RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/405304 / FA RK 23/189 Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf Beschikking van 3 februari 2023 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [cliënt] , geboren op [geboortedag] 1942 te [geboorteplaats] , wonende [woonadres] , thans verblijvende in de accommodatie van [zorgaanbieder] , [adres] , hierna te noemen: cliënt, advocaat: mr. P. Doorakkers te Dongen. 1Procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 januari
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - de aanvraag van 28 december 2022; - de medische verklaring van 28 december 2022; - het zorgplan van 8 november 2022; - een afschrift van de [adres] van 26 september 2022; - het indicatiebesluit van 27 september 2022; - de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolgde de Wet Bopz, de Wvggz en de Wzd; 1.2 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 februari 2023, in de accommodatie waar cliënt verblijft, te weten [verpleeghuis] van [zorgaanbieder] te [plaats] . 1.3 Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:- cliënt, bijgestaan door haar advocaat; - de heer [naam 1] , specialist ouderengeneeskunde; - mevrouw [naam 2] , GZ-psycholoog; - de heer [naam 3] , echtgenoot. 2Het verzoek 2.1 Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor cliënt te verlenen voor de duur van twaalf maanden. 3Standpunten 3.1 Cliënt verklaart dat zij last heeft van haar oren en regelmatig last heeft van een bloedneus. Zij wil het liefst naar huis om samen met haar planten en bloemen te kunnen zijn. 3.2 De specialist ouderengeneeskunde geeft aan dat mentorschap aangevraagd zal worden voor cliënt in overleg met de echtgenoot. De verwachting is dat op den duur geen rechterlijke machtiging meer nodig is, zodat deze nu voor twaalf maanden is verzocht. Cliënt heeft de zorg, sturing en structuur van een PG-setting nodig en voornoemde kan niet in een thuissituatie worden geboden. Daarnaast is er sprake van fysieke agressie vanuit cliënt richting haar echtgenoot. Tijdens de mondelinge behandeling van 28 juli 2022 is besproken om cliënt een aantal momenten naar huis te laten gaan. Hiertoe zijn echter geen stappen ondernomen, omdat door het ontbreken van de ziekte-inzicht en de interactie tussen cliënt en haar echtgenoot het risico bestaat dat de thuissituatie voor cliënt en haar echtgenoot niet veilig is. 3.3 De psycholoog geeft aan dat cliënt op 26 januari 2023 is weggelopen tijdens een wandeling met haar echtgenoot. Vanuit de instelling hebben meerdere zorgmedewerkers cliënt terug moeten halen. Zij wilde niet mee en uiteindelijk is zij op de grond voor de ingang van de accommodatie gaan liggen. Eenmaal op haar kamer heeft zij een medewerker geschopt. Thuis is er sprake van een onhoudbare situatie met fysieke agressie, die regelmatig ook wordt gezien binnen de instelling. De verwachting is dat als cliënt op thuisbezoek gaat en terugkomt binnen de instelling dat er sprake zal zijn van een actiever verzet. 3.4 De echtgenoot geeft aan dat er veel verandert is het afgelopen jaar. Zo zit cliënt in een uitzichtloos bestaan. 3.5 De advocaat verzoekt om afwijzing van het verzoek. Cliënt wil naar huis en dat spreekt zij uit en laat zij zien door weg te lopen tijdens korte wandelingen. Daarnaast ontstaan er ruzies tussen cliënt en haar echtgenoot, omdat zij naar huis wil en haar echtgenoot haar niet mee wil nemen. De verlenging van de rechterlijke machtiging is te laat gedaan, maar de wet verbindt hieraan geen gevolg. De vordering ligt verder voor toewijzing gereed, omdat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstig nadeel af te wenden. 4Beoordeling 4.1 Uit de overgelegde stukken en het behandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementieel syndroom met fatische stoornis en desoriëntatie. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring. 4.2 Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Gebleken is dat in de thuissituatie sprake was van een onhoudbare situatie. Tussen cliënt en haar echtgenoot ontstonden regelmatig conflicten die zich binnen de instelling nog regelmatig voordoet. Cliënt is onvoldoende in staat voor zichzelf te zorgen. 4.3 De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Binnen de instelling kan cliënt de 24-uurs zorg, sturing, toezicht en begeleiding worden geboden die zij nodig heeft en waarbij zij is gebaat gelet op haar dementie. 4.4 Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Het is niet mogelijk voor cliënt om terug te keren naar de thuissituatie. In de thuissituatie wordt thuiszorg en dagbesteding geweigerd. 4.5 Gebleken is dat cliënt zich verbaal verzet tegen de opname en het verblijf. Tijdens de mondelinge behandeling geeft cliënt bij herhaling aan dat zij het liefst naar huis wil. 4.6 Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden. 5Beslissing De rechtbank: verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [cliënt] , geboren op [geboortedag] 1942 te [geboorteplaats] , bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 3 februari
- Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Felix, rechter en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023 in tegenwoordigheid van Can, en op 17 februari 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.