← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:2792

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 23/2874 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 25 april 2024 van de enkelvoudige kamer in het geding tussen: [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar, 1Procesverloop 1.

  1. De heffingsambtenaar heeft bij de uitspraak op bezwaar van 1 mei 2023 het bezwaar van belanghebbende tegen de opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer] (de naheffingsaanslag) ongegrond verklaard. 1.
  2. Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.
  3. De zitting heeft plaatsgevonden op 25 april
  4. Daar zijn verschenen en gehoord belanghebbende, en namens de heffingsambtenaar [naam] . 2Overwegingen 2.
  5. Belanghebbende heeft op 7 maart 2023 een auto van het merk Volkswagen met het [kenteken] geparkeerd op een parkeerplaats aan de Sluisstraat in Breda. Deze plaats is door de gemeente aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. 2.
  6. Tijdens een controle op 7 maart 2023 2022, omstreeks 14.42, is door middel van een scanauto geconstateerd dat geen parkeerbelasting is voldaan voor de zone waarin belanghebbende heeft geparkeerd. 2.
  7. In geschil is of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende de auto heeft geparkeerd. 2.
  8. De rechtbank is van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Hierna licht de rechtbank toe hoe zij tot dit oordeel is gekomen. 2.
  9. Belanghebbende heeft een uitdraai overlegd van de parkeergegevens van de app, waaruit blijkt dat hij parkeergeld heeft betaald voor het tijdsbestek van 13.45 tot en met 15.38 voor een bedrag van €3,57, in zone
  10. Uit de gegevens van de heffingsambtenaar volgt echter dat belanghebbende stond geparkeerd in zone
  11. In zone 21847 geldt voor het eerste half uur gratis parkeren terwijl dat in zone 21884 niet het geval is. Hiermee heeft belanghebbende dus te weinig parkeerbelasting betaald. 2.
  12. De rechtbank overweegt dat dit voor rekening en risico komt van de parkeerder. De parkeerder heeft een onderzoeksplicht om te controleren welk parkeertarief verschuldigd is op de door hem gekozen parkeerlocatie. Daarin is belanghebbende in dit geval tekortgeschoten. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder om ervoor te zorgen dat de verschuldigde parkeerbelasting in de juiste zone wordt betaald. Verder merkt de rechtbank op dat belanghebbende zelf de keuze maakt om de parkeerbelasting via de parkeerapp te voldoen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het de verantwoordelijkheid was van belanghebbende om direct na het aanmelden in de parkeerapp na te gaan of de juiste parkeerzone is gekozen. Zeker nu, zoals belanghebbende ter zitting heeft opgemerkt, er meerdere parkeerzones bij elkaar komen op de locatie waar belanghebbende geparkeerd stond. 2.
  13. De rechtbank twijfelt niet aan de intentie van belanghebbende om te betalen voor het parkeren op desbetreffende locatie. Dat het extra zuur is voor belanghebbende nu hij aan de overzijde gratis kon parkeren in verband met zijn werk is begrijpelijk. 2.
  14. Echter merkt de rechtbank op dat een naheffingsaanslag parkeerbelasting geen boete is maar objectieve belasting. Voor het moeten betalen van parkeerbelasting is dus niet relevant of belanghebbende al dan niet bewust geen parkeerbelasting heeft betaald. Het enkele feit dát er geen of te weinig parkeerbelasting is betaald is voldoende om tot oplegging van een naheffingsaanslag parkeerbelasting over te gaan. De wet biedt geen ruimte om daar in dit geval van af te wijken. . Dit betekent dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De rechtbank verklaart het beroep in deze zaak ongegrond. Beslissing De rechtbank verklaar het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.Z.B. Sterk, rechter, in aanwezigheid van R.P.H. Bukkems, griffier, op 25 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.