RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummers: C/02/415011 / JE RK 23-1827 (bekrachtiging schriftelijke aanwijzing) C/02/419651 / JE RK 24-373 (machtiging tot uithuisplaatsing) Datum uitspraak: 11 maart 2024 (Nadere) beschikking van de kinderrechter over de schriftelijke aanwijzing en een machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam Zuidoost, hierna te noemen: de GI. over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat: mr. S. van Steenberge te Terneuzen. De kinderrechter merkt als informant aan: [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] . Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren. 1Het verloop van de procedure 1.1. Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: In de zaak met kenmerk 23-1827 - de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 11 december 2023, met daarin alle genoemde en vermelde stukken; - de briefrapportage van de GI van 19 januari 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 19 februari 2024. In de zaak met kenmerk 24-373 - het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 28 februari 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 29 februari 2024; - de e-mail van mr. S. van Steenberge van 6 maart 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 6 maart 2024; - het e-mailbericht van mr. S. van Steenberge van 8 maart 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 8 maart 2024. 1.2. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 maart 2024. Daarbij waren aanwezig: - [minderjarige] , die door de kinderrechter is gehoord; - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - de vader; - een vertegenwoordigster van de Raad; - een tweetal vertegenwoordigsters van de GI. 2De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. Bij beschikking van de kinderrechter van 12 juli 2022 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 11 juli 2022 en tot 25 juli 2022 en is een machtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige] verleend met ingang van 11 juli 2022 en tot 25 juli 2022. Beide maatregelen zijn daarna verlengd tot 11 oktober 2022. 2.3. Bij beschikking van de kinderrechter van 28 september 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld en is een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 28 september 2022 en tot 28 september 2023. Beide maatregelen zijn laatstelijk verlengd tot 28 september 2024. 2.4. De GI heeft op 25 augustus 2023 aan de moeder (de ouder met gezag) en [minderjarige] (de minderjarige van 12 jaar of ouder) een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Hierin is het volgende opgenomen: - [minderjarige] en moeder reageren op berichten vanuit de hulpverlening, [zorglocatie] en de GI. Wanneer er door [zorglocatie] of de GI gebeld wordt, verwacht de GI dat moeder en [minderjarige] de telefoon opnemen met uitzondering wanneer [minderjarige] of moeder aan het werk zijn of wanneer [minderjarige] op school zit. - [minderjarige] en moeder vertellen de waarheid over waar [minderjarige] is. - [minderjarige] en moeder werken mee aan de hulpverlening. - [minderjarige] komt de gemaakte afspraken met [ambulante begeleiding] na. - Moeder laat de hulpverlening van [GGZ-zorg] en [ambulante begeleiding] binnen. - Tijdens de vooraf afgesproken omgangsmomenten tussen [minderjarige] en moeder zijn beide aanwezig. - [minderjarige] en moeder houden zich aan de vooraf afgesproken omgangsregeling. Indien [minderjarige] of moeder wijzigingen willen in tijd of dag dient dit vooraf afgesproken te worden met de GI. 2.5. Bij beschikking van de kinderrechter van 11 december 2023 is de beslissing ten aanzien van het verzoek van de GI om de schriftelijke aanwijzing (naar de kinderrechter begrijpt: van 25 augustus 2023) te bekrachtigingen onder de zes voorwaarden zoals genoemd in die beschikking aangehouden voor de duur van uiterlijk drie maanden, waarbij de GI is verzocht om voor 8 maart 2024, en zoveel eerder als de GI dat nodig vindt, te rapporteren over de stand van zaken en of het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd. 2.6. [minderjarige] woont op grond van die beschikking sinds 11 december 2023 bij de moeder. 3Het verzoek In de zaak met kenmerk 23-1827 3.1. De GI verzoekt op grond van 1:263, derde lid, BW de schriftelijke aanwijzing (naar de kinderrechter begrijpt: van 25 augustus 2023) te bekrachtigen. In de zaak met kenmerk 24-373 3.2. De GI verzoekt, met uitvoerbaar bij voorraadverklaring, op grond van artikel 1:265b, eerste lid, BW een machtiging te verlenen om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 28 september 2024. De GI heeft dit verzoek tijdens de mondelinge behandeling van 11 maart 2024 ingetrokken. 4De standpunten 4.1. Uit de nadere informatie van de GI volgt dat de moeder en [minderjarige] tot een week na de mondelinge behandeling van 11 december 2023 duidelijk gemotiveerd waren om zich aan de zes voorwaarden van de kinderrechter te houden. Die motivatie hebben zij niet lang kunnen volhouden. De zorgen zijn in de afgelopen periode juist groter geworden. Er is opnieuw een situatie ontstaan waarbij er weinig tot geen contact met de moeder en [minderjarige] mogelijk was. Als gevolg daarvan heeft de GI geen zicht op de moeder en [minderjarige] verkregen. Dit maakt dat ook niet kon worden bekeken of zij de voorwaarden voor de thuisplaatsing aan het naleven waren. Ook zijn er opnieuw zorgen over de schoolgang van [minderjarige] . Zij houdt zich niet aan het opbouwschema en het lukt de moeder onvoldoende om [minderjarige] te stimuleren om naar school te gaan. Daarbij komt dat het gedrag van het zusje van [minderjarige] problematisch is. Zij denkt ook terug naar huis te mogen als zij zich zoals [minderjarige] gaat gedragen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de GI het verzoek machtiging tot uithuisplaatsing ingetrokken. Wat betreft het verzoek bekrachtiging schriftelijke aanwijzing heeft de GI verzocht om het verzoek aan te houden. Het is namelijk belangrijk dat de zes voorwaarden voor de thuisplaatsing van [minderjarige] , die in de beschikking van 11 december 2023 zijn opgenomen, nog steeds voor de moeder en [minderjarige] gelden. De GI erkent dat er sprake is van een repeterende breuk. De situatie die in de afgelopen anderhalf jaar is ontstaan, is een situatie die niemand wil. Er is teveel wantrouwen. De GI wil daarom de situatie doorbreken. Om dat te doen, moet de GI het compleet anders doen. Om rust en een nieuwe start te creëren, trekt de GI het verzoek machtiging uithuisplaatsing in en zullen er vanaf volgende week twee nieuwe jeugdbeschermers in het gezin starten. Zij zullen er alles aan doen om het vertrouwen te herstellen en ervoor te zorgen dat de moeder en [minderjarige] niet in een vicieuze cirkel terecht komen. Wat er precies gaat veranderen, kunnen de aanwezige jeugdbeschermers niet toelichten. Zij willen de nieuwe jeugdbeschermers immers niet beïnvloeden in wat er anders moet. Het is juist van belang dat er echt een nieuwe start komt. 4.2. De Raad erkent dat de druk van een mogelijke uithuisplaatsing belastend is voor zowel de moeder als [minderjarige] . Het is een belemmering in de ontwikkeling van [minderjarige] . Daarom vindt de Raad het positief om te horen dat de GI heeft besloten om een compleet andere koers te gaan varen. Hierbij is het belangrijk dat de moeder en [minderjarige] gaan samenwerken met de hulpverlening en dat de hulpverlening zich ook proactief gaat opstellen. 4.3. Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] aangegeven dat het goed met haar gaat. Op school gaat het redelijk. [minderjarige] heeft een paar uurtjes gemist. Dat komt door de steeds terugkomende dreiging dat zij mogelijk uit huis wordt geplaatst. Dat zorgt voor stress bij [minderjarige] en dan heeft zij geen zin meer om naar school te gaan. Zij is het beu zoals het nu gaat. [minderjarige] zou het liefst willen dat alles weer normaal wordt en dat er geen dreiging meer is dat zij uit huis wordt geplaatst. [minderjarige] wil thuis bij de moeder wonen. Dan kan zij verder met haar leven. Ook kan zij dan weer naar school gaan. Dat de GI het verzoek tot uithuisplaatsing intrekt, is dan ook een opluchting voor [minderjarige] . Verder lijkt het [minderjarige] leuk om later iets met (kleine) kinderen te doen. Zoals werken bij een kinderopvang. [minderjarige] denkt dat haar mentor op school haar kan helpen om dit verder uit te zoeken. [minderjarige] vindt het een goed idee dat zij over een maand een brief aan de kinderrechter schrijft over wat zij heeft gedaan om uit te zoeken wat er nodig is om later met (kleine) kinderen te gaan werken. 4.4. Namens de moeder heeft de advocaat verzocht om het (sinds 11 december 2023) ingezette traject voort te zetten met nieuwe jeugdbeschermers vanuit de GI. De advocaat erkent dat de afgelopen periode niet is verlopen zoals de kinderrechter voor ogen had. Naast dat drie maanden een te korte periode is om de situatie te doorbreken, is er vanuit de GI, ondanks de boodschap van de kinderrechter, niet gekeken of er een wisseling van de jeugdbeschermer(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.