← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:1763

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer : 10246015 \ MB VERZ 22-1001 CJIB-nummer : 2062 5422 4738 5437 uitspraakdatum : 19 februari 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] B.V. adres : [adres] woonplaats : [postcode] [plaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.). Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is in het Park Valkenberg te Breda op 23 januari 2022 om 16:07 uur. Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Gemachtigde stelt dat het voertuig ten tijde van de gedraging was verhuurd. Voorts voert gemachtigde aan dat het gerechtshof geen vereiste stelt aan het aanleveren van de geboortedatum van de huurder. Volgens gemachtigde is de termijnoverschrijding bij de officier van justitie verschoonbaar aangezien de beschikking digitaal beschikbaar is gemaakt. Gemachtigde verzoekt de beschikking te vernietigen en deze opnieuw op te leggen aan de betreffende huurder. Tot slot verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is. Volgens een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is het (nieuw) digitaal bekend maken van de beschikking bedoeld voor niet-natuurlijke personen en de Wahv sluit deze wijze niet uit (zie ECLI:NL:GHARL:2022:10093). Betrokkene heeft er zelf mee ingestemd. Overwegingen De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld. De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 30 maart
  2. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 11 mei 2022 ontvangen. Dat is te laat. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend. De officier van justitie heeft het beroep dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing ongegrond is. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.I. Beudeker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari
  3. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.