RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/2741 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2023 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college. Inleiding
- In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 17 april
- 1.
- Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader
- Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 184,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald. Heeft eiseres het griffierecht tijdig betaald?
- Bij aangetekende brief van 9 juni 2023 heeft de griffier van de rechtbank aan eiseres laten weten dat uit de administratie is gebleken dat zij niet voldaan heeft aan de uitnodiging het griffierecht te betalen. Eiseres is daarom nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief.
- De aangetekende brief van 9 juni 2023 is verstuurd naar het door eiseres opgegeven adres. Op 29 juni 2023 is de brief door de rechtbank retour ontvangen onder de vermelding ‘niet afgehaald’. Op 30 juni 2023 heeft de rechtbank de brief nogmaals aan eiseres toegezonden per gewone postzending, nadat werd vastgesteld dat eiseres in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven op het op de brief vermelde adres. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 9 juni 2023 genoemde termijn twee weken na verzending van die brief eindigt.
- Uit de administratie van de rechtbank is gebleken dat voormelde termijn is verstreken zonder dat het verschuldigde griffierecht is voldaan. Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
- Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier op 10 augustus 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen. rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.