RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/5891 WOO proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 25 juli 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres, gemachtigde: mr. P.R. Klaver en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen, verweerder. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 8 november 2022 (bestreden besluit) inzake de afwijzing van het verzoek van eiseres om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 25 juli
- Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. P.R. Klaver. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam vertegenwoordiger] . Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan. Overwegingen
- Bij het bestreden besluit heeft het college het Woo-verzoek op grond van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgewezen onder verwijzing naar de eerdere beschikking van 4 juni 2020, waarin op een vergelijkbaar verzoek van (onder meer) eiseres is beslist. Het verzoek van eiseres in deze procedure ziet op openbaarmaking van alle stukken die betrekking hebben op de afspraken van de gemeente met [naam persoon 1] en [naam persoon 2] over een bedrag van € 40.000,-- dat zij van de gemeente hebben ontvangen. Dat verzoek valt naar het oordeel van de rechtbank binnen de reikwijdte van het eerdere verzoek dat heeft geleid tot het besluit van 4 juni
- Anders dan eiseres heeft gesteld is de doorzending van het verzoek om opheffing van de geheimhouding van de vaststellingsovereenkomst naar de gemeenteraad geen nieuw feit op grond waarvan het college opnieuw inhoudelijk op het Woo-verzoek had moeten beslissen. Die doorzending heeft geleid tot een nieuwe procedure, gericht tegen de afwijzende beslissing van de gemeenteraad. Het college heeft geen bevoegdheid in die procedure.
- Dit brengt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het college de bezwaren van eiseres terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep zal daarom ongegrond verklaard worden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 25 juli 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.