← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:3452

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 10958554 \ CV EXPL 24-706 Vonnis van 22 mei 2024 in de zaak van 1 [huurder 1] , te [plaats] ,

  1. [huurder 2], te [plaats] , eisende partijen in verzet, oorspronkelijk gedaagden, hierna samen te noemen: de huurders, gemachtigde: mr. I. Stolting, tegen STICHTING ALWEL, te Roosendaal, gedaagde partij in verzet, oorspronkelijk eiseres, hierna te noemen: Alwel, gemachtigde: mr. M. Helmer. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 20 maart 2024 en de daarin genoemde stukken, - de brief van mr. M. Helmer van 11 april 2024 met producties 5 tot en met 9, - de mondelinge behandeling van 24 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de door mr. M. Helmer overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. De huurders huren van Alwel met ingang van 13 september 2022 een woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). 2.
  5. Bij verstekvonnis van 25 oktober 2023 van de kantonrechter in Middelburg met zaaknummer 10760050 CV EXPL 23-3201 (hierna: het verstekvonnis), zijn de huurders onder meer veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen 14 dagen na betekening van het vonnis en betaling van een huurachterstand. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2.
  6. Bij exploot van 23 januari 2024 heeft Alwel het verstekvonnis laten betekenen. De ontruiming is aangezegd tegen 27 februari
  7. 2.
  8. Bij vonnis in kort geding van 15 maart 2024 van de kantonrechter in Middelburg met zaaknummer: 10921472 VV EXPL 24-6 (hierna: het kortgedingvonnis) is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis afgewezen. 2.
  9. De huurders hebben op 20 februari 2024 de verzetdagvaarding bij exploot aan Alwel laten betekenen. 3Het geschil 3.
  10. De huurders komen in verzet tegen het verstekvonnis van 25 oktober
  11. De huurders vorderen van de bij het verstekvonnis tegen hen uitgesproken veroordeling te worden ontheven, met veroordeling van Alwel in de kosten van het verzet, te vermeerderen met de wettelijke rente en afwikkelingskosten. 3.
  12. Alwel voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de huurders in hun vordering en het eerder gewezen verstekvonnis te bekrachtigen, met veroordeling van de huurders in de proceskosten. Zij voert – samengevat – aan dat de huurders niet tijdig verzet hebben ingesteld. 3.
  13. Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling De huurders zijn niet-ontvankelijk 4.
  14. De kantonrechter moet eerst nagaan of het verzet tijdig is ingesteld. Artikel 143 lid 2 Rv bepaalt onder meer dat het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na het plegen door de veroordeelde van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is. Het is voldoende dat de huurders bekend zijn met de vordering van wie, waartoe en door welk gerecht zij zijn veroordeeld (HR 9 januari 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5501). 4.
  15. Anders dan de huurders beweren, is er sprake van een daad van bekendheid, waarbij het volgende wordt overwogen. Op 16 november 2023 heeft mevrouw [huurder 1] bij Alwel online een betalingsvoorstel ingediend, slechts enkele weken na het verstekvonnis. Alwel merkt op dat zij vermoedt dat dit naar aanleiding van het verstekvonnis is, iets wat door de huurders niet wordt betwist. Daarbij blijkt uit de producties, die Alwel heeft overgelegd, dat er in december 2023 tussen partijen is gecommuniceerd over het verstekvonnis. In het dossier zit een notitie van een telefoongesprek van de gemachtigde van Alwel met ‘deb 2’, de heer [huurder 2] , op 14 december 2023, waarin staat dat hij een aanbetaling op de achterstand van € 500,00 haalbaar acht. Op 15 december 2023 heeft de gemachtigde van Alwel per e-mail aan de huurders geschreven: “In bovengenoemd kunnen wij in navolging op ons telefoongesprek en onze e-mail van 14 december 2023 het volgende melden. (…) Cliënte is bereid een betalingsregeling te accepteren ter voorkoming van executie van het verkregen ontruimingsvonnis, wanneer vandaag een betaling van € 500,00 wordt gedaan aan ons kantoor…” Hierdoor is het duidelijk dat de huurders in ieder geval in december 2023 op de hoogte waren van de toegewezen vordering van Alwel en wisten dat zij bij verstek waren veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde. Met het doen van een betalingsvoorstel wilden zij ontruiming voorkomen. Uit het kort gedingvonnis van 15 maart 2024 blijkt dat mevrouw [huurder 1] tijdens de mondelinge behandeling uitdrukkelijk heeft verklaard dat zij in december 2023 bekend waren met het verstekvonnis. 4.
  16. De kantonrechter stelt dan ook vast dat de termijn voor verzet in ieder geval op 16 december 2023 is gaan lopen, zodat die op 20 februari 2024 is verstreken. Dit betekent dat de huurders te laat zijn in hun verzet en niet-ontvankelijk zullen worden verklaard. Als gevolg daarvan zal de kantonrechter het geschil niet inhoudelijk behandelen en blijft het verstekvonnis van 25 oktober 2023 van kracht. De proceskosten 4.
  17. De huurders zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alwel in verzetprocedure worden begroot op: - salaris gemachtigde € 399,00 (1,00 punt × € 339,00) - nakosten € 135,00 Totaal € 474,00 5De beslissing De kantonrechter in oppositie 5.
  18. verklaart de huurders niet-ontvankelijk in het door hen ingestelde verzet, 5.
  19. veroordeelt de huurders in de kosten van het verzet, aan de zijde van Alwel begroot op € 474,00, te vermeerderen met de kosten van betekening als de huurders niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  20. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.