomen op de laatste pagina van de brief van 16 december 2022 van de advocaat van verzoeker aan de rechtbank. Op het moment van ontvangst daarvan door de rechtbank is niet onderkend dat deze brief een wrakingsverzoek bevatte. Verzoeker vult in deze brief, zo begrijpt de wrakingskamer, eerdere beroepsgronden aan. Het onderwerp van de brief vermeldt niet dat daarin ook een wrakingsverzoek is opgenomen. Nadat is geconstateerd dat de brief van 16 december 2022 ook een wrakingsverzoek bevat, is het wrakingsverzoek op maandag 1 mei 2023 aan de wrakingskamer voorgelegd. De wrakingskamer heeft het verzoek vervolgens direct in behandeling genomen. 3.
  4. Op grond van artikel 8.15 Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.
  5. Een wrakingsverzoek dient zich te richten tot een specifieke rechter die de zaak behandelt. Een wrakingsgrond moet gelegen zijn in de feiten of omstandigheden die de persoon van de rechter betreffen. In de zaak met zaaknummer NL22.10219 waarin dit wrakingsverzoek is gedaan, is (nog) geen rechter betrokken. Er is dus nog geen behandelend rechter waartegen dit wrakingsverzoek zich richt. 3.
  6. De wrakingskamer is van oordeel dat verzoeker in zijn verzoek tot wraking daarom kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard. 3.
  7. Omdat sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer de mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid 2 sub e van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl, zie rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol). 4De beslissing De wrakingskamer 4.
  8. verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking, 4.
  9. bepaalt dat de zaak met zaaknummer NL22.10219 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing door indiening van het wrakingsverzoek. Deze uitspraak is gegeven op 17 mei 2023 door mr. Holierhoek, mr. Broeders en mr. Van de Sande. De uitspraak wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.