RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02-299097-22 rk.nummer: 23-001700 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager] geboren op [geboortedag] 1975 wonende te [woonadres] hierna te noemen: klager. Klager heeft in deze zaak woonplaats gekozen ten kantore van mr. S.P.H. Brinkman, advocaat te Tilburg, op het adres Ringbaan-West, 195-197, 5037 PB Tilburg. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat in het strafvorderlijk onderzoek tegen [belanghebbende] in beslag is genomen: een personenauto van het Audi, type RS6, kleur zwart en voorzien van het [kenteken] (hierna: Audi). het klaagschrift, ingediend op 18 januari 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; het verweerschrift van de officier van justitie; het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer op 25 mei 2023 en de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 14 juli 2023. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. C.P.G. Tax, mr. S.P.H. Brinkman als gemachtigd raadsvrouw van klager. Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. [belanghebbende] is (ook namens [bedrijf] B.V.) bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager eigenaar is van de Audi. Dat blijkt uit het Zulassungsbescheinigung Teil II dat in het bezit is van klager. De Audi was al twee maanden in het pand van [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) aanwezig, omdat klager aan [bedrijf] de opdracht had verstrekt om de Audi eerst naar Nederland te halen en daarna te transporteren naar Spanje. Tijdens een doorzoeking van het pand van [bedrijf] is de Audi in beslag genomen. Klager had geen wetenschap van vermeende verdenkingen tegen de heer [belanghebbende] en er bestaan geen aanwijzingen dat deze auto aan klager toebehoort met het kennelijke doel de uitwinning van de auto te bemoeilijken of te verhinderen. Daarnaast verzet ook het strafvorderlijk belang zich niet tegen teruggave. In raadkamer heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er geen strafvorderlijk belang meer is. [belanghebbende] heeft in e-mailwisselingen met de reparateur steeds gesproken over ‘de klant’ die akkoord moet geven. Hieruit volgt dat hij niet de eigenaar van het voertuig is. Daarnaast stelt de raadsvrouw dat niet duidelijk is waarom de Audi niet terug is gegeven aan klager, terwijl andere goederen wel teruggegeven zijn aan andere personen. De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat niet buiten redelijke twijfel vaststaat dat klager als eigenaar moet worden aangemerkt en dat het klaagschrift derhalve ongegrond dient te worden verklaard. De officier van justitie voert daartoe aan dat er ten aanzien van de reparaties aan het voertuig geen facturen zijn aangetroffen gericht aan klager. Bovendien werd het voertuig in het bezit van beslagene aangetroffen en zou het voertuig voor een aanzienlijk langere tijd dan gebruikelijk bij reparaties, in bezit van [bedrijf] zijn geweest en langer dan klager in zijn e-mail aangeeft. Klager heeft weliswaar een kentekenbewijs op zijn naam overlegd, maar kentekenhouderschap is opzichzelfstaand geen bewijs voor eigendom. In raadkamer heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit het feit dat bij enkele andere klagers wel is overgegaan tot teruggave van in beslag genomen goederen, blijkt dat het openbaar ministerie zorgvuldig bekijkt welke goederen tot de eigenaar terug te brengen zijn. Dit is in onderhavig geval niet anders. 2De beoordeling De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. Uit het verhandelde in raadkamer begrijpt de rechtbank dat het klassiek beslag op de Audi in middels is opgeheven en is overgegaan in conservatoir beslag bij machtiging van de rechter-commissaris op 23 november 2022. De rechtbank zal daarom uitsluitend het conservatoire beslag beoordelen. De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het conservatoir beslag dat is gelegd op grond van artikel 94a Sv als volgt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654 r.o. 2.14, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94a, eerste of tweede lid, Sv gelegd beslag te onderzoeken: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.