← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:254

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/2777 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 januari 2024 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende (gemachtigde: [gemachtigde] ), en de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de inspecteur op het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020 met [aanslagnummer] H.06.
  2. Belanghebbende heeft het beroep in overleg met de inspecteur ingetrokken. 1.
  3. De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De inspecteur heeft de rechtbank meegedeeld dat belanghebbende terecht aanspraak maakt op een vergoeding van griffierecht en proceskosten gebaseerd op 1 proceshandeling met een gemiddelde zaakzwaarte overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht. 1.
  4. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank
  5. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Geschil
  6. Nu tussen partijen niet in geschil is dat er een proceskostenvergoeding moet worden toegekend, ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen. Welk bedrag aan proceskosten moet de inspecteur aan belanghebbende vergoeden?
  7. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van €
  8. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. De vergoeding bedraagt dan in totaal €
  9. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
  10. Omdat partijen dit ook zijn overeengekomen zal de rechtbank de inspecteur veroordelen tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht. Beslissing De rechtbank: - veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 875 aan proceskosten aan belanghebbende; - bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 50,- aan deze vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 19 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.