RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer : 10613985 \ MB VERZ 23-241 CJIB-nummer : 1062 5422 4879 9582 uitspraakdatum : 12 maart 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (verkeersboete.nl) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 12 maart
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 20 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1) op 14 april 2022 om 10:27 uur op de Rijksweg A16 in Moerdijk. Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Er zat een te grote afstand tussen het voertuig van betrokkene en het voertuig van verbalisant. Ook heeft verbalisant niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze hij de volgafstand heeft kunnen vaststellen, bijvoorbeeld via hectometerpaaltjes. Daarbij zou de meetafstand van 200 meter tussen de voertuigen te groot zijn om een zorgvuldige meting te kunnen uitvoeren. Ter onderbouwing heeft de gemachtigde een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland overlegd en informatie van Rijnzicht Oogkliniek. Gemachtigde verzoekt tot slot om het horen van de verbalisant. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft de snelheid overtreden en dit is geconstateerd via een boordsnelheidsmeting. Gemachtigde heeft namens betrokkene aangevoerd dat de tussenafstand te groot was om een deugdelijke meting uit te voeren. Uit jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden volgt dat er geen rechtsregel bestaat waaruit volgt welke maximale tussenafstand is toegestaan en/of voorgeschreven om een snelheidsmeting uit te kunnen voeren. De zittingsvertegenwoordiger verwijst naar ECLI:NL:GHARL:2023:10218, waarbij zij tevens opmerkt dat in deze genoemde uitspraak zelfs sprake was van een langere tussenafstand dan in onderhavig geval. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt dan ook het beroep ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd en de stukken die zijn overlegd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Daarnaast schrijft geen enkele rechtsregel een maximale tussenafstand voor boordsnelheidsmetingen voor (zie ECLI:NL:GHARL:2023:10218). De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart
- Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending: