← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2023:5863

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Afdeling Insolventies – meervoudige kamer Zittingsplaats Breda Beschikking op het verzoekschrift tot verlenging van een (groeps)afkoelingsperiode uitspraakdatum: 28 maart 2023 rekestnummers: 406751 HO RK 23/158 406752 HO RK 23/159 ingediend door

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster sub01] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats01] , hierna ook te noemen: [verzoekster sub01] , verzoekster sub 1,
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster sub02] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats02] , hierna ook te noemen: [verzoekster sub02] , verzoekster sub 2, mede namens iedere rechtspersoon die samen met verzoeksters een groep vormen als bedoeld in artikel 2:24b BW waaronder begrepen de vennootschappen als genoemd in bijlage 1 welke aan deze beschikking is gehecht en daarmee onderdeel uitmaakt van deze beschikking, hierna ook te noemen: de Dochtervennootschappen, advocaat: mr. B.W.G. van der Velden. 1 Het verloop van het geding 1.
  3. De rechtbank heeft bij beschikking van 14 maart 2023 de bij beschikking van 24 november 2022 afgekondigde afkoelingsperiode verlengd. 1.
  4. Mr. B.W.G. van der Velden heeft bij brief van 21 maart 2021 de rechtbank bericht dat in de onder 1.
  5. genoemde beschikking van 14 maart 2023 sprake is van een kennelijke verschrijving. Mr. B.W.G. van der Velden heeft de rechtbank verzocht deze kennelijke verschrijving te verbeteren. 2 De beoordeling 2.
  6. Naar aanleiding van de brief van mr. B.W.G. van der Velden heeft de rechtbank vastgesteld dat in onderdeel b. van rechtsoverweging 2.
  7. van de beschikking van 14 maart 2023 woorden zijn weggevallen. Onderdeel b. van genoemde rechtsoverweging luidt thans “b. elke bevoegdheid tot verhaal op goederen die tot het vermogen van een van de Dochtervennootschappen behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van een zodanige rechtspersoon bevinden en de bevoegdheid van elk van de financiers tot het uitoefenen van zogenaamde ‘Enforcement Actions’ en andere acties zoals toegestaan onder elk van de Herstructureringsovereenkomsten, voor zover het verhaal of opeising betreft voor rechten die strekken tot voldoening of tot zekerheid voor de nakoming van verbintenissen waarvoor die rechtspersoon met of naast [verzoekster sub01] of [verzoekster sub02] aansprakelijk is, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat een akkoord wordt voorbereid;’. Deze tekst zou moeten luiden: “b. elke bevoegdheid tot verhaal op goederen die tot het vermogen van een van de Dochtervennootschappen behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van een zodanige rechtspersoon bevinden , met uitzondering van de bevoegdheid van elk van de financiers tot het uitoefenen van zogenaamde ‘Enforcement Actions’ en andere acties zoals toegestaan onder elk van de Herstructureringsovereenkomsten, voor zover het verhaal of opeising betreft voor rechten die strekken tot voldoening of tot zekerheid voor de nakoming van verbintenissen waarvoor die rechtspersoon met of naast [verzoekster sub01] of [verzoekster sub02] aansprakelijk is, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat een akkoord wordt voorbereid;”. 2.
  8. De rechtbank is van oordeel dat het hier gaat om een kennelijke schrijffout die zich leent voor eenvoudig herstel van de beschikking van 14 maart
  9. De rechtbank zal derhalve beslissen als hierna te melden. 3 De beslissing De rechtbank herstelt de beschikking van 14 maart 2023 en wel in die zin dat onderdeel b. van rechtsoverweging 2.
  10. luidt: b. elke bevoegdheid tot verhaal op goederen die tot het vermogen van een van de Dochtervennootschappen behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van een zodanige rechtspersoon bevinden, met uitzondering van de bevoegdheid van elk van de financiers tot het uitoefenen van zogenaamde ‘Enforcement Actions’ en andere acties zoals toegestaan onder elk van de Herstructureringsovereenkomsten, voor zover het verhaal of opeising betreft voor rechten die strekken tot voldoening of tot zekerheid voor de nakoming van verbintenissen waarvoor die rechtspersoon met of naast [verzoekster sub01] of [verzoekster sub02] aansprakelijk is, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat een akkoord wordt voorbereid. Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. de Vos, voorzitter, mr. M.D.E. Leppens en mr. I.C. Prenger-de Kwant, rechters, in aanwezigheid van C.W.E.M. Schipper-Heijmans, griffier, en uitgesproken door mr. M.D.E. Leppens op 28 maart
  11. Onderstreept is toegevoegd. Onderstreept is toegevoegd.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.