RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Middelburg parketnummer : 02-113565-23 raadkamernummer : 23-029585 beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker], geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.S. Vriend advocaat te Middelburg, (Postbus 275, 4330 AG Middelburg), hierna te noemen: de verzoeker. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van € 2.663,60, zijnde de kosten voor rechtsbijstand, te vermeerderen met € 680,00 zijnde de kosten met betrekking tot het opstellen, indienen en het behandelen van het verzoekschrift in raadkamer; het aantekening mondeling vonnis d.d. 31 oktober 2023; de schriftelijke reactie van de officier van justitie. Op 11 maart 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. J. Castelein en de gemachtigd raadsman mr. R. Wouters advocaat te Middelburg gehoord. Verzoeker is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling in raadkamer verschenen. De raadsman handhaaft het verzoek om schadevergoeding. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verzoek geheel kan worden toegewezen. 2De beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd. Ingevolge artikel 530 Sv kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij of zij heeft geleden. Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. De rechtbank is van oordeel dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn om het verzoek tot schadevergoeding toe te kennen. Het verzochte bedrag aan rechtsbijstand ter grootte van € 2.663,60 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend. 3De beslissing De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van € 3.343,60. De rechtbank bepaalt dat een bedrag van € 2.663,60 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 1], ten name van Stichting Beheer Derdengelden Wouters & Wouters Advocaten te Middelburg onder vermelding van “[kenmerk]”. De rechtbank bepaalt dat een bedrag van € 680,00 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer 2] ten name van Wouters & Wouters Advocaten te Middelburg onder vermelding van “[kenmerk]”. Deze beslissing is op 2 april 2024 gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2024. Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.