RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-066444-22 vonnis van de meervoudige kamer van 5 maart 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ( [land] ) wonende te [woonadres] 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 februari 2024. Tegen verdachte is verstek verleend. De officier van justitie, mr. T.C.M. Hendriks, heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte, feit 1: samen met anderen, dan wel alleen, spijkerbroeken van de Zara heeft gestolen; feit 2: samen met anderen 16 winkeldiefstallen bij verschillende Kruidvatvestigingen in Nederland heeft gepleegd. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten heeft gepleegd, met uitzondering van de onder feit 2 opgenomen winkeldiefstal in Den Bosch (deelstreep 14). 4.2 Het oordeel van de rechtbank 4.2.1 De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht 4.2.2 De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs Feit 1: De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie; - de aangifte van mevrouw [aangeefster] namens de kledingwinkel Zara. Feit 2: De rechtbank is van oordeel dat dit feit, behoudens de winkeldiefstallen in Den Bosch (deelstreep 14), Rosmalen (deelstreep 15) en Boxtel (deelstreep 16), op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Verdachte zal van de winkeldiefstallen in Den Bosch, Rosmalen en Boxtel vrijgesproken worden, nu voor die zaken enkel een aangifte in het dossier zit. Enig steunbewijs is in het dossier niet aangetroffen, waardoor niet aan het bewijsminimum is voldaan. De rechtbank constateert dat in de tenlastelegging bij de winkeldiefstal in Breda (deelstreep 5) en bij de winkeldiefstal in Ulvenhout (deelstreep 9) een onjuiste pleegdatum is opgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank is echter op grond van het dossier voldoende duidelijk dat de diefstal in Breda op 11 maart 2022 is gepleegd en de diefstal in Ulvenhout op 7 maart 2022. De inhoud van het dossier laat daar geen onduidelijkheid over bestaan. In het dossier is immers sprake van één diefstal in Breda en één diefstal in Ulvenhout. Hierdoor is het voor verdachte duidelijk wat hem wordt verweten en is hij niet in zijn verdediging geschaad. Bovendien is in de tenlastelegging een periode opgenomen waarbinnen deze data vallen. 4.3 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 1 op omstreeks 16 maart 2022 te Breda spijkerbroeken, die aan Zara toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen; 2 in de periode van 6 maart 2022 tot en met 20 maart 2022 te Monster en Maasland en Oosterhout en Breda en Wassenaar en Berkel en Rodenrijs en Spijkenisse en Ulvenhout en Made en Wateringen en Wijk en Aalburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, - op 06 maart 2022 te Monster (zaak 7) en - op 06 maart 2022 te Maasland (zaak 8) en - op 07 maart 2022 aan de [adres 1] te Oosterhout (zaak 1) en - op 07 maart 2022 aan [adres 2] te Oosterhout (zaak 3) en - op 11 maart 2022 te Breda (zaak 4) en - op 09 maart 2022 te Wassenaar (zaak 9) en - op 09 maart 2022 te Berkel en Rodenrijs (zaak 18) en - op 10 maart 2022 te Spijkenisse (zaak 10) en - op 7 maart 2022 te Ulvenhout (zaak 2) en - op 11 maart 2022 te Made (zaak 5) en - op 12 maart 2022 te De Lier (zaak 11) en - op 12 maart 2022 te Wateringen (zaak 12) en - op 14 maart 2022 te Wijk en Aalburg (zaak 6), een hoeveelheid huidverzorgingsproducten en/of cosmetische artikelen en/of tubes/verpakkingen Emulgel, die toebehoorden aan Kruidvat, heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. 6.2 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich in een periode van twee weken schuldig gemaakt aan één winkeldiefstal bij een vestiging van de kledingwinkel Zara en samen met (een) ander(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.