RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer / rekestnummer: 10646864 \ AZ VERZ 23-43 Beschikking van 11 januari 2024 in de zaak van [verzoeker] B.V., te [plaats 1] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: mr. A.D.M. Klein Selle, tegen [verweerster] , te [plaats 2] , verwerende partij, hierna te noemen: [verweerster] , gemachtigde: mr. C.W.I. van Vlokhoven. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, - de aanvullende producties van [verzoeker] , - het verweerschrift met producties, - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling, - de akte van [verzoeker] . 2De feiten 2.1. [verzoeker] exploiteert een internationale groothandel in computerapparatuur. [naam 1] (hierna te noemen: [naam 1] ) is (indirect) directeur-grootaandeelhouder van [verzoeker] . 2.2. [verweerster] – geboren op [geboortedag] 1978 – is op 14 maart 2011 bij [verzoeker] in dienst getreden als after sales manager tegen een bruto maandloon van € 3.348,00 exclusief 8% vakantiebijslag, een 13e maand en een auto. Feitelijk bestonden de werkzaamheden van [verweerster] uit diverse taken, zoals magazijnwerkzaamheden, het in elkaar zetten van (computer)onderdelen en het in behandeling nemen van klachten. 2.3. Een paar jaar voorafgaand aan voormeld dienstverband, namelijk op [datum] 2006, zijn [naam 1] en [verweerster] met elkaar gehuwd. Wegens een duurzame ontwrichting van het huwelijk heeft de rechtbank op 21 juli 2023 de echtscheiding formeel uitgesproken. [naam 1] en [verweerster] leefden al geruime tijd daarvoor gescheiden van elkaar. Al in 2016 hebben [naam 1] en [verweerster] – tevergeefs – geprobeerd om de voorgenomen scheiding via mediation te regelen. Vanaf dat moment is [verweerster] ook vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden met behoud van loon. [verweerster] en [naam 1] hadden nog wel contact met elkaar in verband met het verzorgen van hun kinderen en het regelen van huishoudelijke taken. 3Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoeker] verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding met toekenning aan [verweerster] van de transitievergoeding van € 16.416,00 bruto. [verzoeker] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat de (verbroken) persoonlijke relatie tussen [naam 1] en [verweerster] meebrengt dat ook sprake is van een ernstige en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. 3.2. [verweerster] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Zij voert aan – samengevat – dat de arbeidsrelatie niet ernstig en duurzaam is verstoord. Volgens [verweerster] zijn er mogelijkheden om de arbeidsrelatie voort te zetten. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerster] om toekenning van een billijke vergoeding van € 6.021,61 en om [verzoeker] te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding van € 26.640,53. 4De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. 4.2. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. 4.3. De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht. 4.4. [verzoeker] stelt dat er tussen [naam 1] – (indirect) directeur-grootaandeelhouder van [verzoeker] – en [verweerster] (werkneemster bij [verzoeker] ) ernstige privéproblemen spelen. Weliswaar voert [verweerster] aan dat deze problemen wel meevallen en dat zij en [naam 1] met name een verschil van mening hebben over de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk, maar uit de processtukken leidt de kantonrechter iets anders af. Zo schrijft (de gemachtigde) van [verweerster] in een verweerschrift in de echtscheidingsprocedure (productie 7 van [verzoeker] ) onder meer het volgende: “(…) Dat was voor de man reden om alle kleding van de vrouw in te pakken en aan een transporteur mee te geven ter bezorging bij de moeder van haar vriend. De vrouw stond weliswaar versteld van deze actie van de man, maar tegelijkertijd is het tekenend voor zijn omgang met de vrouw. De Man beslist en doet wat hij wil. De vrouw heeft bij hem niets te zeggen. (…) Dat waren bepaald onprettige gesprekken met veel denigrerende opmerkingen van de man naar de vrouw toe. (…) De volgende dag is de vrouw op verzoek van de kinderen naar de man gegaan met hen in de hoop dat een normaal gesprek mogelijk zou zijn. De man had er geen zin in (…) De vrouw gaf aan niet weer te vertrekken en de kinderen zo in het ongewisse te laten. De man ging sarcastisch lachen en zei de politie te gaan bellen om de vrouw uit huis te laten verwijderen. De vrouw zei dit een goed idee te vinden en heeft met de kinderen en haar partner gewacht op de politie. De politie heeft bij die gelegenheid met [naam 2] en [naam 3] gesproken en vervolgens bij Jeugdzorg (veilig thuis) een zorgmelding gedaan. (…) De man stelt nog dat communicatie niet mogelijk is tussen partijen. De vrouw heeft vele pogingen gedaan om tot een regeling in der minne te komen, maar afspraken worden met voeten getreden (…) Het betreft hier een vechtscheiding.”. 4.5. In voormeld citaat staat onder meer dat (de gemachtigde van) [verweerster] de echtscheiding kwalificeert als een vechtscheiding. Uit het verzoekschrift volgt dat ook [naam 1] de echtscheiding zo kwalificeert en dat volgens hem hij en [verweerster] elkaar niet meer kunnen luchten of zien. Verder blijkt uit de stukken dat [naam 1] [verweerster] onder meer verwijt dat zij is vreemdgegaan, heeft gelogen en geen oog heeft gehad voor de belangen van de kinderen. 4.6. Uit het bovenstaande leidt de kantonrechter af dat [naam 1] en [verweerster] verwikkeld zijn (geweest) in een moeizame echtscheiding die al geruime tijd (sinds 2016) loopt. Verder maken [naam 1] en [verweerster] elkaar over en weer verwijten en is er wederzijds sprake van een grote mate van wantrouwen. Hierdoor is het voor [naam 1] en [verweerster] moeilijk om op een normale wijze contact met elkaar te hebben. Een en ander heeft de kantonrechter ook geconstateerd tijdens de mondelinge behandeling op 25 oktober 2023. 4.7. In deze arbeidszaak draait het om de vragen of de privéproblemen tussen [naam 1] en [verweerster] zodanig zijn, dat deze doorwerken in de arbeidsovereenkomst op een wijze dat dit moet leiden tot het einde van de arbeidsovereenkomst. 4.8. Gezien: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.