RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/1496 WIA uitspraak van 2 februari 2023 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster, gemachtigde: mr. P.J. van der Meulen, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Eindhoven), verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 februari 2022 (bestreden besluit) van het UWV inzake de toekenning van een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 9 september 2022 heeft het UWV bericht het bestreden besluit deels niet te handhaven, daarom alsnog de bezwaren gegrond te verklaren en voor verzoekster een grotere mate van arbeidsongeschiktheid aan te nemen. Vervolgens heeft verzoekster het beroep op 13 januari 2023 ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft in reactie daarop bij brief van17 januari 2023 gesteld geen bezwaren te hebben tegen een veroordeling in de proceskosten mits daarbij het Besluit proceskosten bestuursrecht in acht wordt genomen. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.