RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Middelburg parketnummer : 02-067669-22 raadkamernummers: 23-030324 en 23-030325 beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteland] , wonende op het [woonadres] , hierna te noemen: de verzoeker. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van: - € 130,00, € 130,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling; het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van € 340,00 dan wel € 680,00 zijnde de kosten met betrekking tot het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift in raadkamer; het aantekening mondeling vonnis d.d. 4 september 2023 waarin verzoeker is vrijgesproken; de schriftelijke reactie van de officier van justitie. Op 11 maart 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. J. Castelein en verzoeker gehoord. 2De standpunten De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Verzoeker is nimmer in verzekering gesteld, zodat hij geen recht heeft op een vergoeding op grond van artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering. Dat maakt tevens dat verzoeker geen recht heeft op de forfaitaire vergoeding, zodat het verzoek in zijn geheel moet worden afgewezen. Namens verzoeker is aangevoerd dat de toelichting hem duidelijk is en dat hij hiervan niet op de hoogte was en er vanuit ging dat hij recht had op de door hem gevraagde vergoeding. De rechtbank overweegt als volgt. De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd. Ingevolge artikel 533 Sv kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden. Verzoeker vraagt een vergoeding voor 1 dag omdat hij één dag is opgehouden voor verhoor. Ingevolge artikel 533 Sv heeft een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd recht op een schadevergoeding voor die dagen die onterecht in detentie zijn doorgebracht. Verzoeker is nimmer in verzekering gesteld, zodat hij niet voor een vergoeding op grond van artikel 533 Sv in aanmerking komt. Het verzoek zal worden afgewezen. Nu het verzoek tot toekennen van een vergoeding wordt afgewezen, wijst de rechtbank ook het verzoek tot het toekennen van een forfaitaire vergoeding voor het indienen en de behandeling van het verzoekschrift in raadkamer af. 4De beslissing De rechtbank: De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding af. Deze beslissing is op 25 maart 2024 gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2024. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing ex artikel 533 en ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.