beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/401314 / FA RK 22-4074 datum uitspraak: 6 januari 2023 beschikking betreffende vervangende toestemming verhuizing en inschrijving school in de zaak van [de vrouw] , hierna te noemen: de vrouw, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. N. Wouters te Middelburg, tegen [de man] , hierna te noemen: de man, wonende te [woonplaats 2] , advocaat: mr. M.E. Kok te Goes. Als belanghebbende in onderhavige zaak wordt aangemerkt: - Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI), gevestigd te Eindhoven. Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren. 1Het procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: - het op 12 september 2022 ontvangen verzoekschrift vervangende toestemming verhuizing en inschrijving school, met bijlagen; - het F9-formulier van mr. Wouters d.d. 19 september 2022, met bijlagen; - het op 28 september 2022 ontvangen verweerschrift, met bijlagen; - het F9-formulier van mr. Wouters d.d. 16 november 2022, met bijlagen; - het F9-formulier van mr. Wouters d.d. 17 november 2022, met bijlagen; - de op de mondelinge behandeling overgelegde pleitnotities van mr. Wouters. 1.2 Op 21 november 2022 heeft de voorzitter van de meervoudige kamer met [minderjarige] gesproken. 1.3 De verzoeken zijn gelijktijdig met de verzoeken van partijen omtrent de zorgregeling (zaaknr. C/02/372647 / FA RK 20-2730) door de meervoudige kamer mondeling behandeld op 24 november 2022. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Tevens waren aanwezig een vertegenwoordigster van de GI alsmede een zittingsvertegenwoordigster van de Raad. 2De feiten 2.1 Partijen zijn geregistreerd partners geweest. Uit het geregistreerd partnerschap van partijen is het navolgende, thans nog, minderjarige kind geboren: - [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2011, hierna te noemen: [minderjarige] . 2.2 Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige. 2.3 De minderjarige verblijft bij de vrouw. 2.4 Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 10 februari 2014 is, voor zover thans van belang, bepaald dat het door partijen gesloten convenant en ouderschapsplan deel uitmaken van die beschikking. In het ouderschapsplan zijn partijen een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken overeengekomen, inhoudende dat de minderjarige op vrijdag en zaterdag zal worden verzorgd door de man en dat, waar het in de toekomst tot de mogelijkheden behoort, partijen nader zullen overleggen over een uitbreiding van de zorgregeling van de man. 2.5 Bij beschikking van 9 juli 2021 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 9 juli 2022. Bij beschikking van 23 juni 2022 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 9 juli 2023. 2.6 In de tussen partijen aanhangig zijnde procedure met kenmerk C/02/372647 / FA RK 20-2730 is een voorlopige zorgregeling bepaald die inhoudt dat de man voorlopig iedere vrijdag van 15.00 uur tot 16.00/16.30 uur omgang met [minderjarige] heeft in het huis van de vrouw in [plaats] en onder begeleiding van de GI. 3De verzoeken 3.1 De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat door de rechtbank vervangende toestemming wordt verleend -ter vervanging van de toestemming van de man-: - om direct met de [minderjarige] te verhuizen van [woonplaats 1] naar [plaats] , naar een woning gelegen aan de [adres 1] ), zodoende ook toestemming om de minderjarige in te schrijven in het GBA en aldaar zijn hoofdverblijf te hebben; - om de [minderjarige] per direct in te schrijven op [basisschool] , gelegen te [adres 2] . 3.2 De man voert verweer tegen de verzoeken van de vrouw. De man concludeert tot afwijzing van deze verzoeken dan wel deze in ieder geval niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.3 Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van het verzoek, hierna ingegaan. 4De beoordeling Vervangende toestemming verhuizing 4.1 De vrouw heeft in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling het volgende aangevoerd. Zij is al geruime tijd samen met haar echtgenoot eigenaar van een woning, een historische boerderij, en landgoed in [plaats] . Zij en haar partner verblijven hier regelmatig met [minderjarige] , in ieder geval in de vakanties, de weekenden maar ook regelmatig doordeweeks. De vrouw wil samen met [minderjarige] naar [plaats] verhuizen, maar de man geeft daarvoor geen toestemming. De verhuizing naar [plaats] is door de vrouw goed doordacht en voorbereid. De huidige woning in [woonplaats 1] is te klein voor een huishouden van drie personen. De vrouw heeft samen met haar partner het plan om een voedselbos aan te leggen achter de oude historische boerderij in [plaats] en daaruit inkomen te gaan genereren. [minderjarige] heeft in de woning in [plaats] veel meer mogelijkheden om zich te ontplooien en de woning biedt veel ruimte voor hem om samen met andere kinderen te spelen. De vrouw wil de woning in [woonplaats 1] zo snel mogelijk verkopen omdat het niet rendabel is om twee woningen aan te houden. De woningmarkt is nu nog stabiel maar kan ieder moment in elkaar zakken. Sinds juli 2022 vinden de contactmomenten tussen de man en [minderjarige] plaats op de boerderij in [plaats] . De man kan zelf ervaren dat [minderjarige] het hier naar zijn zin heeft. Er is op dit moment weinig tot geen communicatie tussen ouders. Door de verhuizing kan de bestaande zorgregeling in stand blijven. Door de verhuizing wordt de afstand tussen ouders niet zodanig dat het vereist is dat de frequentie of de aard van de communicatie wijzigt. Bovendien is de vrouw bereid om, zodra de omgang tussen [minderjarige] en de man weer bij de man thuis zal gaan plaatsvinden, het halen en brengen van [minderjarige] naar de man geheel voor haar rekening te nemen. De verhuizing van [minderjarige] naar [plaats] zal dus geen inbreuk maken op de omgang tussen [minderjarige] en de man. Het is in het belang van [minderjarige] dat de verhuizing door kan gaan. 4.2 De man heeft in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat de omgang met [minderjarige] sinds mei 2020 stroef verloopt. Er zijn periodes geweest waarin er helemaal geen contact was. De GI is betrokken geraakt met de duidelijke instructie om toe te werken naar de reguliere zorgregeling van donderdag tot zaterdag. [minderjarige] verkeert in een hevige weerstand tegen zijn vader die lijkt op een loyaliteitsconflict. In de beschikking van 23 juni 2022 heeft de kinderrechter overwogen dat er sprake is van een beginnende ouderonthechting. Het risico hierop neemt alleen maar toe als de vrouw gaat verhuizen naar [plaats] . De noodzaak voor de vrouw om met [minderjarige] naar [plaats] te verhuizen is er niet. Een verhuizing betekent dat de man veel kilometers moet gaan rijden om [minderjarige] te brengen of te halen. De onderlinge communicatie van partijen verloopt zeer slecht. Door de verhuizing van de vrouw met [minderjarige] naar [plaats] kan [minderjarige] niet meer spontaan op zijn fiets stappen om naar de man te gaan. De mogelijkheden van contact tussen [minderjarige] en de man worden dan beperkt. Het gaat niet goed met [minderjarige] dus het is de vraag hoe hij zichzelf over de verhuizing een mening kan vormen. De school van [minderjarige] maakt zich ongerust. Het gedrag van [minderjarige] past niet bij zijn leeftijd. [minderjarige] is veel afwezig en zit duidelijk in de knel tussen ouders. [minderjarige] wordt door de vrouw geïsoleerd van de familie van de man en dit wordt alleen maar erger als [minderjarige] in [plaats] woont. Mocht de rechtbank aan de vrouw wel vervangende toestemming voor de verhuizing verlenen, dan verzoekt de man de beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4.3 De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat zij geen standpunt in kan nemen omtrent het verzoek van de vrouw tot het verlenen van vervangende toestemming omdat dat echt iets is dat tussen ouders speelt. Voor de GI ligt de prioriteit op het opnieuw oppakken van het contact tussen de man en [minderjarige] . Het is de wens van de man om [minderjarige] ook eens op school op te halen en dat wordt bemoeilijkt door een verhuizing van de vrouw en [minderjarige] naar [plaats] . Maar aan de andere kant vergt een wijziging van omstandigheden bij één van de ouders altijd dat er opnieuw naar een zorgregeling moet worden gekeken. Het is de vraag welke zorgregeling uiteindelijk in het belang van [minderjarige] is. Er is echt nog tijd nodig om te investeren in de contactopbouw tussen [minderjarige] en de man en om tot een goede zorgregeling te komen. 4.4 De Raad heeft tijdens de mondelinge behandeling het navolgende verklaard. Er is sprake van een patstelling. Feitelijk verblijft de vrouw al met [minderjarige] in [plaats] en is de verhuizing dus al doorgezet. Het is de vraag hoe [minderjarige] gaat reageren als deze verhuizing zou moeten worden teruggedraaid omdat de vervangende toestemming niet wordt verleend. [minderjarige] is al elf jaar oud en krijgt van alles mee. De Raad vraagt zich af wat dat gaat doen met het prille contact dat er momenteel is tussen [minderjarige] en zijn vader. Op het moment dat de verhuizing niet doorgaat en wordt teruggedraaid, gaat [minderjarige] dat zijn vader mogelijk verwijten. En dat is onwenselijk omdat er juist contactherstel nodig is en dat is het belangrijkste voor [minderjarige] . Aan de ene kant hoopt de Raad dat als de verhuizing doorgang kan vinden, er rust ontstaat. Aan de andere kant wordt de fysieke afstand tussen de woonplaats van de man en de woonplaats van [minderjarige] groter. Al met al is de Raad van mening dat het in het belang van [minderjarige] is dat aan de vrouw vervangende toestemming voor verhuizing wordt verleend. Het baart de Raad wel zorgen dat de vrouw de verhuizing gewoon heeft doorgezet. Er dient wel goed gekeken te worden naar hoe het contact tussen [minderjarige] en de man verder vorm zal worden gegeven. Mogelijk dat belcontacten helpend kunnen zijn. Het is wel belangrijk dat er structureel contact is tussen de man en [minderjarige] . 4.5 De rechtbank oordeelt als volgt. Partijen hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige] Dit betekent dat de vrouw voor de verhuizing met de [minderjarige] naar [plaats] de toestemming van de man nodig heeft. Indien de ouders het hierover niet eens worden, kan het geschil, op grond van artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek (BW), worden voorgelegd aan de rechter. De rechtbank neemt alsdan een zodanige beslissing als haar in het belang van de minderjarige wenselijk voorkomt. Uit vaste jurisprudentie, de rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 25 april 2008, NJ 2008, 414 (LJN:BC5901), volgt dat daaruit niet mag worden afgeleid dat het belang van de minderjarige bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening altijd zwaarder weegt dan andere belangen. Bij de beoordeling van dergelijke geschillen dient de rechter alle omstandigheden van het geval in acht te nemen, waaronder: - de noodzaak om te verhuizen; - de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid; - het recht en het belang van de verhuizende ouder om te verhuizen en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten; - de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.