RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/287559-22 vonnis van de meervoudige kamer van 6 maart 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] wonende te [woonadres] , raadsvrouw mr. C.G.J.E. Lut, advocaat te Eindhoven, opvolgend advocaat van mr. A.M. van Wingerden. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 februari 2024, waarbij de officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte van 13 maart 2021 tot en met 16 december 2021 in [plaats] zich de toegang heeft verschaft dan wel in zijn bezit heeft gehad 34 kinderpornografische afbeeldingen, een video met kinderpornografische inhoud en 6 afbeeldingen dierenporno. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bewust kinderpornografisch materiaal in de periode 13 maart 2021 tot en met 16 december 2021 in zijn bezit heeft gehad. Ook acht hij wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 16 december 2021 dierenpornografisch materiaal in zijn bezit heeft gehad of zichzelf daartoe de toegang heeft verschaft. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit vrijspraak van 34 van de 35 kinderpornografische bestanden en van de zes bestanden bevattende dierenporno. Het opzet op het verwerven van deze bestanden ontbreekt, omdat niet duidelijk is hoe deze op de gegevensdrager zijn terechtgekomen. Ook het bezit kan niet bewezen worden. Verdachte wist niet van het bestaan van de bestanden. Daarnaast zijn deze in de cache aangetroffen, waar ze voor verdachte niet toegankelijk waren. Verdachte heeft over de afbeelding die voor hem wel toegankelijk was verklaard dat deze automatisch is gedownload en door hem niet bewust is bekeken. Dit is niet onaannemelijk. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Op basis van de bewijsmiddelen die bij een eventueel hoger beroep in een bijlage zullen worden uitgewerkt, gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden. Na een melding over vermoedens van kinderpornografie van het Amerikaanse National Center for Missing and Exploited Children (hierna: NCMEC) is door politie en justitie onderzoek ingesteld naar verdachte. In dat kader wordt op 16 december 2021 onder meer de telefoon van verdachte, een zwarte Samsung, in beslag genomen. Op deze telefoon stonden 35 afbeeldingen, zijnde 34 foto’s en een video, die kinderpornografisch van aard zijn. Ongeveer 1% van de kinderpornografische afbeeldingen is direct toegankelijk voor de gebruiker. Ongeveer 99% van de kinderpornografische afbeeldingen is niet gemakkelijk toegankelijk voor de gebruiker. Daarnaast stonden er zes dierenpornografische afbeeldingen op de telefoon van verdachte op een bestandslocatie die niet gemakkelijk benaderbaar is voor de gebruiker. De rechtbank overweegt dat van de aangetroffen afbeeldingen 34 afbeeldingen met kinderpornografisch materiaal en zes afbeeldingen met dierenpornografisch materiaal in de zogenaamde cache zijn aangetroffen. Hierdoor waren ze zonder specifieke kennis of speciale software niet toegankelijk voor verdachte. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte voornoemde afbeeldingen op 16 december 2021 in zijn bezit heeft gehad. Uit het nadere onderzoek door de politie volgt dat de data waarop de afbeeldingen zijn aangemaakt of voor het laatst zijn benaderd, niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld. Dat maakt dat voorts niet kan worden bewezen dat verdachte voornoemde afbeeldingen op enig moment in de tenlastegelegde periode in zijn bezit heeft gehad. Er kan immers niet worden uitgesloten dat de afbeeldingen reeds vóór 13 maart 2021 in de cache terecht zijn gekomen en daarna niet meer toegankelijk waren. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte de kinderpornografische afbeelding in zijn bezit heeft gehad die op zijn telefoon is aangetroffen en die wel toegankelijk was. De rechtbank overweegt voorts dat uit de melding die politie en justitie heeft ontvangen van NCMEC volgt dat door een gebruiker van KIK Messenger met de gebruikersnaam ‘[naam]’ bestanden op KIK Messenger zijn geüpload. Het gaat om 12 films en 1 foto die tussen 13 maart 2021 en 28 maart 2021 door de gebruiker zijn verzonden. Deze bestanden zijn door de politie bekeken en als kinderpornografisch beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat verdachte degene is die van de gebruikersnaam ‘[naam]’ gebruik maakt. De gebruikers- en adresgegevens die gekoppeld zijn aan één van de IP-adressen die is gebruikt voor het uploaden van voornoemde bestanden, zijn van verdachte. Daarnaast heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij handelingen verrichtte, namelijk het kopiëren en plakken van afbeeldingen in groepsgesprekken op KIK Messenger, om van die groep lid te kunnen blijven. Ten slotte is op de telefoon van verdachte daadwerkelijk kinderpornografisch materiaal aangetroffen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zich niet bewust is geweest van de inhoud van de afbeeldingen die hij heeft verzonden. Hij had zijn instellingen in de Telegram-groep zo ingericht dat alles wat in deze groep werd gedeeld, automatisch op zijn telefoon werd gedownload. Hij heeft op die wijze veel volwassen porno binnengekregen en hij dacht dat hij dit deelde toen hij zelf materiaal uploadde. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig. De rechtbank begrijpt het verweer van verdachte aldus dat hij veel volwassen pornografisch materiaal binnenhaalde en dat de kinderporno per ongeluk op zijn telefoon terecht is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat het dan wel erg toevallig is dat verdachte, in zijn eigen woorden: zonder te kijken en dus zonder wetenschap, juist de kinderpornografische afbeeldingen heeft geselecteerd om aan te bieden via KIK Messenger. Hier komt bij dat verdachte heeft verklaard dat hij op enig moment wel heeft gezien dat er kinderpornografisch materiaal op zijn telefoon stond en dit direct heeft verwijderd. Het zou gaan om meisjes van ongeveer 16 jaar oud. Het kinder-pornografische materiaal waarvan door de Amerikanen melding wordt gemaakt en het materiaal dat in de cache van de telefoon van verdachte wordt aangetroffen, betreffen echter veel jongere meisjes van 6 tot 10 jaar oud. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte in de periode 13 maart 2021 tot en met 16 december 2021 zich de toegang heeft verschaft tot 14 kinderpornografische afbeeldingen en deze ook in zijn bezit heeft gehad. Wat de overige afbeeldingen betreft, wordt verdachte vrijgesproken. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op tijdstippen in de periode 13 maart 2021 tot en met 16 december 2021 te [plaats], meermalen, afbeeldingen in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen (een) seksuele gedraging(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.