RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02-299097-22 rk.nummer: 23-001761 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager] geboren op [geboortedag] 1987 wonende te [woonadres] hierna te noemen: klager. Klager heeft in deze zaak woonplaats gekozen ten kantore van mr. S.P.H. Brinkman, advocaat te Tilburg, op het adres Ringbaan-West 195-197, 5037 PB Tilburg. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat in het strafvorderlijk onderzoek tegen [belanghebbende] in beslag is genomen: een jetski van het merk SeaDoo, kleur geel en voorzien van het [kenteken] (hierna: jetski); het klaagschrift, ingediend op 18 januari 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; het verweerschrift van de officier van justitie; het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer op 25 mei 2023 en de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 14 juli 2023. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. C.P.G. Tax, en mr. S.P.H. Brinkman als gemachtigd raadsvrouw van klager. Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. [belanghebbende] is (ook namens [bedrijf] B.V.) bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager aan [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) de opdracht heeft gegeven de jetski vanuit Spanje te transporteren naar Nederland en aldaar op te slaan. Tijdens een doorzoeking van een garagebox in gebruik bij [bedrijf] , is de jetski in beslag genomen. Klager stelt dat het buiten redelijke twijfel staat dat hij eigenaar is van de jetski. Immers, uit het registratiebewijs blijkt dat de jetski op naam van klager is gesteld. Klager had geen wetenschap van de verdenkingen tegen de heer [belanghebbende] en er bestaan geen aanwijzingen dat de jetski aan klager toebehoort met het kennelijke doel de uitwinning van de jetski te bemoeilijken of te verhinderen. In raadkamer heeft de raadsvrouw aangevoerd dat onvoldoende vast is komen te staan dat de heer [belanghebbende] eigenaar van de jetski is. Daarnaast stelt de raadsvrouw dat niet duidelijk is waarom de jetski nog niet terug is gegeven aan klager, terwijl andere goederen wel teruggegeven zijn aan andere personen. De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard. Daartoe voert zij aan dat een registratie als aansprakelijke in het register van de RDW onvoldoende is om eigendom van de jetski aan te tonen. Daarnaast is niet gebleken dat klager heeft betaald voor de jetski. Op grond van deze feiten en omstandigheden staat niet buiten redelijke twijfel dat klager als eigenaar van de jetski moet worden aangemerkt. In raadkamer heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit het feit dat bij enkele andere klagers wel is overgegaan tot teruggave van in beslag genomen goederen, blijkt dat het openbaar ministerie zorgvuldig bekijkt welke goederen tot de eigenaar terug te brengen zijn. Dit is in onderhavig geval niet anders. 2De beoordeling De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. Uit het verhandelde in raadkamer begrijpt de rechtbank dat het klassiek beslag op de jetski inmiddels is opgeheven en is overgegaan in conservatoir beslag bij machtiging van de rechter-commissaris op 23 november 2022. De rechtbank zal daarom uitsluitend het conservatoire beslag beoordelen. De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het conservatoir beslag dat is gelegd op grond van artikel 94a Sv als volgt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654 r.o. 2.14, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94a, eerste of tweede lid, Sv gelegd beslag te onderzoeken: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.