RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02-299097-22 rk.nummer: 23-001698 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klaagster] geboren op [geboortedag] 2000 hierna te noemen: klaagster. Klaagster heeft in deze zaak woonplaats gekozen ten kantore van mr. S.P.H. Brinkman, advocaat te Tilburg, op het adres Ringbaan-West 195-197, 5037 PB Tilburg. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat in het strafvorderlijk onderzoek tegen [belanghebbende] in beslag is genomen: een personenauto van het merk Peugeot, type 208 en voorzien van het [kenteken] (hierna: Peugeot); het klaagschrift, ingediend op 18 januari 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; het verweerschrift van de officier van justitie; het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer op 25 mei 2023 en de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 14 juli 2023. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. C.P.G. Tax, mr. S.P.H. Brinkman als gemachtigd raadsvrouw van klaagster. Klaagster is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. [belanghebbende] is (ook namens [bedrijf1] B.V.) bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster de eigenaar van de Peugeot is. Zij heeft de auto op 22 november 2022 gekocht bij [bedrijf2] te [plaats] . Dit blijkt uit de factuur en de Franse kentekenpapieren die klaagster in haar bezit heeft. Het Franse kenteken is niet op naam van klaagster gezet, omdat het haar bedoeling was om de auto te importeren naar Nederland. De Peugeot stond slechts opgeslagen bij [bedrijf1] B.V. (hierna: [bedrijf1] ). Tijdens een doorzoeking van het pand van [bedrijf1] is de Peugeot in beslag genomen. Het strafvorderlijk belang verzet zich niet tegen teruggave van de Peugeot aan klaagster. In raadkamer heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het onduidelijk is welke maatstaf het openbaar ministerie hanteert bij de beoordeling aan wie de Peugeot toebehoort. Daarnaast wordt klaagster tegengeworpen dat de factuur spreekt van ‘de heer’ in plaats van ‘mevrouw’, terwijl op 7 februari 2023 reeds is geconstateerd dat dat een fout betreft. Voorts zijn er geen onderzoeksresultaten beschikbaar die aantonen dat [bedrijf1] de eigenaar van de Peugeot is. Daarnaast stelt de raadsvrouw dat niet duidelijk is waarom de Peugeot niet terug is gegeven aan klaagster, terwijl andere goederen wel teruggegeven zijn aan andere personen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onduidelijk is wie de eigenaar van de Peugeot is. De beschikbare gegevens over de eigendom lopen uiteen, hetgeen een aanwijzing is dat er mogelijk sprake is van kentekenfraude. Daarnaast zou het voertuig verkocht zijn, maar het is onduidelijk of de factuur gericht is aan mevrouw of aan de heer [klaagster] . Bovendien verzet het strafvorderlijk belang zich tegen teruggave van het voertuig en derhalve dient het klaagschrift ongegrond te worden verklaard. In raadkamer heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit het feit dat bij enkele andere klagers wel is overgegaan tot teruggave van in beslag genomen goederen, blijkt dat het openbaar ministerie zorgvuldig bekijkt welke goederen tot de eigenaar terug te brengen zijn. Dit is in onderhavig geval niet anders. 2De beoordeling De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in het klaagschrift. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. Uit het verhandelde in raadkamer begrijpt de rechtbank dat het klassiek beslag op de Peugeot in middels is opgeheven en is overgegaan in conservatoir beslag bij machtiging van de rechter-commissaris op 23 november 2022. De rechtbank zal daarom uitsluitend het conservatoire beslag beoordelen. De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het conservatoir beslag dat is gelegd op grond van artikel 94a Sv als volgt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654 r.o. 2.14, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94a, eerste of tweede lid, Sv gelegd beslag te onderzoeken: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.