← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:2825

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/1984 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2024 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. C.H. Bijvank), en Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen), verweerder. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek (aanvraag) om herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. 1.
  2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
  3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep ontvankelijk?
  4. Als de betrokkene geen ingebrekestelling stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk kan beoordelen. 3.
  5. Eiseres heeft een aanvraag ingediend. Deze aanvraag valt uiteen in een aanvraag om in aanmerking te komen voor de Catshuisregeling en - indien gewenst - in een aanvraag voor de integrale beoordeling. Voor zover eiseres met het beroep heeft bedoeld dat er nog niet tijdig is beslist op de aanvraag voor de Catshuisregeling, stelt de rechtbank vast dat verweerder op 23 maart 2023 hierop reeds heeft beslist. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt en verweerder heeft op 27 december 2023 op dit bezwaar beslist. Het beroep is in zoverre niet-ontvankelijk. 3.
  6. Voor zover het beroep echter is gericht tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag voor de integrale beoordeling, is de rechtbank niet gebleken dat eiseres verweerder rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. De ingebrekestelling van 26 januari 2024, waarnaar eiseres in haar beroepschrift verwijst, gaat namelijk over het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaarschrift gericht tegen de beslissing van 23 maart 2023 over de Catshuisregeling. Zoals onder 3.
  7. is vastgesteld, had verweerder op 27 december 2023 al op dit bezwaar beslist. Conclusie en gevolgen 3.
  8. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissing niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3.
  9. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het niet tijdig beslissing op de integrale beoordeling, niet wegneemt dat verweerder inmiddels had moeten beslissen op de integrale beoordeling en, voor zover hij dit nog niet heeft gedaan, dit zo spoedig mogelijk alsnog dient te doen. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag voor de Catshuisregeling niet-ontvankelijk; verklaart het beroep voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag voor de integrale beoordeling niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 30 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.