RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/2502 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 in de zaak tussen [belanghebbende], domicilie kiezende te [plaats], belanghebbende en de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding
- Deze uitspraak gaat over het beroep dat belanghebbende heeft ingesteld omdat de inspecteur volgens hem niet tijdig heeft beslist op het bezwaar van 2 januari
- Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is. 2.
- De rechtbank stelt vast dat het bezwaar van belanghebbende van 2 januari 2023 is gericht tegen de aan belanghebbende opgelegde conserverende aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2013 (de aanslag). De brief van 2 januari 2023 kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als een bezwaarschrift omdat belanghebbende al eerder bezwaar heeft gemaakt tegen die aanslag, hetgeen heeft geleid tot een uitspraak van de rechtbank. Verder staat tegen de vermindering als gevolg van die uitspraak geen bezwaar en beroep open. Het verzoek om ambtshalve vermindering van de conserverende aanslag is door deze rechtbank al afgewezen (zie de uitspraak die in de eerste voetnoot wordt genoemd). 2.
- Verder stelt belanghebbende dat hij bezwaar maakt tegen het onwettig kwijtschelden van de aanslag. De rechtbank overweegt dat belanghebbende geen belang heeft bij het ongedaan maken van het kwijtschelden van (een deel van) de aanslag, omdat dit hem niet in een betere positie kan brengen. Ook in zoverre is het beroep niet-ontvankelijk. 2.
- Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier, op 17 juli 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u het verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Dit heeft de rechtbank al eerder beslist op 12 januari 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 mei 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:
- Artikel 26, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:844.