RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Middelburg zaak/rolnr.: 10252969 CV EXPL 22-3218 vonnis d.d. 25 januari 2023 inzake de rechtspersoon naar buitenlands recht Coeo Securitisation Ltd., gevestigd te Dublin (Ierland), eiseres, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders te Eindhoven, tegen [gedaagde] , wonende te [woonadres], gedaagde, procederend in persoon. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit de volgende stukken: a. de dagvaarding van 14 december 2022 met producties; b. de conclusie van antwoord. 2De feiten 2.1 Tussen Zalando SE en gedaagde is via de website van Zalando SE een koopovereenkomst tot stand gekomen. 2.2 Zalando SE heeft haar vordering gecedeerd aan eiseres. 3Het geschil en de beoordeling 3.1 Eiseres vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 130,29, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 87,43 vanaf 14 december 2022 tot aan de dag der voldoening, met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure. 3.2 Nadat gedaagde in rechte is verschenen heeft zij de vordering erkend. Gedaagde wil een betalingsregeling treffen met de gemachtigde van eiseres. 3.3 Vanwege de buitenlandse vestigingsplaats van eiseres moet de kantonrechter ambtshalve de bevoegdheid van de Nederlandse rechter toetsen. Naar het oordeel van de kantonrechter is de Nederlandse rechter op grond van artikel 4 lid 1 van de in deze toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 bevoegd om van de vordering kennis te nemen, aangezien gedaagde in Nederland woonachtig is. De kantonrechter te Middelburg is, gelet op de woonplaats van gedaagde, bevoegd om van het geschil kennis te nemen. 3.4 Voorts is aan de orde welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. Nederland en Ierland zijn beide partij bij de Verordening (EU) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I). Eiseres heeft middels cessie overgedragen gekregen van Zalando SE de openstaande vordering uit hoofde van een tussen Zalando SE en gedaagde gesloten consumentenovereenkomst. Ingevolge artikel 14 lid 2 van de Verordening (EU) nr. 593/2008 wordt de betrekking tussen eiseres als cessionaris en gedaagde als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op artikel 17 lid 1 van de Algemene Voorwaarden Thuiswinkel in samenhang met artikel 6 lid 2 Rome I is in dit geval Nederlands recht van toepassing. 3.5 De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen. 3.6 Gedaagde dient zich voor het treffen van een betalingsregeling – zoals door haar verzocht – te wenden tot de gemachtigde van eiseres, omdat de wet geen grond biedt voor het bij vonnis dwingend opleggen van een dergelijke betalingsregeling. 3.7 Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze proceskosten worden tot op heden begroot op: - explootkosten € 105,31 - salaris gemachtigde € 37,00 - griffierecht € 128,00 ------------ totaal € 270,31 4De beslissing De kantonrechter: veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 130,29, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 87,43 vanaf 14 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 270,31; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.