RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/420757/ JE RK 24-757 Datum uitspraak: 28 maart 2024 beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)machtiging uithuisplaatsing in de zaak van RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO ZUIDWEST NEDERLAND, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad betreffende [minderjarige] , hierna te noemen: [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2018 te [geboorteplaats] ( [land] ), De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. P.F.M. Gulickx te Breda. De kinderrechter merkt als informant aan: STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), locatie Etten-Leur. 1Het procesverloop 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het mondelinge verzoek van de Raad van 28 maart 2024; - de schriftelijk bevestiging van het mondelinge verzoek van de Raad alsmede een aanvulling daarop, ingekomen bij de griffie op 29 maart 2024. 2De feiten 2.1 Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. 2.2 [minderjarige] woont bij de moeder. 3Het verzoek 3.1 De Raad verzoekt de rechtbank mondeling met spoed, dus zonder het vooraf horen van de belanghebbende, de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] uit te spreken voor de duur van drie maanden. Tevens verzoekt De Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van drie maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 4.1 Aangezien [minderjarige] en de moeder beiden de Poolse nationaliteit hebben, draagt deze zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag beantwoord dient te worden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en, zo ja, welk recht daarop van toepassing is. Nu [minderjarige] al geruime tijd in Nederland verblijft met haar moeder is de Nederlandse rechter bevoegd om van het verzoek kennis te nemen aangezien [minderjarige] haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op dezelfde grond is op het verzoek Nederlands recht van toepassing. Inhoudelijke beoordeling 4.2 Op grond van artikel 800 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking betreffende een voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige en tot machtiging tot uithuisplaatsing aanstonds worden afgegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige. Deze beschikking verliest haar kracht na verloop van twee weken tenzij de belanghebbenden binnen deze termijn in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken. 4.3 Ter onderbouwing van het verzoek voert de Raad, samengevat, het volgende aan. De moeder en [minderjarige] zijn ruim acht maanden geleden in Nederland gekomen en wonen, samen met de partner van de moeder (verder aangeduid als: stiefvader), in [woonplaats] . Veilig Thuis heeft meerdere meldingen ontvangen over de thuissituatie van de moeder en [minderjarige] . De meldingen hebben betrekking op huiselijk geweld, conflicten in de woning en een onhygiënische woning. De moeder staat met regelmaat huilend aan de deur bij de buurvrouw, waarbij zij de buurvrouw vraagt om de politie te bellen. De moeder zou worden geslagen door de stiefvader, waar [minderjarige] bij aanwezig is. Daarnaast is de woning vervuild en staan er geen bedden, maar liggen er een aantal matrassen in de woonkamer. Op de politie komt stiefvader agressief en onberekenbaar over en Stichting Poolse Gezinnen maakt zich zorgen over zijn drugsgebruik en het rijden onder invloed, zonder rijbewijs, met kinderen door zowel de moeder als de stiefvader. Ook school uit zorgen over [minderjarige] . Soms wordt zij te laat van school opgehaald of helemaal niet opgehaald van school en is de moeder niet bereikbaar. Daarnaast ontwikkelt zij zich langzaam en blijft de Nederlandse taal een groot probleem. Om het weekend zijn de twee kinderen van de stiefvader aanwezig. De Raad meldt dat er geen verantwoordelijkheid wordt genomen voor de kinderen en dat zij structureel worden blootgesteld aan onveilige situaties. 4.4 Op 21 maart 2024 zijn [minderjarige] en de moeder, die 17 weken zwanger is van stiefvader, geplaatst in een Safegroup. Deze plaatsing is geheim voor stiefvader. Hij ontkent alle zorgen en, hoewel sprake is van een positieve test, het drugsgebruik. Tegen de veiligheidsafspraken in heeft de moeder de stiefvader op 28 maart 2024 op de hoogte gebracht van de locatie van de opvang en heeft stiefvader de moeder en [minderjarige] opgehaald. Hij wordt vervolgens aangehouden door de politie vanwege rijden onder invloed, rijden ondanks rijverbod en voor het negeren van een stopteken. [minderjarige] is daarbij. De moeder wenst niet meer terug te gaan naar de veilige opvang. Zij wil naar oma (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.