RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02-000443-23 rk.nummer: 23-006211 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager] geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] wonende te [woonadres] hierna te noemen: klager. Klager heeft in deze zaak woonplaats gekozen ten kantore van mr. P. Doorakkers, advocaat te Oosterhout, op het adres Europark 20, 4904 SX Oosterhout. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de kennisgevingen van inbeslagname op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 23 februari 2023 onder klager in beslag zijn genomen:- een motorvoertuig van het merk Piaggio, type M55, kleur wit en voorzien van het [kenteken 1] (hierna: Piaggio);- een motorvoertuig van het merk Yamaha, type YZF-R1 en voorzien van het [kenteken 2] (hierna: Yamaha); de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94a Sv, waaruit blijkt dat op 16 februari 2023 onder klager beslag is gelegd op:- een betaalrekening ING met het [rekeningnummer 1] met daarop een tegoed van € 3.419,77 (hierna: bankrekening);- een betaalrekening ING met het [rekeningnummer 2] met daarop een tegoed van € 1.244,92 (hierna: bankrekening); het klaagschrift, ingediend op 7 maart 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; het verweerschrift van de officier van justitie; en de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 14 juli 2023. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. C.P.G. Tax, klager en mr. P. Doorakkers als raadsman van klager en klager. Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan klager. Klager voert aan dat de rechter-commissaris een vordering tot machtiging conservatoir beslag heeft afgegeven en daarbij de vordering tot verhaal van een op te leggen schadevergoedingsmaatregel heeft geschat op een bedrag van € 15.000,00. Het openbaar ministerie heeft op 16 februari 2023 beslag gelegd op een tweetal bankrekeningen van klager met daarop een bedrag van minimaal € 3.400,00. Op 23 februari 2023 is beslag gelegd op een tweetal motoren van klager met een waarde van respectievelijk € 16.000 tot € 18.000 en € 6.000. Klager stelt dat daarmee in totaal voor meer dan € 25.000 aan beslag is gelegd, waardoor hij onevenredig zwaar wordt benadeeld. Daarnaast voert klager aan reeds een deel van de materiële schade van het slachtoffer te hebben vergoed en dat hij reeds te kennen heeft gegeven bereid te zijn de daadwerkelijke schade te willen vergoeden, waarmee conservatoir beslag niet noodzakelijk is. In raadkamer heeft de raadsman aangevoerd dat het openbaar ministerie op geen enkele heeft wijze onderbouwd waar zij het door haar vastgestelde schadebedrag van € 28.156,92 op heeft gebaseerd. De rechter-commissaris heeft eveneens niet onderbouwd waarop de hoogte van de machtiging is gebaseerd. De raadsman stelt dat het schadebedrag niet hoger dan € 5.000 tot € 6.000 zal zijn. Klager is niet akkoord gegaan met het aanbod van het openbaar ministerie en het CJIB om zekerheid te stellen teneinde de Piaggio en Yamaha terug te krijgen nu ook daarmee nog sprake zou zijn van overbeslag en klager het bedrag aan zekerheid dan had moeten lenen. Daarnaast voert de raadsman aan dat klager een auto nodig heeft voor zijn werk als zzp’er. De raadsman stelt dat klager bij teruggave van alleen de Piaggio geen goede bedrijfsauto kan aanschaffen. Daarom wordt verzocht ook over te gaan tot teruggave van de Yamaha. De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat het conservatoir beslag gehandhaafd dient te blijven. In raadkamer heeft de officier van justitie aangevoerd dat de taxatiewaarde van de Piaggio en de Yamaha een totaalbedrag van bijna € 19.000,00 bedraagt. Echter, de executiewaarde van dergelijke voertuigen is over het algemeen lager dan de taxatiewaarde. Daarmee is geen sprake van een dusdanig overbeslag dat het beslag (deels) zou moeten worden opgeheven. De officier van justitie voert subsidiair aan dat indien de rechtbank overgaat tot het deels opheffen van het beslag, alleen het beslag op de Piaggio moet worden opgeheven. 2De beoordeling De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het conservatoir beslag dat is gelegd op grond van artikel 94a Sv als volgt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654 r.o. 2.14, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94a, eerste of tweede lid, Sv gelegd beslag te onderzoeken: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.