RECHTBANK Zeeland-West-Brabant Civiel recht Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer: C/02/404273 / HA ZA 22-655 Vonnis van 30 augustus 2023 in de zaak van PROTESTANTSE GEMEENTE SINT-KRUIS EN AARDENBURG, te Aardenburg, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: PKN, advocaat: mr. W. Leistra te Arnhem, tegen [gedaagde in conventie] , te [plaats] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde in conventie], advocaat: mr. L.E. van Hevele te Oostburg. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie - het tussenvonnis van 15 februari 2023 - de conclusie van antwoord in reconventie - de mondelinge behandeling van 27 juni 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1 PKN is eigenaar van verschillende woonpercelen die zij verhuurt, waaronder het perceel kadastraal bekend als [gemeente] , [sectie] , [nummer 1] (hierna: [perceel 1] ). 2.2 [gedaagde in conventie] is eigenaar van het perceel kadastraal bekend als [gemeente] , [sectie] , [nummer 2] (hierna: [perceel 2] ). [perceel 2] grenst aan [perceel 1] . 2.3 Tot 23 december 1998 zijn [perceel 2] en [perceel 1] onderdeel van een groter perceel bekend als [gemeente] , [sectie] , [nummer 3] (hierna: [perceel 3] ). PKN, althans haar rechtsvoorganger, is op dat moment eigenaar van [perceel 3] . 2.4 Bij notariële akte van 23 december 1998 draagt PKN het eigendom van een gedeelte van [perceel 3] over aan [gedaagde in conventie] . De eerste pagina van deze notariële akte luidt, voor zover relevant, als volgt: ‘(…) LEVERING REGISTERGOED, GEBRUIK Verkoper heeft blijkens een met koper aangegane onderhandse overeenkomst van koop en verkoop gedateerd negenentwintig september negentienhonderd achtennegentig, verkocht aan koper en levert op grond daarvan aan koper, die blijkens voormelde overeenkomst van verkoper heeft gekocht en bij deze in eigendom aanvaardt: Het woonhuis met aanbehoren, erf en tuin, plaatselijk bekend [adres 1] , en uitmakende een op het terrein uitgepaald gedeelte ter grootte van ongeveer een are vijftig centiaren van het kadastrale perceel [gemeente] , [sectie] , [nummer 3] , en gearceerd aangegeven op aangehechte en door comparanten voor akkoord ondertekende kadastrale tekening’ 2.5 Artikel 3 lid 2 van de notariële akte luidt: ‘Indien de hiervoor vermelde grootte van het verkochte en/of de verdere omschrijving daarvan niet juist of niet volledig is, ontleent noch verkoper noch koper daaraan rechten.’ 2.6 Aan de notariële akte is een uittreksel van de kadastrale kaart gehecht van [perceel 3] , zoals hieronder weergegeven: 2.7 In het voorjaar van 1999 plaatsen partijen gezamenlijk een schutting tussen hun percelen (hierna: de eerste schutting). 2.8 In 2000 vindt een kadastrale meting plaats van de grens tussen het door [gedaagde in conventie] verkregen perceel en het perceel van PKN en krijgt het perceel van [gedaagde in conventie] het kadastrale [nummer 2] . Op het veldwerk is met een rode lijn de kadastrale grens getekend tussen [perceel 2] en [perceel 3] (oud): afbeelding geanonimiseerd afbeelding geanonimiseerd 2.9 Nadat de eerste schutting door een storm wordt vernield, plaatst [gedaagde in conventie] in 2007 een nieuwe schutting tussen de percelen van partijen (hierna: de tweede schutting). 2.10 Na een verzoek van PKN aan [gedaagde in conventie] tot het verplaatsen van de tweede schutting, ontstaat begin 2022 tussen partijen een geschil over de juridische erfgrens tussen hun beider percelen. 2.11 In een brief van 3 februari 2022 schrijft [gedaagde in conventie] onder meer het volgende aan PKN: ‘(…) In het voorjaar van 1999 hebben wij op de uitgepaalde lijn aan de binnenkant, op onze grond een schutting geplaatst. In 2007 is bij een storm deze schutting vernield en hebben we een nieuwe terug gezet op dezelfde plaats (…)’ 2.12 Bij brief van 17 februari 2022 bericht [gedaagde in conventie] onder meer het volgende aan PKN: ‘(…) Ik heb 8-2-2022 met het kadaster gebeld, er werd me het volgende medegedeeld: Op 21-6-2000 heeft het kadaster de nieuwe erfgrenzen vastgesteld en is het nieuwe [perceel 2] toegekend. Er is hier toen gemeten door het kadaster, de paaltjes waarnaar in het koopcontract verwezen wordt hadden we achter de schutting laten staan zodat er geen verwarring kon ontstaan. Het kadaster heeft de erfgrens vast gesteld op de lijn van de schutting.’ 3Het geschil in conventie 3.1 PKN vordert in conventie dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: voor recht verklaart dat PKN eigenaar is van het perceel grond, kadastraal bekend als [gemeente] , [sectie] , [nummer 1] , inclusief het op pagina 2 van de dagvaarding aangeduide roodomrande gedeelte dat op dit moment in gebruik is door [gedaagde in conventie] ; [gedaagde in conventie] veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de rechtbank te bepalen termijn, het gebruik van het gedeelte van het perceel van PKN genoemd in de vordering onder 1 dat door [gedaagde in conventie] wordt gebruikt te staken en gestaakt te houden en om al haar zaken hiervan te verwijderen en verwijderd te houden, en [gedaagde in conventie] te veroordelen aan PKN te voldoen een direct opeisbare dwangsom van €250,00, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde in conventie] nalaat om hieraan te voldoen met een maximum van €10.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente; [gedaagde in conventie] veroordeelt in de kosten van dit geding, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en, voor het geval voldoening niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede [gedaagde in conventie] te veroordelen in de nakosten met een bedrag van €157,00 dan wel, indien betekening plaatsvindt, met een bedrag van €239,00 en de eventuele verdere executiekosten. 3.2 [gedaagde in conventie] concludeert tot afwijzing van de vorderingen in conventie met veroordeling van PKN in de kosten van het geding. in reconventie 3.3 In reconventie vordert [verweerster in reconventie] bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Primair te verklaren voor recht dat [verweerster in reconventie] eigenaar is van de van kadastraal [perceel 1] deel uitmakende grond afgescheiden door de grens in de lengte van het destijds aan de woning van [verweerster in reconventie] aangebouwde schuurtje en zoals met een ingetekende blauwe lijn aangeduid op de onder 33 inleidende dagvaarding weergegeven tekening en aangeduid met letter A op de tekening die als productie 2 aan de conclusie van [verweerster in reconventie] is gehecht; PKN te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de rechtbank te bepalen termijn, het gebruik van het onder 1 bedoelde gedeelte van het perceel van [verweerster in reconventie] dat door PKN wordt gebruikt te staken en gestaakt te houden en om al haar zaken hiervan te verwijderen en verwijderd te houden, en PKN te veroordelen aan [verweerster in reconventie] te voldoen een direct opeisbare dwangsom van €250,00, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat PKN nalaat om hieraan te voldoen met een maximum van €10.000,00; PKN te veroordelen aan [verweerster in reconventie] als schadevergoeding te voldoen de waarde van de strook zoals onder B gearceerd aangegeven op de aan de conclusie van [verweerster in reconventie] gehechte kaart, nader op te maken bij staat; wat betreft [perceel 1] PKN te veroordelen om binnen 4 weken na betekening van het in dezen te wijzen vonnis medewerking te verlenen aan inschrijving van de hiervoor onder 1 bedoelde juridische grens in de daartoe bestemde registers van het kadaster, zulks onder verbeurte van een dwangsom groot €1.000,00 per dag dat PKN in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen; Voorwaardelijk, voor zover [verweerster in reconventie] niet bij notariële levering eigenaar zou zijn geworden van het gedeelde van [perceel 1] genoemd in punt 1 van de vordering in reconventie: 5a. te verklaren voor recht dat [verweerster in reconventie] ten gevolge van bevrijdende verjaring eigenaar is geworden van desbetreffende strook / punt zoals aangegeven op de foto onder 2 van de dagvaarding; 5b. PKN te veroordelen om binnen 4 weken na betekening van het in dezen te wijzen vonnis medewerking te verlenen aan inschrijving van de feitelijke grens bestaande uit de houten schutting als zijnde juridische en kadastrale grens in de daartoe bestemde registers van het kadaster, zulks onder verbeurte van een dwangsom groot €1.000,00 per dag dat PKN in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen; Meer voorwaardelijk, in het geval dat [verweerster in reconventie] geen eigenaar is van de desbetreffende strook / punt zoals aangegeven op de foto onder 2 van de dagvaarding: 6. PKN te verplichten haar medewerking te verlenen aan het vestigen van een erfdienstbaarheid tot handhaving van de bestaande toestand, zulks tegen schadeloosstelling ad nihil, althans tegen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen schadeloosstelling zulks op verbeurte van een dwangsom van €10.000,00. 3.4 PKN concludeert tot afwijzing van de vorderingen in reconventie met veroordeling van [verweerster in reconventie] in de kosten van het geding. 3.5 De standpunten van partijen komen zowel in conventie als reconventie – kortweg – neer op het volgende: Standpunt PKN - PKN stelt dat in 1998 een op het terrein uitgepaald gedeelte van (destijds) [perceel 3] aan [verweerster in reconventie] is geleverd. De eerste schutting is in 1999 direct tegen de grenspalen geplaatst, op het perceel van [verweerster in reconventie] . In 2000 heeft het kadaster de nieuwe kadastrale perceelsgrenzen ingemeten. De rode lijn op het veldwerk van het kadaster laat zien dat de grens tussen [perceel 2] en [perceel 1] in een ‘knik’ loopt vanaf de zijgevel van de woning van [verweerster in reconventie] . De juridische erfgrens is volgens PKN gelijk aan deze door het kadaster ingemeten grens. Na een storm heeft [verweerster in reconventie] in 2007 een nieuwe schutting geplaatst die – in tegenstelling tot de eerste schutting – geheel op het kadastrale perceel van PKN staat en heeft zij de roodomrande strook als bedoeld in randnummer 2 van de dagvaarding in gebruik genomen. PKN betwist dat [verweerster in reconventie] zich sinds 1998 als bezitter van deze strook gedraagt. Standpunt [verweerster in reconventie] - [verweerster in reconventie] betwist dat de juridische erfgrens gelijk is aan de kadastrale grens. [verweerster in reconventie] stelt dat zij in 1998 eigenaar is geworden van de grond gemeten vanaf de gevel van het schuurtje dat destijds aan de woning was gebouwd. De door PKN opgeëiste strook maakt daar onderdeel van uit. Bij de kadastrale opmeting in 2000 is ten onrechte gemeten vanaf de zijgevel van de woning. Voor zover [verweerster in reconventie] niet al eigenaar was van de door PKN opgeëiste strook, dan stelt zij daarvan door verjaring alsnog eigenaar te zijn geworden door deze strook vanaf 1998 gedurende meer dan 20 jaar bij haar tuin te trekken, te betegelen, te beplanten en af te sluiten met een schutting van twee meter hoog. 3.6 Op deze en de overige stellingen van partijen gaat de rechtbank hierna zo nodig in. 4De beoordeling 4.1 Aangezien de vorderingen in conventie en reconventie in grote mate met elkaar samenhangen, zal de rechtbank deze gezamenlijk behandelen. Zowel in conventie als in reconventie ligt immers de vraag voor waar de juridische erfgrens loopt tussen [perceel 2] [gedaagde in conventie] en [perceel 1] van PKN en welke partij van welke grond eigenaar is. Overeengekomen erfgrens 4.2 De rechtbank zal eerst beoordelen wat de juridische erfgrens is zoals die door partijen in 1998 is overeengekomen. Daarvoor is bepalend de in de leveringsakte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling die moet worden afgeleid uit de in de akte opgenomen omschrijving van de over te dragen onroerende zaak. Die omschrijving moet volgens vaste rechtspraak worden uitgelegd naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte (vgl. HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:1511). De kadastrale grens is de grens die door de landmeter van het Kadaster wordt vastgelegd. Als achteraf blijkt dat de juridische grens niet aansluit bij de kadastrale grens, prevaleert de partijbedoeling in de akte van levering (juridische grens) boven de kadastrale grens (vgl. HR 2 december 1988, NJ 1989, 160). 4.3 Op basis van deze maatstaf oordeelt de rechtbank dat de in 1998 overeengekomen juridische grens tussen de percelen van [gedaagde in conventie] en PKN gelijk is aan de kadastrale grens zoals die door het Kadaster in 2000 is vastgelegd. De rechtbank licht dit als volgt toe. Omschrijving notariële akte en kadastrale meting 4.4 De notariële leveringsakte van 23 december 1998 omschrijft het aan [gedaagde in conventie] overgedragen goed als: ‘Het woonhuis met aanbehoren, erf en tuin, plaatselijk bekend [adres 1] , en uitmakende een op het terrein uitgepaald gedeelte ter grootte van ongeveer een are vijftig centiaren van het kadastrale perceel [gemeente] , [sectie] , [nummer 3] , en gearceerd aangegeven op aangehechte en door comparanten voor akkoord ondertekende kadastrale tekening’ 4.5 Uit deze omschrijving leidt de rechtbank naar objectieve maatstaven af dat het de bedoeling van partijen was dat [gedaagde in conventie] eigenaar werd van het woonhuis met aanbehoren en het uitgepaalde gedeelte van het perceel. Partijen zijn het erover eens dat het perceel was uitgezet met grenspaaltjes en dat deze grenspaaltjes nog aanwezig waren tijdens het plaatsen van de eerste schutting in 1999 en de kadastrale meting in 2000. Dit sluit aan bij de brief van [gedaagde in conventie] van 17 februari 2022, waarin zij schrijft: ‘(…) Ik heb 8-2-2022 met het kadaster gebeld, er werd me het volgende medegedeeld: Op 21-6-2000 heeft het kadaster de nieuwe erfgrenzen vastgesteld en is het nieuwe [perceel 2] toegekend. Er is hier toen gemeten door het kadaster, de paaltjes waarnaar in het koopcontract verwezen wordt hadden we achter de schutting laten staan zodat er geen verwarring kon ontstaan. Het kadaster heeft de erfgrens vast gesteld op de lijn van de schutting. (…)’ 4.6 Hoewel partijen van mening verschillen over de exacte plaats van de eerste schutting, leidt de rechtbank hier in ieder geval uit af dat de kadastrale grens is vastgesteld aan de hand van de op dat moment aanwezige uitpaling op het terrein en daarmee overeenstemt met de partijbedoeling zoals die naar objectieve maatstaven uit de notariële leveringsakte kan worden afgeleid. 4.7 Daarbij komt dat de kadastrale meting plaatsvond na de eigendomsoverdracht en in een dergelijk geval als vuistregel geldt dat de eigendomsgrens overeenstemt met de kadastrale perceelgrens, tenzij blijkt dat daarin verandering is gekomen door verjaring (vgl. conclusie P-G Lindenbergh bij HR 25 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:847). Tekening bij de akte 4.8 Het door PKN betwiste standpunt van [gedaagde in conventie] dat de juridische erfgrens – in tegenstelling tot de kadastrale grens – in het verlengde van de gevel van het destijds aan de woning gebouwde schuurtje loopt, volgt de rechtbank dus niet. 4.9 [gedaagde in conventie] wijst voor haar standpunt op de kadastrale tekening die aan de notariële akte is gehecht. De rechtbank vindt (de arcering
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.