← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:3157

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer : 10764288 \ MB VERZ 23-400 CJIB-nummer : 2062 5422 5411 8812 uitspraakdatum : 9 april 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 10 april

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.S. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd door de RDW (registercontrole) op 17 oktober 2022 om 17.08 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. De scooter stond in de schuur tot het moment dat betrokkene zijn rijbewijs zou hebben gehaald. Betrokkene dacht dat de scooter geschorst was en was niet op de hoogte dat dit niet het geval was. Betrokkene had ook geen brief van de RDW ontvangen dat het voertuig geschorst of verzekerd moest worden. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het voertuig was vanaf 4 september 2022 niet geschorst of verzekerd. De registercontrole heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2022 en betrokkene heeft pas op 29 oktober 2022 actie ondernomen. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de gegevens van de RDW - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de constatering van de gedraging. Op 17 oktober 2022 stond het voertuig op naam van betrokkene en was het voertuig niet verzekerd of geschorst. Dat betrokkene ervan uit is gegaan dat het voertuig geschorst was, komt voor eigen rekening en risico. De kentekenhouder is zelf verplicht te voldoen aan de rechten en plichten die het hebben van een voertuig met zich meebrengen. Daar hoort ook bij het goed checken of het voertuig is verzekerd of geschorst. Het verweer dat betrokkene geen brief van de RDW heeft ontvangen, en hierdoor niet op de hoogte was van de verplichting om het voertuig te verzekeren of schorsen, faalt. Het versturen door de RDW van brieven over deze verplichting is een service waar geen rechten aan kunnen worden ontleend. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Beslissing De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 9 april
  2. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.