RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/277081-22 vonnis van de meervoudige kamer van 9 april 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1978 te [plaats 1] ( [land] ) wonende te [woonadres] raadsman mr. C.J.M. Jansen, advocaat te Tilburg 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 maart 2024, waarbij de officier van justitie, mr. E. van Aalst, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte heeft geprobeerd om [slachtoffer] zwaar te mishandelen. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vindt bewezen dat verdachte het feit heeft gepleegd. Verdachte heeft de keel van zijn toenmalige buurman dichtgeknepen. Er is daarbij door verdachte behoorlijk veel kracht uitgeoefend en verdachte heeft zelf verklaard dat hij inschat dat het dichtknijpen van de keel dertig seconden heeft geduurd. Opvallend is ook dat verdachte in eerste instantie tegen de politie heeft gezegd dat hij bijna iemand had vermoord. Als je met kracht dertig seconden de keel dichtknijpt van een broze, oudere man dan is er sprake van een poging zware mishandeling. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken. Over de kracht, duur en intensiteit van de handelingen is te weinig bekend om te kunnen spreken van een aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel. Dat er striemen zijn aangetroffen in de hals van het slachtoffer maakt dit niet anders. Het slachtoffer was een oudere man en oudere personen krijgen eerder een bloeduitstorting. Er zijn ook geen kneuzingen of blauwe plekken op de adamsappel aangetroffen en het slachtoffer heeft niet het bewustzijn verloren. 4.2.1 De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht. 4.2.2 De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs De rechtbank stelt vast dat er een incident heeft plaatsgevonden tussen verdachte en zijn toenmalige buurman. Bij dit incident heeft verdachte de keel van zijn buurman dichtgeknepen, waardoor deze geen lucht meer kreeg. De rechtbank moet beoordelen of verdachte zich door het dichtknijpen van de keel schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. Voor een bewezenverklaring is nodig dat er sprake is van opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Dat kan het geval zijn wanneer de dader willens en wetens handelt (‘vol opzet’), maar ook als sprake is van voorwaardelijk opzet. In het dossier bevinden zich geen aanwijzingen dat er sprake was van vol opzet bij verdachte. Van voorwaardelijk opzet is sprake indien verdachte bewust de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg, in dit geval zwaar lichamelijk letsel, intreedt heeft aanvaard. De rechtbank overweegt hierover als volgt. De rechtbank stelt voorop dat niet elk dichtknijpen van de keel een aanmerkelijke kans oplevert op zwaar lichamelijk letsel. Of deze gedraging – het dichtknijpen van de keel – de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Uit het dossier kan niet exact worden vastgesteld hoe lang het dichtknijpen van de keel heeft geduurd. Verdachte heeft hierover zelf wisselend verklaard. Eerst zou het om twee minuten gaan, maar later heeft verdachte verklaard dat het dertig seconden was. Het slachtoffer heeft aangegeven niet te weten hoe lang het duurde. Het slachtoffer heeft aan de politie verteld dat hij geen adem kreeg, en dat verdachte harder en harder begon te knijpen. Hij heeft tevergeefs geprobeerd verdachte van zich af te duwen. Hij was er van overtuigd dat hij dood zou gaan en heeft zijn urine laten lopen. Met zijn laatste krachten kon hij aftikken. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de keel van de buurman geruime tijd werd dichtgeknepen. Uit beide verklaringen volgt dat er geen sprake was van een incident dat slechts enkele seconden duurde. Dat het dichtknijpen met kracht gebeurde volgt ook uit het dossier. Uit de verklaring van verdachte volgt dat hij het slachtoffer pas heeft losgelaten toen hij zag dat zijn hoofd rood aanliep. Het slachtoffer heeft aangegeven dat het pijn deed. De kracht waarmee de keel werd dichtgeknepen en de duur hiervan waren dus in ieder geval lang genoeg om kennelijk van bloedstuwing en zuurstoftekort te kunnen spreken. Daarnaast heeft het dichtknijpen, zo leidt de rechtbank af uit de foto, letsel in de vorm van bloeduitstortingen veroorzaakt. De rechtbank is gelet op bovenstaande van oordeel dat er een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel door het dichtknijpen van de keel is ontstaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat het dichtknijpen van de keel zuurstofgebrek of hersenbeschadiging tot gevolg kan hebben. In de hals bevinden zich meerdere vitale bloedvaten en de luchtpijp. Daarbij komt dat ouderen kwetsbaarder zijn. Deze wetenschap mag bij verdachte bekend worden verondersteld. Verdachte was naar eigen zeggen buiten zinnen en heeft pas losgelaten toen hij schrok van het feit dat het hoofd van zijn buurman rood was. Hij heeft gezien dat het slachtoffer in ademnood kwam. Het handelen van verdachte is naar uiterlijke verschijningsvorm zo gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dat verdachte hiermee de kans dat dit letsel zou ontstaan bewust heeft aanvaard. Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigen bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging zware mishandeling. 4.3 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 27 oktober 2022 te [plaats 2] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, de keel van die voornoemde [slachtoffer] heeft vast gepakt en vervolgens de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en gedurende enige tijd dichtgeknepen heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid 5.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert voor wat betreft de toerekenbaarheid aansluiting te zoeken bij het rapport van de psycholoog en de feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. 5.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit ten aanzien van de toerekenbaarheid aansluiting te zoeken bij het rapport van de psycholoog en de feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. 5.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft kennisgenomen van de rapportage van psycholoog drs. [naam] van 3 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.