← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:3385

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Tilburg zaaknummer : 10894265 \ MB VERZ 24-51 CJIB-nummer : 4062 5422 5052 4396 uitspraakdatum : 23 april 2024 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [plaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 23 april

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op een parkeergelegenheid, terwijl het voertuig niet tot de aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde op 14 juni 2022 op de Spoorlaan te Tilburg. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat hij maar twee minuten heeft stilgestaan op de taxiparkeerplaats om zijn dochter op te halen van het station. Op het moment dat de dochter van betrokkene instapte kwam de handhaving aangereden. Volgens betrokkene heeft de verbalisant ten onrechte genoteerd dat betrokkene al langer op de taxistandplaats stilstond. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Door de verbalisant is geen pardontijd genoteerd. Er is verzocht om aanvullende informatie, maar hier is geen gevolg aan gegeven door de verbalisant. Gelet op het beroepschrift van betrokkene kan de zittingsvertegenwoordiger niet vaststellen hoe lang betrokkene daadwerkelijk heeft stilgestaan. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat niet is vast te stellen gedurende welke tijd betrokkene heeft stilgestaan op de taxistandplaats, omdat de verbalisant de pardontijd niet in het zaaksoverzicht heeft vermeld en betrokkene de gedraging betwist. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,00 dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 23 april
  2. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.