vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster II Handelszaken Breda zaaknummer / rolnummer: C/02/409514 / HA ZA 23-267 Vonnis van 1 mei 2024 in de zaak van 1 [eiser 1] , 2. [eiser 2], beiden wonende te [plaats 1] , eisers, advocaat mr. M.W.P. Buers Bakker te Alkmaar, tegen 1 [gedaagde 1] , 2. [gedaagde 2], beiden wonende te [plaats 2] , gedaagden, advocaat mr. J.D. van Rey te Dordrecht. Eisers zullen hierna [eiser 1] en [eiser 2] worden genoemd en gezamenlijk worden aangeduid als [eisers] . Gedaagden zullen hierna [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden genoemd en gezamenlijk worden aangeduid als [gedaagden] . 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 13 september 2023 en de daarin genoemde stukken, de akte overlegging productie 36 zijdens [eisers] , de mondelinge behandeling van 14 maart 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eisers] is in 2016 gestart met de realisatie van een nieuwbouw woning aan [adres] te [plaats 1] (hierna de woning). De woning is ontworpen door de broer van [eiser 1] die als architect werkzaam is bij [architectenbureau] . De opdracht om de woning te bouwen was in eerste instantie verstrekt aan [aannemer 1] , een bedrijf van de zwager van [eiser 1] . Nadat [aannemer 1] failleerde, heeft [eisers] nog met een andere aannemer ( [aannemer 2] ) samengewerkt voordat [gedaagden] in beeld kwam om de woning verder af te bouwen. 2.2. Op 28 juni 2018 heeft [eisers] met de vennootschap onder firma [V.O.F.] , van wie [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de vennoten waren, een aannemingsovereenkomst gesloten voor de verdere (af)bouw van de woning. Op dat moment was de ruwbouw van de woning al gereed. De begane grond, de verdiepingsvloeren en de muren waren al gestort. In de opdrachtbevestiging valt onder andere te lezen (productie 1 bij dagvaarding): “(…) Werkzaamheden worden verricht volgens offerte [kenmerk 1] die is opgemaakt door de volgende Stukken. Constructieberekening C03 d.d. 02-02-2017 Tekening D1 en D2 [architectenbureau] d.d. 20-01-2016 Tekening B 1 [architectenbureau] d.d. 31-03-2017 (…) uitsluitingen: Werkzaamheden en materialen niet nader omschreven en genoemd in begroting. Installatiewerkzaamheden, schilderwerken, bestratingen, grondwerk, afvoeren overtollige grond, slopen gemetselde borstwering en isolatie Werkzaamheden en afvoeren betreffende asbest. (…) 40-005 - MATERIALEN TOEGELEVERD DOOR OPDRACHTGEVER - HIERVOOR GELDT GEEN ENKELE AANSPRAKELIJKHEID VOOR AANNEMER (…) 40-020 - REEDS GELEVERDE WERKZAAMHEDEN EN MATERIALEN VALLEN NIET ONDER ONZE VERANTWOORDING EN AANSPRAKELIJKHEID (…)” 2.3. De algemene voorwaarden van [gedaagden] maken onderdeel uit van de opdrachtbevestiging en daarin is onder andere opgenomen (productie 1 bij dagvaarding): “(…) Artikel 4 – Verplichtingen van [V.O.F.] 1. [V.O.F.] staat ervoor in, dat het werk goed en deugdelijk wordt opgeleverd in overeenstemming met de bepalingen van de overeenkomst en dat het gebruik maakt van deugdelijke werkbewijzen. (…) 3. [V.O.F.] neemt bij de uitvoering van het werk de daarop van toepassing zijnde voorschriften en regelgeving in acht, zoals deze van kracht zijn of zullen zijn ten tijde van de uitvoering van het werk. 4. [V.O.F.] is verplicht de opdrachtgever te wijzen op: onjuistheden in de opgedragen werkzaamheden voor zover het bouwbedrijf deze kent of redelijkerwijs behoort te kennen; onjuistheden in de door de opdrachtgever verlangde constructies en werkwijzen; kenbare gebreken van de (on)roerende zaak waaraan het werk wordt verricht; gebreken in of ongeschiktheid van materialen of hulpmiddelen die door de opdrachtgever ter beschikking zijn gesteld; een en ander voor zover deze zich vóór of tijdens de uitvoering van het werk aan het bouwbedrijf openbaren en [V.O.F.] terzake deskundig moet worden geacht. 5. Indien [V.O.F.] één of meer afspraken niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, is het gehouden de in redelijkheid hiermee verband houdende schade te vergoeden. Artikel 5 – Verplichtingen van de opdrachtgever. 1. De opdrachtgever staat in voor de deugdelijkheid en geschiktheid van de door hem ter beschikking gestelde of voorgeschreven materialen en hulpmiddelen èn voor de juistheid van de door hem verstrekte gegevens. (…) 4. De opdrachtgever draagt het risico voor schade veroorzaakt door: onjuistheden in de opgedragen werkzaamheden; onjuistheden in de door de opdrachtgever verlangde constructies en werkwijzen; kenbare gebreken van de (on)roerende zaak waaraan het werk wordt verricht; gebreken in of ongeschiktheid van materialen of hulpmiddelen die door de opdrachtgever ter beschikking zijn gesteld. Dit doet niet af aan de waarschuwingsplicht van het bouwbedrijf op grond van artikel 4 lid 4. Artikel 6 – Garanties en garantievoorwaarden. 1. Oplevertermijn 3 maanden na oplevering 2. op nieuwbouw, metselwerk en daken 6 jaar 3. op verborgen gebreken constructie 10 jaar ( muv werkzaamheden uitgevoerd door [aannemer 1] ) 4. kozijnen en dubbel glas 2 jaar 5. hang en sluitwerk 2 jaar 6. wand en vloertegelwerk 2 jaar 7. stucwerk 1 jaar (…)” 2.4. Op 20 augustus 2018 is [gedaagden] met het werk aangevangen. De werkzaamheden zijn regelmatig tussentijds geïnspecteerd door een bouwkundig adviseur, de heer [naam 1] , die door [eisers] was ingeschakeld om toezicht te houden op de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden. 2.5. De woning is op 1 juli 2019 opgeleverd. Een bouwkundige van Vereniging Eigen Huis heeft daarbij een “Rapport Opleveringskeuring” (hierna het opleverrapport) opgesteld dat door partijen is ondertekend. Het opleverrapport (productie 2 bij dagvaarding) maakt melding van 44 door Vereniging Eigen Huis geconstateerde gebreken. In het rapport is opgenomen dat [gedaagden] zich akkoord verklaart met de in het rapport geregistreerde gegevens en dat hij verklaart de daarin genoemde tekortkomingen uiterlijk binnen 3 maanden te herstellen. [gedaagden] is vervolgens overgegaan tot herstel van een deel van de in het rapport genoemde gebreken. 2.6. Bij brief van 27 maart 2020 (productie 3 bij dagvaarding) heeft [eisers] [gedaagden] gesommeerd om 22 in het opleverrapport genoemde punten, die op dat moment nog niet waren opgelost, te verhelpen. Bovenop de nog openstaande punten uit het opleverrapport, wijst [eisers] nog op 7 overige punten die op 28 oktober 2019 bij [gedaagden] zijn gemeld en nog niet zijn opgepakt, waaronder het ervaren van tocht langs de kozijnen. 2.7. [gedaagden] heeft vervolgens een aantal van de in voormelde brief genoemde opleverpunten hersteld en bij e-mail van 14 april 2020 laten weten dat zijn gezondheid het nog niet toelaat direct andere zaken op te lossen (productie 4 bij dagvaarding). 2.8. Bij brief van 6 mei 2020 heeft [eisers] [gedaagden] nogmaals in de gelegenheid gesteld om 16 daarin genoemde opleverpunten, alsmede de 7 aanvullende punten zoals weergegeven in de brief van 27 maart 2020, te herstellen. Tot slot maakt [eisers] in deze brief melding van drie nieuwe klachten (productie 5 bij dagvaarding). 2.9. Bij brief van 24 mei 2020 laat [gedaagden] weten werkzaamheden te willen laten uitvoeren door een derde en geeft hij aan welke van de door [eisers] gestelde gebreken volgens hem niet onder zijn verantwoordelijkheid vallen (productie 6 bij dagvaarding). 2.10. De door [gedaagden] ingeschakelde derde (de heer [naam 2] ) heeft vervolgens enkele opleverpunten verholpen. Op 7 juni 2020 stuurt de heer [naam 2] aan [eisers] een overzicht van de op dat moment wel en nog niet verholpen punten (productie 7 bij dagvaarding) 2.11. Bij e-mail van 30 augustus 2020 geeft de heer [naam 2] aan de samenwerking met [gedaagden] te hebben gestopt (productie 8 bij dagvaarding). 2.12. Bij brief van 8 september 2020 heeft [eisers] aan [gedaagden] laten weten de overeenkomst te ontbinden in de staat van uitvoering waarin deze zich op dat moment bevond en dat een deskundige zal worden ingeschakeld om de schade die [eisers] daardoor lijdt te laten begroten (productie 9 bij dagvaarding). 2.13. [eisers] heeft vervolgens DEKRA Experts (hierna Dekra) ingeschakeld die op 25 september 2020 in aanwezigheid van partijen de woning heeft onderzocht. Dekra heeft van haar onderzoek een rapport met datum 13 oktober 2020 opgesteld (hierna ook wel te noemen het eerste Dekra rapport) waarin 53 gebreken worden opgesomd en waarvan de totale herstelkosten op € 35.150,00 inclusief btw worden begroot (productie 11 bij dagvaarding). Een groot deel van de door Dekra geconstateerde gebreken ziet op gebreken die niet in het opleverrapport van Vereniging Eigen Huis zijn opgenomen. 2.14. [eisers] heeft vervolgens de firma QuattroExpertise (hierna Quattro) ingeschakeld om, in verband met het ervaren van geluidshinder, een geluidsonderzoek in de woning uit te voeren. Quattro concludeert in haar rapport dat sprake is van een overschrijding van de grenswaarden conform de richtlijnen. Quattro is van mening dat het omgevingsgeluid niet langs de raam- of deurkozijnen van de woning binnentreedt, maar via de dakconstructie de woning lijkt binnen te komen. Quattro adviseert om de dakconstructie nader te laten inspecteren om de oorzaak van geluidshinder te achterhalen (productie 12 bij dagvaarding). 2.15. [eisers] heeft vervolgens de firma [onderzoeksinstituut] ingeschakeld voor verder onderzoek naar geluidshinder en tocht. [onderzoeksinstituut] concludeert in haar rapport dat op zeer veel posities sprake is van luchtlekkages wat tochtklachten, warmteverlies en geluidsoverlast veroorzaakt. De woning voldoet volgens [onderzoeksinstituut] niet aan de gestelde luchtdoorlatingseis uit het Bouwbesluit (productie 13 bij dagvaarding). 2.16. Bij brief van 10 maart 2021 heeft [eisers] [gedaagden] een nadere ingebrekestelling gestuurd voor geconstateerde gebreken die niet in het opleverrapport stonden vermeld en [gedaagden] de gelegenheid geboden deze punten te herstellen conform de bijgevoegde rapporten van Quattro en [onderzoeksinstituut] . Tot slot wordt in de brief medegedeeld dat de woning last heeft van knallende dakplaten en dat ook op dit punt sprake is van een ondeugdelijke uitvoering van het werk, nu [gedaagden] het dak heeft opgeleverd (productie 14 bij dagvaarding). 2.17. Bij e-mail van 6 april 2021 laat [gedaagden] weten alleen het opleverrapport te erkennen en dat hij voor de overige gestelde gebreken een contra expertise wenst (productie 17 bij dagvaarding). 2.18. Op 4 augustus 2021 heeft Dekra de ervaren problemen in de vorm van knallende dakplaten, tocht en warmteverlies nader onderzocht. Na Dekra daartoe meermaals te hebben aangeschreven, heeft [gedaagden] op 18 oktober 2022 het rapport van Dekra ontvangen. In dit rapport (hierna ook wel te noemen het tweede Dekra rapport) valt o.a. te lezen (productie 23 bij dagvaarding): “(…) Ten tijde van onze inspectie (…) was sprake van zonnige weersomstandigheden en hebben wij geen geluiden kunnen waarnemen uit de dakconstructie die gekenmerkt zouden kunnen worden als knallende dakplaten. Door ons zijn in het geheel geen geluiden waargenomen van de dakconstructie dan wel de constructie van het pand. (…) Het grootste gebrek dat aanwezig is bestaat uit de aanwezigheid van niet luchtdichte constructies met name in de dakafwerkingen. Dit leidt tot geluidsoverlast afkomstig van buiten de woning en warmteverlies vanuit de woning naar buiten. Zie hiervoor de u bekende rapporten. Het is niet meer dan aannemelijk dat de sandwichpanelen die aanwezig zijn op het zadeldak niet volgens de regels der kunst zijn geplaatst waardoor deze problemen worden veroorzaakt. De gebrekkige montage hiervan zal ook hebben geleid tot het op zijn tijd “knallen” van het dak. Het plaatsen van afdichtingen in de kapconstructie zal zonder meer leiden tot een reductie van warmteverlies en reductie tot geluidsoverlast. Het zogenoemde “knallen” van het dak zal hierdoor niet worden voorkomen. Dit gebrek kan worden opgelost door de gehele kapconstructie te verwijderen en opnieuw te plaatsen.(…)” De totale kosten voor het verwijderen en opnieuw plaatsen van de kapconstructie schat Dekra op € 127.500,00 exclusief btw. 2.19. Bij brief van 19 oktober 2022 heeft [eisers] het tweede rapport van Dekra aan [gedaagden] toegezonden, hem in gebreke gesteld voor de daarin genoemde verborgen gebreken en [gedaagden] gesommeerd om binnen drie maanden voor herstel van het dak zorg te dragen zodat geen sprake meer is van een niet luchtdichte constructie, geluidsoverlast en warmteverlies (productie 24 bij dagvaarding). 2.20. Op 8 november 2022 heeft Dekra de begroting van haar eerste rapport (het rapport van 13 oktober 2020) herzien en adviseert zij om, gezien prijsstijgingen van grondstoffen en materialen, het in 2020 genoemde herstelbedrag te indexeren met 17% (productie 27 bij dagvaarding). 2.21. Partijen hebben vervolgens gecorrespondeerd over een contra-expertise die uiteindelijk niet meer heeft plaatsgevonden. 3Het geschil 3.1. [eisers] vordert, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht verklaart dat [gedaagden] jegens [eisers] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de contractuele verplichtingen voortvloeiend uit de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst, II. [gedaagden] veroordeelt tot betaling van € 41.125,50 aan schadevergoeding voor gebreken uit het eerste Dekra rapport, te vermeerderen met wettelijke rente, III. [gedaagden] veroordeelt tot betaling van € 154.275,00 aan schadevergoeding voor gebreken aan het dak zoals genoemd in het tweede Dekra rapport, te vermeerderen met wettelijke rente, IV. [gedaagden] veroordeelt tot betaling van € 10.703,45 aan deskundigenkosten, V. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 2.317,75 aan incassokosten, VI. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. [eisers] legt – kort weergegeven – aan zijn vorderingen ten grondslag dat [gedaagden] tekortgeschoten is in de nakoming van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst. [eisers] meent dat een aantal opleverpunten niet hersteld is en dat daarnaast sprake is van verborgen gebreken. [gedaagden] is in de gelegenheid gesteld om deze gebreken te herstellen, maar heeft daaraan geen gevolg gegeven, zodat hij in verzuim verkeert en [eisers] terecht aanspraak maakt op vervangende schadevergoeding. Daarnaast dient [gedaagden] de kosten voor de ingeschakelde deskundigen, de incassokosten en proceskosten te vergoeden, aldus [eisers] . 3.3. [gedaagden] voert verweer en betwist de vordering grotendeels. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Deze zaak ziet op de vraag of [eisers] wegens de aangevoerde gebreken in het door [gedaagden] uitgevoerde werk recht heeft op vervangende schadevergoeding. 4.2. Partijen zijn het erover eens dat de overeenkomst die zij zijn aangegaan kwalificeert als aanneming van werk, zodat daarop Boek 7, Titel 12 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing is. 4.3. [eisers] heeft de gestelde tekortkomingen (gebreken) van [gedaagden] nader onderbouwd door overlegging van rapporten van Dekra, Quattro en [onderzoeksinstituut] . De tekortkomingen betreffen volgens [eisers] de volgende categorieën: [gedaagden] heeft nog niet alle opleverpunten uit het opleverrapport hersteld, Dekra heeft na oplevering in haar eerste rapport verschillende gebreken vastgesteld die niet in het opleverrapport zijn opgenomen, uit het tweede rapport van Dekra volgt dat de woning last heeft van knallende dakplaten, uit de rapporten van Quattro en [onderzoeksinstituut] volgt dat de woning last heeft van luchtlekkages wat geluidsoverlast, tochtklachten en warmteverlies veroorzaakt. 4.4. De rechtbank zal hierna beoordelen of en in hoeverre [gedaagden] zijn verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst al dan niet (deugdelijk) is nagekomen. De rechtbank zal daarbij de door Dekra en partijen gehanteerde nummering van de gestelde gebreken aanhouden. De gebreken met de nummers 14, 15, 17, 18, 19, 22, 37, 38, 41 en 45 van het eerste Dekra rapport behoeven in dit vonnis geen bespreking meer, omdat zij al zijn hersteld of door [eisers] in deze procedure niet (meer) als gebrek zijn aangemerkt. Nog niet herstelde opleverpunten uit het opleverrapport 4.5. Tussen partijen is niet in geschil dat het werk op 1 juli 2019 is opgeleverd. In het opleverrapport staat dat [gedaagden] de 44 daarin opgesomde gebreken uiterlijk binnen drie maanden zal herstellen. Voor zover [gedaagden] zich nu op het standpunt stelt dat in het opleverrapport gebreken staan opgenomen die niet aan hem kunnen worden toegerekend, wordt dit verweer gepasseerd. [gedaagden] is op grond van het opleverrapport gehouden de daarin genoemde gebreken te herstellen. [gedaagden] heeft daarvoor in het opleverrapport getekend en heeft dat ook nadien nog expliciet erkend, onder andere in zijn e-mail van 6 april 2021. 4.6. De gebreken genoemd onder nummers 12, 13 en 21 van het eerste Dekra rapport staan in het opleverrapport vermeld en worden door [gedaagden] erkend. De rechtbank stelt vast dat daarnaast ook de door Dekra genoemde gebreken met de nummers 3, 4, 5, 8, 9, 10, 16, 23, 24, 28, 32, 35, 36 en 46 in het opleverrapport staan zodat vaststaat dat [gedaagden] op deze punten tekortgeschoten is. Ook staat vast dat [gedaagden] ten tijde van het uitbrengen van de omzettingsverklaring in verzuim verkeerde, omdat uit het opleverrapport van 1 juli 2019 volgt dat [gedaagden] de gebreken als vermeld in het rapport binnen drie maanden zal herstellen, en dat is niet gebeurd. 4.7. Dekra heeft de herstelkosten voor de hiervoor genoemde gebreken in haar eerste rapport begroot op een totaalbedrag van € 15.277,50 inclusief btw. [gedaagden] heeft de hoogte van deze kosten niet, althans niet gemotiveerd betwist. [eisers] stelt dat deze in 2020 geraamde herstelkosten nog met 17% moeten worden geïndexeerd wegens prijsstijgingen. Ter onderbouwing van die indexering heeft [eisers] een brief van Dekra overgelegd (productie 27 bij dagvaarding). [gedaagden] heeft de juistheid daarvan betwist omdat een onderbouwing ontbreekt en niet is aangetoond dat er geïndexeerd zou moeten worden op alle materialen en alle arbeidsuren. De rechtbank is met [gedaagden] van oordeel dat [eisers] de indexering van Dekra inderdaad onvoldoende heeft onderbouwd. Dekra gaat ervan uit dat prijzen van grondstoffen en materialen zijn gestegen en adviseert daarom een indexering van 17%, maar iedere verdere onderbouwing ontbreekt. Dat ook op arbeidsuren eenzelfde indexeringspercentage zou moeten worden toegepast, volgt niet uit de brief van Dekra. Dit terwijl in het oorspronkelijke schadebedrag van € 40.902,50 inclusief btw geen onderscheid is gemaakt in materiaalkosten en uurloon. Onduidelijk blijft daarom op welke deelbedragen volgens Dekra een indexeringspercentage van 17% zou moeten worden toegepast. De rechtbank zal daarom uitgaan van het oorspronkelijke schadebedrag zodat bij eindvonnis met betrekking tot de punten als genoemd in 4.6. een bedrag van € 15.277,50 inclusief btw aan vervangende schadevergoeding zal worden toegewezen. 4.8. Voor zoveel [eisers] zich op het standpunt stelt dat in het eerste rapport van Dekra nog meer gebreken staan die met de in het opleverrapport genoemde gebreken overeenkomen, is dat onvoldoende onderbouwd. Zichtbare gebreken die niet in het opleverrapport staan vermeld 4.9. Gevolg van het feit dat het werk op 1 juli 2019 is opgeleverd, is dat [gedaagden] als aannemer ontslagen is van de aansprakelijkheid voor gebreken die [eisers] als opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken (artikel 7:758 lid 3 BW). In de door [eisers] aangevoerde gebreken dient daarom onderscheid te worden gemaakt tussen: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.