RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/416618 / JE RK 23-2137 Datum uitspraak: 22 januari 2024 beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI), gevestigd in Middelburg, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 1 december 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 1 december
- 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 25 januari 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van twaalf maanden, met ingang van 25 januari 2023 en tot 25 januari
- 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 11 augustus 2023 is een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de andere ouder met ouderlijk gezag, te weten de moeder, tot 25 augustus
- Het resterende deel van het verzoek is aangehouden. 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 23 augustus 2023 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met ouderlijk gezag, te weten de moeder, verlengd met ingang van 25 augustus 2023 en tot 25 januari
- 2.
- [minderjarige] verblijft op grond van de laatst genoemde machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder. 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. 3.
- Ook verzoekt de GI, eveneens uitvoerbaar bij voorraad, een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de moeder, voor de duur van een jaar. 4De beoordeling 4.
- Door de GI is bij het verzoekschrift aangegeven dat zij geen behoefte heeft aan een mondelinge behandeling. Door de belanghebbenden is niet gereageerd op de brief van 19 december 2023 van deze rechtbank waarin is vermeld dat, wanneer de belanghebbenden dat wenselijk achten, het verzoek besproken kan worden tijdens een mondelinge behandeling. De kinderrechter acht op grond van de overgelegde stukken een mondelinge behandeling niet nodig. 4.
- Uit de overgelegde stukken blijkt dat er concrete bedreigingen zijn in de ontwikkeling van [minderjarige] , zoals vermeld in het verzoekschrift. Gelet hierop is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarom zal de ondertoezichtstelling met een jaar worden verlengd (artikel 1:260 lid 1 BW). Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de moeder, noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c lid 2 BW). De kinderrechter zal daarom ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar. Deze kinderbeschermingsmaatregelen worden verlengd met ingang van 25 januari 2024 en tot 25 januari
- 4.
- De kinderrechter zal, gelet op de aard van de maatregelen, de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de GI. Dat betekent dat deze beschikking alvast gevolgd moet worden, ook als hiertegen hoger beroep wordt ingesteld. 4.
- Dit leidt tot de volgende beslissing. 5De beslissing De kinderrechter: 5.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar, met ingang van 25 januari 2024 en tot 25 januari 2025; 5.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de moeder, voor de duur van een jaar met ingang van 25 januari 2024 en tot 25 januari 2025; 5.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2024, in aanwezigheid van mr. Hol, griffier. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.