RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/415388 / JE RK 23-1903 Datum uitspraak: 17 januari 2024 Nadere beschikking machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, locatie Amsterdam, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI), betreffende [de minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2020 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.A.G. van Acker te Sint Jansteen, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. De kinderrechter merkt als informant aan: [de oma mz] , de pleegmoeder en oma moederszijde (mz), hierna te noemen: de oma mz, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.A.G. van Acker te Sint Jansteen. 1Het nadere verloop van de procedure 1.
- Het nadere procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - de beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 25 november 2023, en alle daarin opgenomen en vermelde stukken; - de briefrapportage van de GI van 11 januari 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 11 januari
- 2De feiten 2.
- De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van 15 augustus 2023 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 15 augustus 2023 en tot 15 augustus
- Tevens is er ten aanzien van [de minderjarige] een machtiging tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin verleend met ingang van 15 augustus 2023 en tot 15 februari
- 2.
- Op grond van die beschikking woont [de minderjarige] bij oma mz. 3Het verzoek 3.1 De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. 4De beoordeling De GI heeft het verzoek tot het uithuisplaatsen van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van zes maanden middels de briefrapportage d.d. 11 januari 2024 ingetrokken, omdat er thans geen signalen van acute onveiligheid worden gezien bij de oma mz, de oma mz meewerkt aan de hulpverlening en overplaatsingen van [de minderjarige] zoveel mogelijk beperkt moeten worden. Nu dit verzoek is ingetrokken, behoeft het verzoek geen beoordeling en beslissing meer. De kinderrechter zal het verzoek daarom afwijzen. 5De beslissing De kinderrechter: 5.
- wijst het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg af. Deze beslissing is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 januari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.