beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Locatie: Breda zaaknummer: C/02/403085 / JE RK 22-1933 datum uitspraak: 30 juni 2023 nadere beschikking ondertoezichtstelling in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (GI), gevestigd te Tilburg, betreffende [minderjarige01] , geboren op [geboortedag01] 2010 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen [minderjarige01] , [minderjarige02] , geboren op [geboortedag02] 2011 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen [minderjarige02] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder01] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats01] , [de vader01] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats02] . Het nadere procesverloop Het nadere procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - de in deze zaak gegeven beschikking van 27 december 2022 en alle daarin vermelde stukken; - het verslag van de GI van 2 juni 2023; - het e-mailbericht van de vader van 16 juni 2023; - de op 26 juni 2023 ontvangen reactieformulieren van [minderjarige01] en [minderjarige02] . De zaak is op 30 juni 2023 door de kinderrechter met gesloten deuren mondeling behandeld. Een vertegenwoordiger van de GI is verschenen. De ouders zijn niet verschenen. [minderjarige01] en [minderjarige02] zijn in de gelegenheid gesteld om met de kinderrechter over het verzoek van de GI te praten tijdens een kindgesprek. Zij hebben hiervan beiden geen gebruik gemaakt. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige01] en [minderjarige02] wordt uitgeoefend door de ouders. [minderjarige01] en [minderjarige02] wonen bij de vader. Bij voornoemde beschikking van 27 december 2022 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige01] en [minderjarige02] verlengd met ingang van 7 januari 2023 tot 7 juli 2023. Het verzoek van de GI is voor het overige aangehouden tot 30 mei 2023 pro forma, in afwachting van bericht van de GI. Het verzoek Ter beoordeling ligt nog voor het resterende deel van het verzoek van de GI tot ondertoezichtstelling van [minderjarige01] en [minderjarige02] voor de periode van 7 juli 2023 tot 7 januari 2024. De standpunten De vertegenwoordiger van de GI, tevens de betrokken jeugdzorgwerker, heeft tijdens de mondelinge behandeling, onder verwijzing naar het verslag van 2 juni 2023, naar voren gebracht dat medio 2022 er weinig tot geen contact was tussen de minderjarigen en de moeder. Duidelijk was dat de moeder eerst een eigen traject bij GGZ Breburg moest gaan volgen voordat er gekeken kon worden naar een opbouw van het contact tussen de minderjarigen en de moeder. De moeder is dit traject aangegaan. De vader en de grootouders moederszijde hebben tijdens de tijdelijke afwezigheid van de moeder met behulp van hulpverlening van Inzet voor Zorg gewerkt aan een verbetering van de onderlinge samenwerkingsrelatie in relatie tot de zorg voor de minderjarigen. Het is hen gelukt om de strijd te staken en samen te gaan werken. Tijdens dit traject hebben de minderjarigen contact gehouden met de grootouders. Tevens zijn de minderjarigen gestart met een PMT-traject. Beide minderjarigen hebben een eigen behandelaar toegewezen gekregen om hun dagelijkse problemen, gedachten en emoties te bespreken. Er is in gezet op de (onverwerkte) emoties van de minderjarigen, de manieren waarop de minderjarigen hun emoties en gedachten uiten en het geven van adviezen aan de vader en de grootouders (en uiteindelijk ook de moeder) met betrekking tot hun handelen naar de minderjarigen afgestemd op het gedrag van de minderjarigen. De PMT-trajecten van beide minderjarigen zijn zeer recent stop gezet. Na de zomervakantie wordt geëvalueerd of een voortzetting van de PMT-trajecten van beide minderjarigen al dan niet aangewezen is. Medio november/december 2022 is er opnieuw ingezet op contactherstel tussen de moeder en de minderjarigen. De moeder kwam rustiger en meer in balans over. Zij liet zien de eerste stappen in het contactherstel rustig op te willen pakken en gaf de minderjarigen ook de ruimte om weer aan haar te wennen. Het contactherstel heeft in overleg met de hulpverlening van de moeder en de minderjarigen plaatsgevonden en is afgestemd op het tempo en de mogelijkheden van zowel de minderjarigen als de moeder. In de afgelopen maanden is samen met de ouders en de grootouders gewerkt aan een uitbreiding van het contact tussen de moeder en de minderjarigen door telkens een aantal weken een vaste omgangsregeling aan te houden, gevolgd door een evaluatiemoment. Met inachtneming van de bevindingen en het advies van de betrokken hulpverlening is bekeken of meer contact tussen de moeder en de minderjarigen mogelijk is. Gebleken is dat het tempo van [minderjarige01] en [minderjarige02] hierin niet gelijk loopt. [minderjarige01] heeft zich in de periode van de tijdelijke contactbreuk met de moeder hevig verzet tegen de hulpverlening en de situatie zelf. Zij miste haar moeder, sprak dit uit en handelde hier ook naar. [minderjarige01] heeft deze periode als zeer heftig ervaren, hetgeen mogelijk ten koste is gegaan van haar mentale ontwikkeling. Medio februari 2023 is [minderjarige01] met spoed onder behandeling van de GGZ gekomen. Er lijken verbanden te zijn tussen de gebeurtenissen uit het verleden (uithuisplaatsing, onstabiele situatie tussen de ouders en contactbreuk met de moeder) en de huidige ontwikkeling van [minderjarige01] . In overleg met de hulpverlening, de ouders en de grootouders is gekozen voor een snellere uitbreiding van het contact tussen [minderjarige01] en de moeder. Inmiddels verblijft [minderjarige01] om de week bij de moeder. De moeder sluit aan bij de wensen en behoeften van [minderjarige01] en het verblijf van [minderjarige01] bij de moeder wordt gesteund door de hulpverlening. De contactuitbreiding tussen [minderjarige02] en de moeder verloopt minder voorspoedig. Ook [minderjarige02] lijkt trauma’s vanuit het verleden met zich te dragen die er voor zorgen dat [minderjarige02] het contact met de moeder en de grootouders deels afhoudt. [minderjarige02] heeft er moeite mee om zonder zijn vader te verblijven bij de moeder en de grootouders. Beide ouders werken samen om het tempo van [minderjarige02] te respecteren. De ouders proberen onderling te kijken naar de mogelijkheden in plaats van de onmogelijkheden, waarbij de moeder [minderjarige02] de ruimte geeft om in een rustiger tempo in te voegen. Momenteel verblijft [minderjarige02] slechts enkele dagdelen per week of om de week bij de moeder. Gelet op hetgeen in de afgelopen maanden is bereikt zijn de ontwikkelingsbedreigingen van beide minderjarigen in sterke mate afgenomen. De ouders en de grootouders hebben hun onderlinge strijd gestaakt, zijn een samenwerkingsrelatie met elkaar aangegaan en zijn steeds beter in staat om de verdeling van de zorg en opvoeding van de minderjarigen met elkaar af te stemmen. Een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de komende zes maanden is echter nog nodig om tot een passende zorgverdeling voor beide minderjarigen te komen, zodat het resterende verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige01] en [minderjarige02] wordt gehandhaafd. Beide ouders hebben aangegeven in de komende zes maanden met behulp van hulpverlening te willen werken aan het vormgeven van een ouderschapsplan. Belangrijk is dat er vaste afspraken gaan komen met betrekking tot de (verdeling van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.