RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/45 WIA uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2023 in de zaak tussen [naam stichting], uit [plaatsnaam], eiseres, (gemachtigde: mr. J. Jacobs), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder, (gemachtigde: mr. M.B.A. van Grinsven). Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de verlenging van de periode van verplichte loondoorbetaling tijdens ziekte aan [naam werkneemster] (de werkneemster) in verband met het niet voldoen aan de re-integratieverplichtingen. (loonsanctie) Het UWV heeft deze loonsanctie met het besluit van 21 augustus 2020 aan eiseres opgelegd. Met het bestreden besluit van 23 november 2020 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de loonsanctie gebleven. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De werkneemster heeft geen toestemming verleend voor kennisneming door eiseres van stukken die medische gegevens bevatten. De rechtbank heeft geconstateerd dat het dossier geen medische gegevens bevat en dus heeft zij geen beslissing, zoals bedoeld in artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), afgegeven. De rechtbank heeft het beroep op 22 december 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, [gemachtigde eiseres] (adviseur re-integratie en verzuim van eiseres), [naam adviseur] (HR-adviseur van eiseres) en de gemachtigde van het UWV. Totstandkoming van het besluit De werkneemster is bij eiseres ([naam stichting]) werkzaam geweest als persoonlijk begeleider complexe zorg voor 24 uur per week bij woonvoorziening [naam woonvoorziening] [plaatsnaam], een woonvoorziening voor cliënten met autisme en niet-aangeboren hersenletsel. Voor dat werk is zij op 26 oktober 2018 uitgevallen. Met ingang van oktober 2019 is de werkneemster vervangende werkzaamheden gaan verrichten. In juli 2020 is zij opgebouwd tot haar oorspronkelijke 24 uur per week. [naam stichting] is een zorginstelling voor mensen met een beperking in [regio] en heeft 257 locaties waar op verschillende wijzen zorg wordt geboden. Op 28 juli 2020 heeft de werkneemster bij het UWV een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Met de besluiten van 21 augustus 2020 heeft het UWV aan [naam stichting] een loonsanctie opgelegd en aan de werkneemster meegedeeld dat haar aanvraag om een WIA-uitkering daarom wordt uitgesteld. [naam stichting] dient het loon van de werkneemster door te betalen tot 22 oktober 2021. Eiseres heeft tegen de loonsanctie bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit heeft het UWV dit bezwaar ongegrond verklaard. Het UWV heeft aan [naam stichting] een loonsanctie opgelegd omdat er geen sprake is van een bevredigend re-integratieresultaat, haar re-integratie-inspanningen binnen de eigen organisatie (spoor 1) onvoldoende zijn en zij daarvoor geen deugdelijke grond heeft. Beroepsgronden [naam stichting] betwist dat haar re-integratie-inspanningen op spoor 1 onvoldoende zijn geweest. Nadat is gebleken dat terugkeer van de werkneemster in de eigen functie geen optie is, omdat zij niet langer geschikt is voor zorggerelateerde functies, is [naam stichting] op advies van arbeidsdeskundige [naam arbeidsdeskundige] en de bedrijfsarts gestart met de re-integratie van de werkneemster in andere, niet zorggerelateerde functies (spoor 1) en buiten de eigen organisatie (spoor 2). [naam stichting] heeft op taakniveau geschikte werkzaamheden aangeboden. Die werkzaamheden waren passend of zijn passend gemaakt en [naam stichting] heeft daarbij het advies van [naam arbeidsdeskundige] en de bedrijfsarts gevolgd over de opbouw. Dit waren dus uitdrukkelijk geen arbeids-therapeutische werkzaamheden, maar passende, vervangende werkzaamheden (op taakniveau) in het kader van de re-integratie met als einddoel terugkeer in (aangepast) ander werk. Vanwege de beperkte belastbaarheid van de werkneemster is gestart met 2 dagen 2 uur per dag in diverse administratieve werkzaamheden op het bestuursbureau. Voor deze werkzaamheden is er geen formatieplaats of vacature en daar bestaat ook geen concreet perspectief op. De werkneemster heeft opgebouwd tot en met week 7 van 2020 (medio februari). Daarna is verdere opbouw stilgevallen vanwege het uitbreken van corona. In de periode van thuiswerken heeft de werkneemster licht administratieve taken verricht. De opbouw is verder doorgezet tot 24 uur per week in juli 2020 op vier verschillende plaatsen binnen [naam stichting]. Deze werkzaamheden waren verschillend van aard, projectmatig en boventallig. [naam stichting] heeft onderzocht of er mogelijkheden waren om de re-integratiewerkzaamheden op taakniveau ook structureel aan te bieden. Dat was niet het geval, ook niet door jobcarving. Een deel van de werkzaamheden bestaat niet meer, omdat deze zijn afgerond. Daarnaast leidt jobcarving ertoe dat werkzaamheden bij andere werknemers worden weggehaald en samengevoegd tot een nieuwe functie. Daarvoor dient het aantal formatieplaatsen te worden uitgebreid. Jobcarving gaat echter niet zover dat [naam stichting] een nieuwe functie moet creëren als er geen formatieruimte is. Ook mag herschikking van taken ten behoeve van een zieke werknemer er niet toe leiden dat andere werknemers daardoor onevenredig zwaar worden belast. De grens wat van een werkgever in het kader van de herplaatsingsverplichting in redelijkheid kan worden verwacht is bereikt als de re-integratie-inspanningen de bedrijfsvoering in financieel opzicht onevenredig zouden belasten. De bedrijfsvoering van [naam stichting] zou financieel onevenredig worden belast als zij, ondanks het gebrek aan formatieruimte, een nieuwe functie zou creëren. Dat blijkt ook uit de brief van concern controller van [naam stichting], [naam controller], van 29 september 2020. [naam stichting] is een zorgorganisatie. Het overgrote deel van de functies zijn zorggerelateerd en daarmee niet geschikt voor de werkneemster. Wat overblijft zijn overheadfuncties. Voor die functies is geen formatieruimte. Uit het benchmarkonderzoek dat in 2020 heeft plaatsgevonden blijkt dat de overhead binnen [naam stichting] al ver bovengemiddeld is ten opzichte van andere zorgorganisaties. Dat gaat ten koste van de zorg zodat [naam stichting] op overhead dient te besparen en de formatieruimte voor overhead ook niet uitgebreid kan worden. Gelet op de Werkwijzer Poortwachter kan uitbreiding van [naam stichting] niet gevergd worden. [naam arbeidsdeskundige] heeft de terugkeer naar ander passend werk bij [naam stichting] met de werkneemster besproken. Hij heeft daarbij rekening gehouden met de functies die [naam stichting] kent en beoordeeld of er functies zijn tot FunctieWaarderingsGroep (FWG) 50 die voor de werkneemster passend kunnen zijn. Een groot deel van deze functies in FWG 50 valt af omdat die opleiding of kennis vereist die de werkneemster niet heeft en ook niet kan verwerven binnen een redelijk tijdsbestek. Om dezelfde reden vallen ook andere, lagere functies af. Andere functies zijn niet passend vanwege overschrijding van de belastbaarheid van de werkneemster. Met betrekking tot de functies die [naam arbeidsdeskundige] met de werkneemster heeft besproken en waarvan hij heeft gesteld dat deze geschikt kunnen zijn als de belastbaarheid van de werkneemster verbeterd, stelt [naam stichting] dat er nader onderzoek is gedaan naar die belastbaarheid. [naam stichting] verwijst naar de periodieke evaluaties van de bedrijfsarts van 23 april 2020 en 11 juni 2020 en zijn actueel oordeel van 22 juni 2020. De belastbaarheid van de werkneemster is verbeterd, maar er zijn geen passende functies beschikbaar en tijdens het re-integratietraject ook niet beschikbaar gekomen. [naam stichting] heeft twee vacatures met de werkneemster besproken: consulent financiering zorg (12 uur per week) en loopbaancoach (8 uur per week). De werkneemster heeft aangegeven dat de functie consulent financiering zorg niet passend is voor haar. In de sollicitatie-procedure voor de functie loopbaancoach is de werkneemster afgevallen. Daarbij is aan de werkneemster een voorrangspositie toegekend maar dat betekent niet dat de werkneemster ook per definitie geplaatst moet of kan worden in de functie. Overigens zou bij herplaatsing in een functie van 12 of 8 uur niet worden voldaan aan het vereiste van plaatsing in een functie waarmee meer dan 65% van het oorspronkelijke salaris wordt verdiend en zou geen bevredigend resultaat zijn bereikt. Volgens [naam stichting] zijn haar inspanningen op spoor 1 dan ook voldoende zijn geweest en is de loonsanctie ten onrechte opgelegd. [naam stichting] verzoekt om het UWV daarom te veroordelen tot vergoeding van schade. Juridisch kader De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Beoordeling door de rechtbank De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het UWV op goede gronden aan [naam stichting] een loonsanctie heeft opgelegd. Het UWV heeft aan [naam stichting] een loonsanctie opgelegd omdat er geen sprake is van een bevredigend re-integratieresultaat, haar re-integratie-inspanningen op spoor 1 onvoldoende zijn geweest en zij daarvoor geen deugdelijke grond heeft. Het UWV heeft dit standpunt gebaseerd op de conclusies van een arbeidsdeskundige en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b). Arbeidsdeskundigen van het UWV De arbeidsdeskundige heeft gerapporteerd dat het niet inzichtelijk is waarom het aangepaste werk niet duurzaam kan worden aangeboden. Het ontbreken van formatieruimte is onvoldoende reden dat de werkzaamheden of een specifiek deel daarvan niet aangeboden kan worden. De werkneemster vervult haar huidige werkzaamheden al langdurig dus heeft het de schijn dat deze structureel en duurzaam aanwezig zijn en als zodanig kunnen worden aangeboden. Volgens de arbeidsdeskundige heeft [naam stichting] onvoldoende onderbouwd en inzichtelijk gemaakt of er herplaatsingsmogelijkheden in (meer) eigen/ander/aangepast werk zijn. De omvang van de aangeboden passende arbeid sluit aan bij de functionele mogelijkheden van de werkneemster maar deze worden niet structureel aangeboden. De arbeidstherapeutische periode heeft te lang geduurd. De door [naam stichting] gegeven redenen beschouwt de arbeidsdeskundige niet als deugdelijke grond voor de onvoldoende inspanningen. De arbeidsdeskundige b&b heeft geconcludeerd dat, ondanks dat de re-integratieactiviteiten van [naam stichting] op spoor 2 als voldoende zijn aan te merken, de activiteiten op spoor 1 niet adequaat zijn geweest. De werkneemster heeft bij [naam arbeidsdeskundige] aangegeven mogelijkheden te zien voor herplaatsing bij [naam stichting]. Zij noemt functies en taken. Daarnaast heeft [naam arbeidsdeskundige] zelf functies benoemd die passend zijn, met het voorbehoud dat die functies passend kunnen worden bij de te verwachten verbetering van de belastbaarheid van de werkneemster. Behoudens het actueel oordeel van 22 juni 2020 zijn er geen toetsingsverslagen van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werkneemster. Er is dan ook geen opvolging geweest van het advies van [naam arbeidsdeskundige] om de belastbaarheid van de werkneemster te toetsen en opnieuw onderzoek te doen naar de passendheid van de door hem geadviseerde functies en de door de werkneemster voorgestelde functies. [naam stichting] heeft de werkneemster werkzaamheden aangeboden om haar de kans te geven op te bouwen in uren en taken, maar er is geen focus geweest op hervatting in structurele werkzaamheden tegen loonwaarde. Volgens de arbeidsdeskundige b&b had het in de rede gelegen als alle werkzaamheden die de werkneemster als re-integratietaken heeft verricht, naast passende functies binnen de organisatie, in een onderzoek naar het vaststellen van een structurele functie tegen loonwaarde, zouden zijn meegenomen. [naam arbeidsdeskundige] heeft een overzicht gegeven van de passende functies binnen [naam stichting]. Er is echter geen vervolg gegeven aan dit onderzoek. De argumenten die [naam stichting] daarvoor heeft gegeven, dat er alleen sprake is van vaste dienstverbanden en dat de werkneemster op de herplaatsingslijst is gezet toen zij het werk voor 16 uur hervatte, vormen volgens de arbeidsdeskundige b&b geen deugdelijke grond. De werkneemster heeft geen urenbeperking, alleen het advies om de uren op te bouwen. Zij had dan ook direct op de herplaatsingslijst moeten worden geplaatst en een opbouw in uren kunnen maken in een structurele functie tegen loonwaarde. Ook de stelling van [naam stichting] over de overhead is geen deugdelijke grond. Een wezenlijk probleem in de zorgsector op macro/mesoniveau kan niet worden vertaald naar microniveau en een deugdelijke grond vormen voor het niet voldoen aan de re-integratieverplichtingen. In beroep heeft de arbeidsdeskundige b&b gereageerd op de beroepsgronden. De arbeidsdeskundige b&b stelt dat [naam stichting] heeft aangegeven dat de belastbaarheid van de werkneemster gedurende het tweede ziektejaar is verbeterd. Dat blijkt ook uit het gegeven dat zij tijdscontingent heeft opgebouwd. In het tweede jaar is echter geen nieuw belastbaarheidsprofiel opgesteld. Dat had moeten plaatsvinden, temeer omdat de re-integratiewerkzaamheden van de werkneemster niet tot structurele werkhervatting zouden leiden. [naam stichting] heeft in beroep rapportages van de bedrijfsarts van 23 april 2020 en 11 juni 2020 overgelegd. Deze waren de arbeidsdeskundige b&b nog niet bekend. De bedrijfsarts geeft in deze rapportages alleen aan dat door moet worden gegaan met re-integratie-activiteiten op spoor 1 en spoor 2. Ondanks verbetering heeft hij geen nieuw belast-baarheidsprofiel opgesteld. Aan de hand van dat profiel had een nieuw arbeidsdeskundig onderzoek plaats kunnen vinden en onderzoek naar functies. De functies de [naam arbeidsdeskundige] in het rapport van 14 november 2019 heeft benoemd en de functies die de werkneemster heeft aangedragen, hadden besproken kunnen worden. Daarbij had jobcarving een rol kunnen spelen. Die onderzoeken hebben echter niet plaatsgevonden. [naam stichting] heeft gesteld dat dit wel is onderzocht en heeft verwezen naar verschillende voortgangsrapportages in het kader van spoor 2. In die rapportages wordt alleen vermeld welke re-integratieactiviteiten de werkneemster op dat moment bij [naam stichting] doet. Deze activiteiten zijn niet voortgekomen uit onderzoek van een belastbaarheidsprofiel door de bedrijfsarts. De arbeidsdeskundige b&b geeft aan dat hij in bezwaar niet heeft gesteld dat de re-integratiewerkzaamheden van de werkneemster structureel aangeboden hadden moeten worden, maar alleen dat er onderzoek verricht had moeten worden naar het aanbieden van aangepaste werkzaamheden op structurele basis. De door [naam stichting] aangehaalde passage uit de Werkwijzer Poortwachter, dat van een werkgever als er geen formatieruimte beschikbaar is herschikking van taken niet gevergd kan worden als dat ertoe leidt dat andere werknemers onevenredig zwaar belast worden, is dan ook niet relevant. Arbeidsdeskundige van [naam stichting] betwist dat haar re-integratie-inspanningen op spoor 1 onvoldoende zijn geweest en verwijst onder meer naar het rapport van arbeidsdeskundige [naam arbeidsdeskundige]. [naam arbeidsdeskundige] heeft op 14 november 2019 gerapporteerd. Uit dat rapport blijkt dat hij met de werkneemster heeft gesproken over andere functies dan het eigen werk. Daarnaast heeft hij alle bij [naam stichting] voorkomende functies tot en met FWG 50 beoordeeld en gemotiveerd of die functies passend zijn dan wel passend te maken zijn. [naam arbeidsdeskundige] concludeert dat verschillende functies niet passend zijn omdat de werkneemster niet kan voldoen aan de gestelde functie-eisen en ook niet binnen een redelijk tijdsbestek daaraan kan voldoen. Andere functies zijn mogelijk wel passend of kunnen passend worden. Deze functies zijn op medische gronden nog niet passend in verband met overschrijding van de belastbaarheid van de werkneemster op omgaan met conflicten, storingen en onderbrekingen en deels op deadlines en productiepieken. [naam arbeidsdeskundige] heeft de verwachting dat deze functies op termijn wel als passend aangemerkt kunnen worden. [naam arbeidsdeskundige] adviseert [naam stichting] om, rekening houdend met verdere verbetering van de belastbaarheid van de werkneemster, te onderzoeken of de werkneemster geplaatst kan worden in genoemde of vergelijkbare functies. Oordeel van de rechtbank De rechtbank leidt uit de rapportages van de arbeidsdeskundigen van het UWV en het verhandelde ter zitting af dat [naam stichting] wordt verweten dat er geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar: de belastbaarheid van de werkneemster toen deze verbeterde/verbeterd was en niet is onderzocht welke eerder door de werkneemster en [naam arbeidsdeskundige] benoemde functies of andere functies/taken – eventueel door jobcarving – de werkneemster, gelet op die verbeterde belastbaarheid, structureel zou kunnen verrichten. werkhervatting in een functie/aangepaste werkzaamheden op structurele basis, eventueel door middel van jobcarving. In dat onderzoek hadden alle werkzaamheden die de werkneemster als re-integratietaken heeft verricht, naast passende functies binnen de organisatie, moeten worden betrokken. Op grond van de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter en de Werkwijzer Poortwachter dienen de werkgever en werknemer al het mogelijke te doen om te komen tot een werkhervatting die aansluit bij de resterende functionele mogelijkheden. Als (aangepast) eigen werk niet kan, moet de werkgever in het eigen bedrijf op zoek naar andere mogelijkheden om aan de zieke werknemer passend werk aan te bieden. Dit doet hij door uitgaande van het persoonsprofiel een inventarisatie uit te voeren van geschikt(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.