RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/293899-21 vonnis van de meervoudige kamer van 3 juli 2023 in de strafzaak tegen [verdachte01] geboren op [geboortedag01] 1963 te [geboorteplaats01] ( [land01] ) wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] raadsman mr. I. Azarkan, advocaat te Roosendaal 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 juli 2023, waarbij de officier van justitie, mr. C.M.J.M. van Buul, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 28 oktober 2021 schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag, dan wel poging tot zware mishandeling althans mishandeling van zijn zoon [slachtoffer01] (feit 1) en echtgenote [slachtoffer02] (feit 2). 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht op grond van het dossier wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde poging tot doodslag. Zij is van oordeel dat bij beide feiten bij verdachte sprake was van vol opzet. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging stelt zich op het standpunt dat de onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte op 28 oktober 2021 in verwarde toestand verkeerde waarin hij ervan overtuigd was dat zijn toenmalige vrouw, [slachtoffer02] , zwanger was van een andere man en dat zijn zoon, [slachtoffer01] , hem wilde wurgen. Hierop kreeg verdachte ruzie met zijn zoon. Er ontstond een worsteling tussen hen, waarbij [slachtoffer02] tussenbeide probeerde te komen. Op enig moment heeft verdachte een aardappelschilmesje gepakt uit de keuken en meermalen met enige kracht om zich heen gestoken. Hierbij heeft verdachte [slachtoffer02] gestoken in haar gezicht en geprobeerd haar in haar hals te steken. Daarnaast heeft hij [slachtoffer01] gestoken in zijn gezicht, oor en hals. Hierdoor is aan hen beiden letsel toegebracht. De rechtbank dient te beoordelen of dit handelen van verdachte gekwalificeerd kan worden als poging tot doodslag of als poging tot zware mishandeling. Ten aanzien van [slachtoffer01] , feit 1, concludeert de rechtbank dat verdachte heeft geprobeerd om hem te doden. Zij baseert dit op het door verdachte meermalen tijdens een worsteling krachtig steken met een scherp mes, waarbij hij zijn zoon heeft geraakt in zijn gezicht en hals. Daaruit valt vol opzet van verdachte om [slachtoffer01] te doden niet af te leiden. Wel is de rechtbank van oordeel dat verdachte door zo te handelen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn zoon zou komen te overlijden. Zij acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer01] had. Ten aanzien van [slachtoffer02] , feit 2, concludeert de rechtbank dat verdachte heeft geprobeerd om haar te doden. Zij baseert dit op het door verdachte tijdens een worsteling met kracht met een mes gericht steken in de richting van de hals van [slachtoffer02] , waarbij [slachtoffer02] in het gezicht is geraakt. Hierop heeft zij zich verweerd met haar handen en heeft [slachtoffer01] het hoofd en de arm van verdachte beetgepakt. Het is dan ook enkel door hun toedoen dat dit dodelijk gevolg zich niet heeft verwezenlijkt. Verdachte had naar het oordeel van de rechtbank dan ook vol opzet op het doden van [slachtoffer02] . De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag van [slachtoffer01] en [slachtoffer02] , zoals onder feit 1 en feit 2 primair is ten laste gelegd. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.