RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer.: 10762101 \ MB VERZ 23-562 CJIB-nummer: 2062 5422 5010 8932 uitspraakdatum: 12 februari 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 12 februari 2024 Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op 5 juni 2022 om 17:27 uur op de Haagdijk in Breda. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene was aan het verhuizen en zich niet bewust van het feit dat hij hier niet mocht parkeren. Daarnaast heeft betrokkene aangegeven zijn mobiel parkeren app aan te hebben gezet. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat de post op zijn adres regelmatig kwijt raakt, dat te maken zou hebben met de nummering en het restaurant op de begane grond, waardoor hij het beroep niet op tijd en/of eerder heeft kunnen indienen. Daarnaast heeft betrokkene ter zitting aangevoerd dat het betalen van de zekerheidstelling voor hem niet mogelijk is wegens zijn financiële situatie. De zittingsvertegenwoordiger heeft primair verzocht de zekerheid op nihil te stellen en het beroep niet-ontvankelijk te verklaren omdat het te laat is ingediend. Uit de jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden volgt dat er ten aanzien van een termijnoverschrijding onderbouwing wordt verwacht van een betrokkene. Betrokkene dient aan te tonen waarom het niet mogelijk was om binnen 6 weken het beroep in te dienen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld gezondheidsproblemen. De moeilijkheden met betrekking tot de post, zoals gesteld door betrokkene, komen voor risico en rekening van betrokkene zelf. De termijnoverschrijding is dan ook niet verschoonbaar. Subsidiair verzoekt de zittingsvertegenwoordiger om het beroep deels gegrond te verklaren en voert daartoe het volgende aan. De gedraging kan worden vastgesteld. Betrokkene heeft zelf ook aangegeven op de stoep te hebben gestaan, al was het maar heel even. Ook een (hele) korte duur is niet toegestaan. Het is hierbij niet relevant of er betaald is voor parkeren. De boete is dus terecht opgelegd. Het beroep is inhoudelijk ongegrond, echter wegens het schenden van de hoorplicht verzoekt de zittingsvertegenwoordiger tot een matiging van 25%. Meer subsidiair refereert de zittingsvertegenwoordiger zich aan het oordeel van de kantonrechter over een verdere matiging van het bedrag wegens de financiële situatie van betrokkene. Overwegingen Zekerheidstelling Op grond van artikel 11 Wahv moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling van € 109,- niet betaald. Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene dit voldoende aannemelijk heeft gemaakt. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld. Beroep te laat Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 9 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.