RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer : 10614843 \ MB VERZ 23-371 CJIB-nummer : 9062 5422 4586 0291 uitspraakdatum : 12 februari 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [postcode] [plaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 12 februari
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd op het Stationsplein in Breda op 7 november 2021 om 12:43 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete onterecht is opgelegd. Betrokkene stelt dat hij zijn auto niet midden op de weg stil heeft gezet en er derhalve geen hinder is veroorzaakt. Er was voldoende ruimte voor eventueel passerende voertuigen. Betrokkene geeft aan dat hij alleen iemand heeft laten uitstappen. Bovendien heeft de situatie nauwelijks 30 seconden in beslag genomen. Betrokkene heeft een situatieschets bijgevoegd. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier bevat geen foto’s van de gedraging of een duidelijke omschrijving van de (mogelijke) hinder. Ook bevat het dossier geen aanvullend proces-verbaal waarin de verbalisant een nadere toelichting geeft. Dit is ook niet langer mogelijk omdat de verbalisant niet meer in dienst is. Tot slot betreft het een oude zaak. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het zaakoverzicht onvoldoende duidelijk is en het dossier geen aanvullende informatie bevat zoals foto’s van de gedraging of een aanvullend proces-verbaal van verbalisant. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari
- De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending: