← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:2353

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/420206 FA RK 24-1241 datum uitspraak: 8 april 2024 beschikking betreffende voorlopige voorzieningen in de zaak van [de vrouw] , wonende op een voor de rechtbank bekend adres, hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. M. Flipse, en [de man] , wonende te [woonplaats], hierna te noemen de man, advocaat mr. D. Abd Rabou.

  1. Het procesverloop 1.
  2. Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 14 maart 2024 ontvangen verzoekschrift; - het op 25 maart 2024 ontvangen verweerschrift met bijlagen. 1.
  3. De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 25 maart
  4. Bij die gelegenheid zijn verschenen de man, zijn advocaat en de advocaat van de vrouw. De vrouw, bijgestaan door een tolk, was aanwezig via een Teams-verbinding. 2Het verzoek De vrouw verzoekt nu, samengevat, - toevertrouwing van de minderjarigen aan haar; - vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen van € 25,= per maand per kind (hierna: kinderbijdrage). 3De beoordeling 3.
  5. Deze zaak heeft internationaal privaatrechtelijke aspecten. De rechtbank heeft die ambtshalve beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat haar rechtsmacht toekomt en dat zij naar Nederlands recht dient te beslissen op de verzoeken. Toevertrouwing van de minderjarigen 3.
  6. De vrouw verzoekt de toevertrouwing van de zes minderjarige kinderen van partijen aan haar. De man kan zich met dit verzoek verenigen. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw toewijzen, nu dit ook in het belang van minderjarigen is. Kinderbijdrage 3.
  7. De vrouw heeft op de mondelinge behandeling haar verzoek gewijzigd, in die zin dat zij nu verzoekt een kinderbijdrage vast te stellen van € 25,= per maand per kind. 3.
  8. De man voert verweer. Hij is van mening, primair, dat hij geen enkele draagkracht heeft gelet op de door hem overgelegde aangifte inkomstenbelasting
  9. In 2023 heeft hij aanvankelijk een uitkering op grond van de Participatiewet genoten. In mei 2023 is hij een eenmanszaak gestart, maar die heeft tot op heden verlies gedraaid. Verder heeft hij vier maanden in het buitenland verbleven. Hij heeft geleefd van het geld van familieleden. Subsidiair stelt hij zich op het standpunt dat de kinderbijdrage op maximaal € 50,= per maand kan worden vastgesteld gelet op de aanbeveling in het rapport van de Expertgroep Alimentatie. Hij merkt nog op dat indien een te hoge bijdrage wordt vastgesteld en hij deze niet kan voldoen, de vrouw zal worden gekort op haar uitkering ingevolge de Participatiewet. 3.
  10. De rechtbank overweegt als volgt. De man, zijnde de niet-verzorgende ouder van de zes minderjarige kinderen van partijen, heeft op basis van de overgelegde belastingaangifte een inkomen lager dan € 1.815,= netto per maand. Dit betekent dat in deze procedure, gericht op het treffen van een ordemaatregel, zal worden uitgegaan van een minimum draagkracht van € 50,= per maand, in aansluiting op genoemde aanbeveling van de Expertgroep Alimentatie. Dit leidt aldus tot een kinderbijdrage van € 8,33 per maand per kind. De ingangsdatum zal worden bepaald op de datum van deze beschikking. De rechtbank herhaalt hierbij, hetgeen ook al ter zitting is opgemerkt, dat van de man wordt verwacht dat hij zich maximaal inspant om een hoger inkomen te verwerven om in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen te voorzien, ook als dat betekent dat hij een aanstelling in loondienst moet aanvaarden. 3.
  11. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open. Ingevolge artikel 824 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan alleen cassatie in het belang der wet worden ingesteld. Hoger beroep is dus niet mogelijk. Dit betekent dat deze beslissing directe werking heeft. 4De beslissing De rechtbank bepaalt dat aan de vrouw worden toevertrouwd de minderjarigen [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2012 te [geboorteplaats 1], [land], [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2014 te [geboorteplaats 1], [land], [minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2015 te [geboorteplaats 1], [land], [minderjarige 4], geboren op [geboortedag 4] 2016 in [geboorteplaats 2], [minderjarige 5], geboren op [geboortedag 5] 2018 in [geboorteplaats 2], [minderjarige 6], geboren op [geboortedag 6] 2023 in [geboorteplaats 2]; bepaalt dat de door de man te betalen bijdrage voor de verzorging en opvoeding van genoemde minderjarigen met ingang van de datum van deze beschikking wordt vastgesteld op € 8,33 (acht euro en drieëndertig cent) per maand per kind, aan de vrouw bij vooruitbetaling te voldoen; weigert het meer of anders verzochte, Deze beschikking is gegeven door mr. Struijs, en, in tegenwoordigheid van mr. Tillie, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 april 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.