RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/63 BRP uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2023 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht (college),verweerder. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van 6 december 2022 over het afwijzen van eisers verzoek om een briefadres. Overwegingen
- Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
- Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 184,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
- De griffier heeft eiser bij gewone brief van 6 januari 2023 in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief.
- Eiser heeft op 3 februari 2023 om vrijstelling van het griffierecht in verband met betalingsonmacht verzocht. De rechtbank heeft eiser bij aangetekend verzonden brief van 8 februari 2023 verzocht om gegevens over zijn inkomen en vermogen in te dienen. De griffier heeft deze brief retour ontvangen met de mededeling dat deze niet door eiser is afgehaald. Op 1 maart 2023 heeft de griffier eiser nogmaals per gewone post de brief van 8 februari 2023 toegestuurd. Eiser heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank heeft vervolgens bij brief van 23 maart 2023 het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
- Vervolgens is eiser bij aangetekend verzonden brief van 24 maart 2023 opnieuw in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van de brief. Bij brief van 22 april 2023 is eiser nog een laatste mogelijkheid geboden om het griffierecht binnen vier weken te betalen.
- Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
- Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 juli
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.