RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/3704 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 januari 2024 in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats 1] , eisers en Het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen, verweerder (gemachtigde: mr. C.C. Hamelink-Wolters). Procesverloop
- Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het dagelijks bestuur tot toepassen van spoedeisende bestuursdwang, bestaande uit het verwijderen van slik van een weg. 1.
- Het dagelijks bestuur heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen. 1.
- Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 5 januari
- [eiser 1] was daarbij aanwezig. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde. [eiser 2] was niet aanwezig, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door [eiser 1] . Overwegingen
- De [weg] te [plaats 2] is in eigendom, beheer en onderhoud bij het waterschap. Het waterschap heeft op 2 november 2022 een melding ontvangen, inhoudende dat een scooterrijder op de [weg] ten val is gekomen, vanwege de aanwezigheid van slik op het wegdek. Het dagelijks bestuur heeft het wegdek bij wijze van spoedeisende bestuursdwang laten schoonmaken. 2.
- Met het besluit van 16 november 2022 heeft het dagelijks bestuur aan [eiser 2] medegedeeld dat spoedeisende bestuursdwang is toegepast en medegedeeld dat de kosten apart bij hem in rekening zullen worden gebracht. 2.
- [eiser 2] heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 16 november
- 2.
- Met het besluit van 7 juni 2023, gericht aan [eiser 1] , heeft het dagelijks bestuur het bezwaarschrift ongegrond verklaard en het besluit tot toepassen van spoedeisende bestuursdwang gehandhaafd. 2.
- [eiser 1] is de vader van [eiser 2] . Zij wonen op hetzelfde adres. 2.
- Eisers hebben erop gewezen dat het bestreden besluit is gericht aan [eiser 1] , en niet aan [eiser 2] . [eiser 1] heeft gesteld dat hij niet als overtreder in de zin van artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt, omdat hij ten tijde van het toepassen van de bestuursdwang in hechtenis zat. 2.
- Ter zitting is namens verweerder gesteld dat er sprake is van een kennelijke verschrijving. Desgevraagd is ook gesteld dat [eiser 2] alsnog een beslissing op het door hem ingediende bezwaar zal ontvangen. 2.
- De stelling van verweerder dat er sprake is van een kennelijke verschrijving en het desgevraagd gegeven antwoord dat [eiser 2] alsnog een beslissing op het door hem ingediende bezwaar zal ontvangen zijn niet verenigbaar. De rechtbank verklaart het beroep van [eiser 2] niet-ontvankelijk. Het bestreden besluit van 7 juni 2023 is niet aan [eiser 2] gericht. [eiser 2] is daarom geen belanghebbende bij dat besluit, als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb. Alleen een belanghebbende kan beroep instellen. Dit volgt uit artikel 8:1 van de Awb. 2.
- De rechtbank verklaart het beroep van [eiser 1] gegrond. [eiser 1] heeft geen bezwaar gemaakt, dus het dagelijks bestuur heeft de beslissing op bezwaar ten onrechte aan [eiser 1] gericht. Daarnaast heeft het dagelijks bestuur niet betwist dat [eiser 1] niet als overtreder kan worden aangemerkt. 2.
- Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient het griffierecht aan [eiser 1] te worden vergoed. 2.
- Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep van [eiser 2] niet-ontvankelijk; verklaart het beroep van [eiser 1] gegrond; vernietigt het bestreden besluit van 7 juni 2023; draagt het dagelijks bestuur op het betaalde griffierecht van € 184,- aan [eiser 1] te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. W.J.C. Goorden, griffier, op 5 januari 204 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.