← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2023:5461

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/2485 TOZO uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2022 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, college. Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 2 juni
  2. 1.
  3. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
  4. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader
  5. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. 3.
  6. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verschoonbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. Is het beroep te laat ingediend?
  7. Vast staat dat het college het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 3 juni 2022 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 15 juli
  8. 4.
  9. Eiser heeft op 16 april 2023 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend. Is het te laat indienen verschoonbaar? Eiser heeft als reden voor de te late indiening van het beroepschrift aangegeven dat hij in het voorjaar van 2022 geopereerd is en dat hij aan deze operatie schildklierklachten heeft overgehouden. Hij ervaart hierdoor fysieke en mentale klachten die bestaan uit het uitvallen van lichaamsfuncties, hartklachten, spierzwakte, oververmoeidheid, wisselende gemoedstoestanden en depressieve klachten. In de zomer van 2022 ging het weer iets beter, maar daarna kreeg hij weer een terugval. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen leidt ziekte van een belanghebbende tot het oordeel dat een termijnoverschrijding verschoonbaar is. Hetgeen eiser heeft aangevoerd leidt niet tot de conclusie dat er sprake is van zo’n zeer uitzonderlijk geval. Eiser heeft ook aangegeven dat hij normaliter weliswaar moeite heeft met organisatorische zaken en planning, maar daar altijd wel uitkomt. Eiser had in ieder geval tijdig beroep kunnen instellen (zo nodig op nader aan te voeren gronden) of iemand kunnen vragen dat voor hem te doen. Conclusie en gevolgen
  10. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 2 augustus 2023 door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.E. Loontjens, griffier, en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb. Dit volgt uit artikel 6:8, eerste lid, van de Awb. Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb. Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.