← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2023:991

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/2772 V proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 7 februari 2023 van de enkelvoudige kamer op het verzet van [naam B.V.]., te [plaatsnaam], opposante (gemachtigde: mr. M.A.H.M. Raaijmakers). Procesverloop Opposante heeft bij brief van 25 mei 2022 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 19 april 2022 van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis (verweerder) inzake de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van opposante tegen de invordering van een verbeurde dwangsom. Bij uitspraak van 17 november 2022 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Het verzet is ter zitting behandeld in Breda op 7 februari

  1. M.A.H.M. Raaijmakers is verschenen namens opposante. Overwegingen
  2. Niet in geschil is dat M.A.H.M. Raaijmakers niet de machtiging en het uittreksel uit het handelsregister heeft ingediend. Dan rest ter beoordeling of daarvoor een reden is die tot het oordeel kan leiden dat het niet herstellen van dit verzuim verschoonbaar is.
  3. M.A.H.M. Raaijmakers voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat hij door verschillende omstandigheden niet in staat is geweest om op tijd te reageren. Hij kon het psychisch niet aan en heeft een zware tijd achter de rug. Ter zitting heeft M.A.H.M. Raaijmakers aangevuld dat hij het in die periode heel druk had met zijn bedrijf. De brieven van de rechtbank zijn blijven liggen.
  4. In wat M.A.H.M. Raaijmakers heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 17 november
  5. Dat M.A.H.M. Raaijmakers de genoemde belemmeringen heeft ondervonden als gevolg van drukte en psychische problemen acht de rechtbank invoelbaar, maar is op zich geen goede reden voor het niet herstellen van het verzuim. Het had op de weg van M.A.H.M. Raaijmakers gelegen maatregelen te treffen ter behartiging van de belangen van opposante. De eigen verantwoordelijkheid staat daarbij voorop. M.A.H.M. Raaijmakers heeft daarnaast niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat is geweest om tijdig een machtiging en uittreksel uit het handelsregister in te dienen dan wel een derde in te schakelen om dit namens hem te doen.
  6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzet ongegrond is. Dit betekent dat de uitspraak in stand blijft en dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijk beoordeling van het beroep.
  7. Het verzet is ongegrond. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 7 februari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.