RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/417993 / FA RK 24/180 Wijziging machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 17 januari 2024 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [woonadres] , thans verblijvende in de accommodatie Stichting Emergis te [plaats] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. P.R. Klaver te Bergen op Zoom. 1Procesverloop 1.1 Bij verzoekschrift van 12 januari 2024, ingekomen ter griffie op 12 januari 2024, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 10 november 2023 ten aanzien van betrokkene is afgegeven. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - de aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging van de geneesheer-directeur aan de officier van justitie met het advies van de geneesheer-directeur van 11 januari 2024; - de gemotiveerde aanvraag van de zorgverantwoordelijke aan de geneesheer-directeur tot wijziging van de zorgmachtiging van 9 januari 2024; - de aanvullende medische verklaring van 10 januari 2024; - het zorgplan van 9 januari 2024; - de beslissing en informatie tijdelijke verplichte zorg in noodsituatie ex art. 8.13 van 9 januari 2024; - de medische verklaring van 5 oktober 2023; - het zorgplan van 18 oktober 2023; - een zorgkaart 17 oktober 2023; - het maatschappelijke plan van 11 november 2023; - de beschikking van 10 november 2023 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg op het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging; - de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en Wvggz. 1.2 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 januari 2024, in de hierboven genoemde accommodatie. 1.3 Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - dhr. [naam 1] , behandelaar; - mevr. [naam 2] , moeder. Tevens was de volgende persoon aanwezig, deze is echter niet gehoord: - [naam 3] , begeleidster HIC-afdeling. 1.4 De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2Verzoek 2.1 De officier van justitie verzoekt om de zorgmachtiging van betrokkene 10 november 2023 te wijzigen door deze voor de resterende duur van de zorgmachtiging aan te vullen met de navolgende vorm van verplichte zorg te weten: - beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene; - onderzoek aan kleding of lichaam; - opnemen in een accommodatie. 3Standpunten 3.1 Betrokkene heeft aangegeven dat de wijziging van de zorgmachtiging moet worden afgewezen. De voorzetting van de huidige opname is niet nodig evenals een opname in de toekomst. Betrokkene heeft geen noemenswaardige pijn (meer) aan zijn tanden. Dat wordt volledig door anderen zo ervaren. Er is een sturing gaande om hem bij Stichting Emergis te laten opnemen en hem naar de tandarts te laten gaan. Betrokkene ontkent in de thuissituatie te hebben geschreeuwd van de tandpijn. Ook ontkent hij dat de psychotische klachten in de thuissituatie zijn toegenomen, zijn zelfzorg minder was, hij beperkt at en dronk, dreigend was in contact en de hulpverlening afwees. Betrokkene is opgenomen, nadat de moeder het FACT-team heeft gebeld. De moeder en zijn broer hadden een sixpack bier afgepakt, waarna betrokkene boos is geworden. Hierbij heeft hij geen geweld gebruikt en daar ook niet mee gedreigd. Verder stelt betrokkene heel stabiel te zijn in het medicatiegebruik. Ook is hij consistent als het gaat om de tandartsbezoeken. Betrokkene is uit zichzelf bij de tandarts geweest. Hij is bereid om naar controleafspraken te gaan en om zijn tanden te laten reinigen. Het verzoek om betrokkene onder dwang een tandbehandeling te laten ondergaan is eerder door de rechtbank afgewezen. Het zou raar zijn als het verzoek nu wel zou worden toegewezen. Mede omdat de tandpijn tijdelijk en niet noemenswaardig is, vindt betrokkene het te ver gaan om onder narcose een intensieve tandbehandeling te ondergaan. Daarnaast is het in de praktijk niet eens mogelijk om onder dwang alle tanden eruit te halen, want dan mis je tanden. Dat is vanuit hogere perspectieven een te zwaar iets. Een kunstgebit is ook niet mogelijk. Daarbij komt nog dat in het Amphia ziekenhuis niet is gezegd dat alle tanden eruit moeten. Als er een second opinion zou komen, accepteert betrokkene het nog steeds niet dat zij tanden rot zijn en moeten worden verwijderd. Betrokkene weet zelf het beste hoe het zit. 3.2 Namens betrokkene heeft de advocaat aangevoerd dat de wijziging van de zorgmachtiging grotendeels is gebaseerd op het (onder dwang) forceren van een medische tandbehandeling, terwijl dit verzoek tijdens een eerdere mondelinge behandeling al is afgewezen. Daarbij komt nog dat het onduidelijk is of het Amphia ziekenhuis daadwerkelijk bereid zou zijn om een dergelijke behandeling onder dwang uit te voeren. Er is volgens de advocaat op dit moment onvoldoende informatie over de medische tandbehandeling bekend om het verzoek te kunnen toewijzen. Verder hebben de psychotische klachten, de korte opnames en het ernstig nadeel in alle eerdere beoordelingen ook al een rol gespeeld. Dit is geen nieuwe informatie welke een wijziging van de zorgmachtiging rechtvaardigt. Redenen waarom de advocaat namens betrokkene verzoekt om het verzoek af te wijzen. 3.3 De behandelaar heeft toegelicht dat de wijziging van de zorgmachtiging om twee redenen noodzakelijk is. Ten eerste is het noodzakelijk om betrokkene te kunnen opnemen op het moment dat de psychotische klachten in de thuissituatie (opnieuw) toenemen als gevolg waarvan het ernstig nadeel zich mogelijk weer voordoet en het steunsysteem het niet langer aankan. Zo is betrokkene op 9 januari 2024 opgenomen, nadat zijn psychotische klachten in de thuissituatie waren toegenomen als gevolg waarvan het ernstig nadeel zich heeft voorgedaan. Betrokkene schreeuwde van de tandpijn, zijn zelfzorg was minder, zijn dag- en nachtritme was ontregeld, hij at en dronk beperkt en is afgevallen. Ook was betrokkene dreigend in contact en wees hij de hulpverlening af. Betrokkene liet het FACT-team niet meer binnen en weigerde de medicatie. De moeder heeft vervolgens het FACT-team gebeld, waarna betrokkene, met de inzet van de politie, naar de HIC-afdeling is gebracht. Verder heeft de behandelaar toegelicht dat de psychotische belevingen van betrokkene worden gevoed door zijn tandpijn. Het houdt elkaar in balans. Om die reden is betrokkene eerder meermaals teruggevallen in een psychotische decompensatie, waarbij hij wisselend aangeeft dat hij wordt aangestuurd door de derde macht, en als gevolg waarvan hij is opgenomen. Daarnaast is de behandelwens van betrokkene en zijn bereidheid om mee te werken aan de noodzakelijk geachte zorg zeer inconsistent. Gelet op de eerdere terugvallen en opnames en dit wisselende beeld vindt de behandelaar het noodzakelijk dat de mogelijkheid bestaat om betrokkene voor de resterende duur van de zorgmachtiging op te kunnen nemen. Zolang betrokkene de hulpverlening toelaat, zijn psychotische klachten onder controle zijn en het steunsysteem het aankan, is er geen opname nodig. Afhankelijk van het zorgafstemmingsgesprek dat vanmiddag plaatsvindt, moet de huidige opname mogelijk worden voorgezet. Dit in het geval de medicatie van betrokkene wordt gewisseld. Ten tweede is het van belang dat door het wijzigen van de zorgmachtiging een medische tandbehandeling kan worden afgedwongen. Op de tandheelkundige afdeling van het Amphia ziekenhuis heeft er diagnostiek plaatsgevonden; alle tanden van betrokkene zijn rot en moeten worden verwijderd. Dit is volgens de behandelaar ook echt noodzakelijk, omdat het slechte gebit van betrokkene zijn tandpijn veroorzaakt en de tandpijn de psychose voedt als gevolg waarvan er acuut ernstig nadeel en acuut lijden kan ontstaan. De behandelaar hoopt dat er door het forceren van de tandbehandeling een doorbraak komt en de psychotische klachten verminderen. Het is nog onduidelijk of het Amphia ziekenhuis daadwerkelijk bereid is om onder dwang een dergelijke medische tandbehandeling te verrichten, en hoe dat dan moet worden uitgevoerd. De behandelaar verwacht in ieder geval niet dat betrokkene op vrijwillige basis de noodzakelijk geachte tandbehandeling zal ondergaan. Desgevraagd bevestigt de behandelaar dat het wijzigen van de zorgmachtiging, gelet op de eerste reden, ook noodzakelijk is als er met de wijziging van de zorgmachtiging geen medische tandbehandeling (onder dwang) kan worden geforceerd. De wijziging van de zorgmachtiging is nodig om ervoor te zorgen dat de mogelijkheid bestaat om betrokkene op te nemen en tevens het steunsysteem te ontlasten. Juist omdat betrokkene al meermaals in de thuissituatie psychotisch is gedecompenseerd, waarna hij moest worden opgenomen. Ten aanzien van de zorgmodaliteiten geeft de behandelaar aan dat het insluiten discutabel is. Betrokkene is niet in de EBK geplaatst. Gelet op het verleden sluit de behandelaar niet uit dat een plaatsing in de EBK alsnog nodig kan zijn. Wel heeft betrokkene op de IC-afdeling met continu camerabewaking verbleven, omdat hij last had van spanningen. Het onderzoek aan kleding of lichaam is nodig voor de bloedafnames en het controleren van de spiegels. 3.4 Door de moeder is benoemd dat de tandpijn bij betrokkene de afgelopen week heel erg was toegenomen. De reden dat de tandpijn nu minder is, is door de inzet van pijnstilling. Om de pijnklachten te onderdrukken, heeft betrokkene in de thuissituatie een langere periode ibuprofen in combinatie met paracetamol ingenomen. De moeder bevestigt dat het Amphia ziekenhuis heeft geadviseerd om alle tanden te verwijderen. Zij wil het liefst dat betrokkene op vrijwillige basis meewerkt, zodat zijn tandpijn verdwijnt. Verder erkent de moeder dat de psychotische klachten van betrokkene in de thuissituatie waren toegenomen, dat zijn zelfzorg minder was, hij de hulpverlening afwees en dreigend was in contact als gevolg waarvan hij is opgenomen. Wel geeft de moeder aan dat de politie is ingezet voor het geval betrokkene zou tegenwerken en niet omdat hij agressief was toen hij naar Stichting Emergis werd gebracht. 4Beoordeling 4.1 Het verzoek van de officier van justitie is gebaseerd op artikel 8:12 Wvggz. Dit artikel neemt als uitgangspunt dat een wijziging van de zorgmachtiging volgt op eerst toegepaste tijdelijke verplichte zorg die niet in de zorgmachtiging is opgenomen of waarvan de in de zorgmachtiging opgenomen duur is geëxpireerd en die langer dan drie dagen zal gaan duren en derhalve een wijziging is vereist. 4.2 Ten aanzien van betrokkene is op 10 november 2023 een zorgmachtiging afgegeven voor de duur van zes maanden, welke geldig is tot en met 10 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.