← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:3070

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer : 10835953 \ MB VERZ 23-683 CJIB-nummer : 7062 5422 4884 7931 uitspraakdatum : 4 april 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] [adres] [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 4 april

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen op de Kronenburgwerf te Breda op 11 april 2022 om 12:04 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat zij drie zware (samba)trommels naar haar woning op de 2e etage aan het brengen was en wel degelijk goederen aan het lossen was. Betrokkene kan door haar reuma en twee schouderprotheses maar één trommel per keer naar boven brengen. Haar appartement ligt aan het einde van de galerij. Het lossen zal ongeveer een kwartier geduurd hebben. Toen betrokkene beneden kwam, zag zij een boete op haar voorruit. Als reactie hierop heeft zij contact opgenomen met de gemeente en de woningstichting en die vertelden aan haar dat zij op een juiste manier gebruik heeft gemaakt van de laad- en losplaats. Nadat betrokkene alle trommels naar boven had gebracht, heeft zij haar auto verplaatst naar haar eigen gratis parkeerplek. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat zij de trommels één voor één naar boven had gebracht, omdat de trommels te zwaar zijn. Als betrokkene voortdurend aan het laden en lossen zou zijn geweest, had zij de trommels onbeheerd achter moeten laten. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft geconstateerd dat betrokkene voor ongeveer tien minuten haar auto op de laad- en losplek had staan. Betrokkene geeft ook aan dat zij ongeveer vijftien minuten aan het laden en lossen was op die plek. Laden en lossen kent geen tijdlimiet, maar het moet gaan over het onmiddellijk en bij voortduring in- en uitladen van goederen uit de auto. Betrokkene is bij de officier van justitie niet gewezen op het recht om gehoord te worden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete te matigen met 25% aangezien er sprake is geweest van schending van de hoorplicht. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat er volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden pas sprake is van laden en lossen als het gaat om het onmiddellijk en bij voortduring in- en uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Daarbij moet het gaan om goederen van enige omvang of enig gewicht die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht. In dit geval stelt de verbalisant dat betrokkene te lang weg is geweest bij het voertuig, nu er 10 minuten geen activiteit is waargenomen. In beginsel is volgens vaste rechtspraak bij zo’n relatief lange duur van inactiviteit geen sprake meer van “bij voortduring in- en uitladen”. Dat betekent dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor laden en lossen. Betrokkene voert aan grote en zware spullen naar boven te hebben gebracht. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat zij zware trommels aan het lossen was en dat daar meer tijd voor nodig was. De kantonrechter is van oordeel dat het onder deze omstandigheden onbillijk is om een boete op te leggen. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 4 april
  2. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.