← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:2441

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/1834 WMO VV uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 april 2024 in de zaak tussen [verzoekster], uit [plaats], verzoekster en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (het college), verweerder. Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster over de toekenning van een vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 1.
  2. Het college heeft met het besluit van 29 augustus 2023 (bestreden besluit) verzoekster in aanmerking gebracht voor een vervoersvoorziening, te weten een scootmobiel in bruikleen voor de periode van 29 augustus 2023 tot en met 28 februari
  3. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 1.
  4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en namens het college mr. E. Percin en [naam]. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 2.
  6. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 2.
  7. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Feiten
  8. Verzoekster heeft op 31 juli 2023 een aanvraag ingediend voor een vervoersvoorziening op grond van de Wmo. 3.
  9. Het college heeft met het besluit van 29 augustus 2023 verzoekster in aanmerking gebracht voor een vervoersvoorziening, te weten een scootmobiel in bruikleen voor de periode van 29 augustus 2023 tot en met 28 februari
  10. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt omdat de toegekende scootmobiel niet geschikt is. 3.
  11. Op 4 oktober 2023 heeft verzoekster zich opnieuw bij het college gemeld voor een vervoersvoorziening wegens gewijzigde omstandigheden. Daarbij heeft zij aangegeven dat de toegekende scootmobiel niet voldoet. Uit onderzoek van het college daarnaar is naar voren gekomen dat verzoekster geen gebruik kan maken van een standaard scootmobiel met gaspedaal en/of aangepast stuur. Op 9 november 2023 heeft verzoekster met succes een Scoozy scootmobiel (met joystick) getest. Het verzoek
  12. Verzoekster voert, kort gezegd, aan dat zij met het indienen van de voorlopige voorziening wil bereiken dat een Scoozy scootmobiel aan haar wordt verstrekt. Verzoekster stelt dat de verstrekking van een geschikte en gewenste scootmobiel inmiddels is toegezegd maar dat het college weigert de factuur uit te betalen. 4.
  13. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit verzoek enkel connex is aan de bezwaarprocedure tegen het besluit van 29 augustus 2023 over de scootmobiel (en niet ook aan de beroepsprocedure over de aanvraag van verzoekster voor een aangepaste auto). Bij het verzoekschrift heeft verzoekster het besluit van 29 augustus 2023 en het bezwaar daartegen overgelegd. Verweer
  14. Het college bestrijdt niet dat verzoekster een scootmobiel nodig heeft om in haar vervoersbehoefte te voorzien en dat een reguliere scootmobiel niet geschikt is voor haar. Een scootmobiel met joystick is dat wel. Om voor die scootmobiel in aanmerking te komen moet verzoekster volgens het college een (nieuwe) aanvraag indienen en kan, zolang zij dat niet doet, deze niet verstrekt worden. Spoedeisend belang
  15. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een vervoersprobleem heeft. Daarmee is gegeven dat zij een spoedeisend belang heeft. Overwegingen
  16. Bij het nemen van een beslissing op een verzoek om een voorlopige voorziening speelt een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er een redelijke mate van waarschijnlijkheid is dat het besluit in de bezwaarprocedure niet in stand zal kunnen blijven. Tussen partijen staat namelijk niet ter discussie dat de bij het bestreden besluit toegekende scootmobiel voor verzoekster niet geschikt is. In het onderzoeksverslag van 20 november 2023 is vermeld dat verzoekster niet gebruik kan maken van een stuur van een scootmobiel of een aangepast stuur op een scootmobiel vanwege hand, arm en schouderklachten. 7.
  17. Verder zijn partijen het er (inmiddels) over eens dat verzoekster in aanmerking komt voor een scootmobiel met joystick. Het college is echter van mening dat verzoekster voor toekenning van de scootmobiel met joystick een nieuwe aanvraag moet indienen. Ter zitting heeft het college toegelicht dat de reden hiervoor is dat deze scootmobiel niet in bruikleen kan worden verstrekt, maar alleen in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) dat moet worden aangevraagd. Verzoekster meent dat zij geen nieuwe aanvraag hoeft te doen, omdat zij al een aanvraag voor een scootmobiel heeft gedaan, waarop de bezwaarprocedure ziet. Ter zitting heeft verzoekster aangegeven dat zij in overleg met het college de offerte voor de scootmobiel met joystick heeft ondertekend en daaruit haar akkoord met de leveringsvorm van een pgb blijkt. 7.
  18. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen nieuwe aanvraag nodig is, voordat het college kan beslissen over toekenning van een scootmobiel met joystick aan verzoekster. De door verzoekster gevraagde scootmobiel met joystick ziet op dezelfde hulpvraag als die in bezwaar voorligt, namelijk het lokaal verplaatsen per vervoersmiddel. Welke voorziening een passende bijdrage levert ter compensatie van beperking in zelfredzaamheid en participatie moet in de heroverweging in de bezwaarprocedure worden betrokken, evenals de leveringsvorm. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat een besluit op grond van de Wmo 2015 over het verstrekken van een maatwerkvoorziening zowel een beslissing over de aard, noodzaak en omvang van de maatschappelijke ondersteuning betreft als een beslissing over de realisering daarvan in de vorm van zorg in natura of een persoonsgebonden budget. 7.
  19. Bovendien heeft verzoekster erop gewezen dat zij de offerte van 15 november 2023 voor de scootmobiel met joystick heeft ondertekend om aan te geven dat ze akkoord is met een pgb hiervoor. Ook op zitting heeft verzoekster aangegeven dat zij instemt met levering van de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb. Het college heeft daarop aangegeven dat de nu door verzoekster op de zitting gegeven instemming volstaat om een beslissing te kunnen nemen over het pgb voor de scootmobiel met joystick. Conclusie en gevolgen
  20. Hieruit volgt dat het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar niet in stand zal blijven en dat moet worden aangenomen dat een scootmobiel met joystick voor verzoekster een adequate vervoersvoorziening is, zodat er aanleiding is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Gelet op de belangen van verzoekster en de verwachte uitkomst van de bezwaarprocedure bepaalt de voorzieningenrechter dat het college ervoor moet zorgdragen dat verzoekster binnen vier weken na dagtekening van deze uitspraak kan beschikken over een scootmobiel met joystick. 8.1 Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten. Beslissing De voorzieningenrechter:  wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat wordt bepaald dat het college ervoor moet zorgdragen dat verzoekster binnen vier weken na dagtekening van deze uitspraak over een scootmobiel met joystick kan beschikken.  bepaalt dat het college het griffierecht van € 51,- aan verzoekster moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.B. Both, griffier op 10 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Vergelijk de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 17 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1434.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.