← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:3252

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Breda zaak/rolnr.: 10669611 CV EXPL 23-2821 vonnis d.d. 8 mei 2024 inzake de vennootschap naar buitenlands recht Alektum Capital II AG, gevestigd en kantoorhoudende te Zug (Zwitserland), eiseres, gemachtigde: [gemachtigde] B.V. te [plaats] , tegen [gedaagde] , wonende te [woonadres] , gedaagde, procederend in persoon. Partijen worden hierna aangeduid als “Alektum” en “ [gedaagde] ”. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit de volgende stukken: a. het tussenvonnis in deze zaak van 3 januari 2024 met de daarin genoemde processtukken; b. de akte van Alektum van 31 januari 2024; c. de rolbeslissing van 21 februari 2024; d. de brief van 2 april 2024 van [gedaagde] . 2De verdere beoordeling 2.1 Bij voormeld vonnis heeft de kantonrechter Alektum in de gelegenheid gesteld op het verweer van [gedaagde] te reageren. Ook heeft de kantonrechter de vordering getoetst aan de geldende consumentenwetgeving en Alektum in de gelegenheid gesteld op haar constateringen te reageren. 2.2 In reactie op het verweer van [gedaagde] voert Alektum aan dat zij er niet van op de hoogte was dat de bestelling niet zou zijn ontvangen. [gedaagde] onderbouwt ook niet dat hij daar contact over heeft opgenomen met de verkoper en/of Alektum. Bovendien is dit verweer pas bij dupliek gevoerd. 2.3 De kantonrechter overweegt dat uit de stukken van [gedaagde] volgt dat hij per abuis van de verkeerde bestelling is uitgegaan bij antwoord, zodat het niet vreemd is dat hij bij dupliek pas verweer voerde tegen de juiste bestelling. Dat is ook de reden dat Alektum in de gelegenheid is gesteld op dat verweer te reageren. 2.4 Voorts is de kantonrechter van oordeel dat het juist aan Alektum is om aan te tonen dat [gedaagde] de bestelling heeft geplaatst, de verkoper de bestelling aan [gedaagde] heeft toegezonden en dat de bestelling bij [gedaagde] is aangekomen. De koopsom van de goederen is in beginsel immers pas (volledig) verschuldigd op het moment dat de goederen worden afgeleverd (artikel 26 lid 2 BW). Nu Alektum haar stellingen op dit punt niet verder heeft onderbouwd, kan niet worden vastgesteld dat de verkoper terecht een vordering had op [gedaagde] . De hoofdsom is niet toewijsbaar. Dit leidt ertoe dat ook de nevenvorderingen niet zullen worden toegewezen. 2.5 De overige stellingen en weren behoeven geen bespreking meer. 2.6 Alektum is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 50,00 verletkosten. 3De beslissing De kantonrechter: wijst de vordering af; veroordeelt Alektum in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 50,00 verletkosten; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.