RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/2447 WIA uitspraak van 14 juli 2023 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [naam verzoeker] , te [plaatsnaam] , verzoeker, gemachtigde: mr. P. J. van der Meulen, en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Eindhoven), verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 31 maart 2021 (bestreden besluit) van het UWV inzake de toekenning van een loongerelateerde uitkering op grond van de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) van 15 juni 2021 tot en met 15 juli 2021 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van niet 75,96%, maar 62,04%. Bij besluit van 18 april 2023 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd in die zin dat verzoeker met ingang van 15 juni 2021 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is voor de WIA. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft bij brief van 13 juni 2023 desgevraagd ingestemd met een veroordeling in de proceskosten met inachtneming van het besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.