RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg parketnummers: 02-211187-23 en 02-310327-21 (tul) vonnis van de meervoudige kamer van 5 juni 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1985 te [geboorteplaats] , wonende te [woonadres] , raadsman mr. J.J. Bronsveld, advocaat te Bergen op Zoom. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 mei 2024, waarbij de officier van justitie, mr. S.A.A.P. van Hees, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: 1: een medewerkster van een jeugdzorginstantie heeft gestalkt; 2: opzettelijk de eer en goede naam van diezelfde medewerkster heeft aangerand. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide feiten heeft gepleegd. 4.2 Het standpunt van de verdediging Feit 1 De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Het klopt dat de berichten verwijzingen naar aangeefster bevatten, maar als de berichten in de context worden gelezen dan richten die zich niet persoonlijk tegen aangeefster, maar tegen de Nederlandse Staat. De fixatie van verdachte richting aangeefster is niet zodanig dat de lat van belaging wordt gehaald. Ook niet in de frequentie en de termijn waarin de berichten zijn geplaatst. Feit 2 Ten aanzien van dit feit zijn geen verweren gevoerd. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Feit 1 Verdachte heeft in de periode van 1 januari 2022 en 1 augustus 2023 regelmatig in berichten of livestreams die zij postte op Facebook de naam van aangeefster genoemd als betrokken bij de uithuisplaatsing in
(2022). Beide feiten hangen samen met verdachtes eerder benoemde strijd. Beide keren is toen een voorwaardelijke geldboete opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Van deze veroordelingen is kennelijk een onvoldoende preventief effect uitgegaan om recidive te voorkomen. In verband met de veroordeling door de politierechter op 21 maart 2022 en de thans bewezenverklaarde periode zal de rechtbank bij de bepaling van de strafmaat rekening houden met artikel 63 Sr. Reclassering Nederland heeft in adviesrapporten naar voren gebracht dat sprake is van een langlopende strijd jegens (overheids)instanties, waarbij zij verschillende social media middelen inzet om haar verhaal te doen. Zij wil zo misstanden aan de kaak stellen, waarmee zij haar handelen rechtvaardigt. Deze situatie sleept al jaren en versterkt naar mate de tijd verstrijkt haar strijdlust. Er is weinig ruimte voor andere zienswijzen. Ze lijkt niet te beseffen dat haar handelen tot nog toe eerder een averechtse werking heeft dan dat het haar probleem oplost, aldus de reclassering. De reclassering ziet risicoverhogende factoren op de volgende gebieden: instabiliteit c.q. problemen binnen de gezinssituatie, spanningen binnen professionele c.q. zorgrelaties dan wel met hulpverlenende instanties de afgelopen jaren, het psychosociaal functioneren, inadequate coping en gebrek aan probleeminzicht omtrent de tenlastelegging dan wel het bagatelliseren daarvan. Ook constateert de reclassering dat verdachte beperkt ontvankelijk is voor externe sturing en correctie. De mate van leerbaarheid is laag. Ook worden nieuwe situaties door haar niet op juiste waarde geschat, dan wel overziet zij op dat moment de consequenties van haar gedrag en keuzes niet, waardoor de kans op grensoverschrijdend gedrag groot is. Problemen ten aanzien van (adequate) coping, emotieregulatie en onderliggend psychisch leiden worden door de reclassering niet uitgesloten. De reclassering schat het recidiverisico en het risico op onttrekken aan voorwaarden in als hoog. Ondanks het bovenstaande heeft de reclassering geadviseerd een reclasseringstoezicht op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: Meldplicht bij de reclassering Meewerken aan (verdiepings)diagnostiek en indien geïndiceerd behandeling door Forensische Zorg Zeeland Een contactverbod met aangeefster Een verbod op het delen van herleidbare informatie op social media. En verder in het kader van de vrijheidsbeperkende maatregel een contactverbod met aangeefster. De reclassering meent dat met het opleggen van een toezicht een kader kan worden geboden om verdachte er met enige dwang toe te bewegen een werkrelatie met de reclassering aan te gaan en op die manier enig zicht op haar te krijgen en/of haar (deels) te kunnen begrenzen. Geadviseerd wordt tevens de dadelijke uitvoerbaarheid van deze bijzondere voorwaarden en het toezicht. De rechtbank overweegt dat uit het strafblad van verdachte, de rapporten van de reclassering en het verloop van de schorsing van de voorlopige hechtenis naar voren komt dat de kans op recidive aanzienlijk is. Verdachte lijkt zich in haar strijd om haar uithuisgeplaatste kinderen terug te krijgen steeds dieper in te graven en het zicht op andere en wellicht effectievere mogelijkheden om die strijd aan te gaan te zijn verloren. Zij laat zich daarin nauwelijks bijsturen waardoor zij bij herhaling in de situatie terecht komt dat zij in die strijd de grens van het toelaatbare overschrijdt. Verdachte heeft bij de politie en ook ter terechtzitting verklaard dat de strijd pas stopt als de kinderen weer thuis zijn. Ter terechtzitting heeft zij echter ook beloofd dat zij aangeefster met rust zal laten. De rechtbank wil haar in dat voornemen ondersteunen en zal daarmee in de strafmodaliteit en -maat rekening houden. De rechtbank zal daarom geen onvoorwaardelijke straf opleggen, maar een voorwaardelijke straf met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden. Daar staat tegenover dat de stok achter de deur wel een flinke moet zijn. De eerder opgelegde voorwaardelijke geldboetes hebben immers geen blijvende gedragsverandering teweeg gebracht. De rechtbank zal daarom nu een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van twee maanden, waarbij vanwege het hoge recidivegevaar en de omstandigheid dat haar strijd voorlopig nog niet ten einde lijkt te zijn, een proeftijd van drie jaar zal worden gesteld. Als bijzondere voorwaarden bij deze voorwaardelijke straf zal de rechtbank aansluiten bij het advies van de reclassering, met uitzondering van het meewerken aan diagnostiek en behandeling, en het contactverbod met aangeefster. Om het belang van het geadviseerde contactverbod met aangeefster te benadrukken zal de rechtbank de vrijheidsbeperkende maatregel opleggen, inhoudende dit contactverbod, omdat op die wijze de continuïteit van dit verbod beter kan worden gewaarborgd dan wanneer die als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf wordt gesteld. De rechtbank zal daarbij bepalen dat een overtreding van het contactverbod een week vervangende hechtenis tot gevolg heeft, met een totale duur van vervangende hechtenis van maximaal zes maanden. De rechtbank zal de duur van deze maatregel gelijkstellen met de duur van de proeftijd, te weten drie jaar. Ondanks de belofte van verdachte om aangeefster met rust te laten zal de rechtbank, gelet op het strafblad, de rapporten van de reclassering en het verloop van de schorsing van de voorlopige hechtenis, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er toch ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen. 7De vordering tot tenuitvoerlegging De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van € 500,- geldboete die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van 21 maart 2022 ten uitvoer zal worden gelegd. De verdediging heeft afwijzing van de vordering bepleit. Er vinden nu geen overtredingen ten aanzien van aangeefster meer plaats. Verder is de geldboete een groot bedrag voor verdachte, die een bijstandsuitkering ontvangt. De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank ziet in hetgeen de verdediging heeft aangevoerd onvoldoende grond om de vordering af te wijzen. 8De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 38v, 38w, 57, 63, 261 en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 9De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.
- is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1: Belaging feit 2: Smaad - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar; - bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - stelt als bijzondere voorwaarden: * dat verdachte zich zal melden bij Reclassering Nederland te Middelburg (adres Vrijlandstraat 33, telefoonnummer 088-8041505) en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden, zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht; de reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak; * dat verdachte geen namen of direct herleidbare verwijzingen naar personen in haar vlogs en/of ander soort activiteiten op social media zal opnemen; * dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt; * dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; - geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf; Maatregel - legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van drie jaar op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 1988; - beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt één week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, waarbij de totale duur van de vervangende hechtenis kan oplopen tot maximaal zes maanden; - bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft. - beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon; Vordering tenuitvoerlegging - gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 21 maart 2022 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02-310327-21 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een geldboete van € 500,- (vijfhonderd euro); Voorlopige hechtenis - heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 juni
- De voorzitter, de oudste rechter en de jongste rechter zijn niet in de gelegenheid het vonnis te ondertekenen. 10Bijlage I De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1zij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 toten met 1 augustus 2023 te Middelburg, in elke geval in Nederland, wederrechtelijkstelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijkelevenssfeer, te weten die van [aangeefster] ((voormalige) gezinsvoogd), door-(veelvuldig) in elk geval meerdere malen, berichten te plaatsen op social mediawaarin zij, verdachte, voornoemde [aangeefster] met naam en toenaam noemt en/of invoornoemde berichten te verwijzen naar voornoemde [aangeefster] en/of het gezin vanvoornoemde [aangeefster] en/of- (veelvuldig) in elk geval meerdere malen vlogs en/of livestreams op YouTube teplaatsen waarbij zij, verdachte, voornoemde [aangeefster] met naam en toenaam noemten/of te verwijzen naar voornoemde [aangeefster] en/of het gezin van voornoemde [aangeefster]en/of- (veelvuldig) in elk geval meerdere malen, berichten te plaatsen op social mediaen/of daarbij te verwijzen naar een YouTube video waarin voornoemde [aangeefster] te zienis en/of waarin [aangeefster] met naam en toenaam wordt genoemd en/of te verwijzen naareen incident van [datum] 2019 waarbij voornoemde [aangeefster] was betrokken en/of- (tijdens een demonstratie) een livestream op te nemen en/of daarin voornoemde[aangeefster] met naam en toenaam te noemen,met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/ofvrees aan te jagen;( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 2zij op of omstreeks 3 juli 2023 te Middelburg, in elk geval in Nederland, opzettelijk de eer en/ofde goede naam van [aangeefster] ((voormalige) gezinsvoogd) heeft aangerand, doortenlastelegging van een bepaald feit,met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel vangeschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagenen/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht,door op Facebook een bericht te plaatsen met de tekst:“Zie je die valse gezinsvoogd in het glas! [naam 1] ex gezinsvoogd van de WilliamSchrikker Stichting nam toen die foto!! Zij heeft er samen met [aangeefster] voorgezorgd om [naam 2] onterecht uit mijn huis te ontvoeren!! [naam 2] is sinds[datum] 2019 nog maar lx thuis geweest!! "Uurtje op kraamvisite op 19 oktober 2022" (ditis een link naar een andere vlog) [aangeefster] heeft ook het kind van [naam 3]weggeroofd en is niet meer terug gekomen. IK heb in de afgelopen 6 jaar 11gezinsmanagers gehad. [aangeefster] die je van de trap af ziet lopen op het filmpje kanbeter verhuizen uit Zeeland want op een dag, zal ik je terugpakken wat je mij hebtaangedaan. IK wil namelijk van de Nederlandse Staat vanaf 3 miljoen euroschadevergoeding en mijn kinderen terug!! En daar documentaire maken en diegaat ook in het Engels. Groot schandaal in Nederland!! Dit gaat groot media nieuwsworden en jullie gaan boeten!! Zei ik kwaad tegen die agenten die mij in m'n klotekont overstraat hebben gesleept en in de politiecel hebben laten slapen nadat ze mijn babyvan11,5 maand hebben weggeroofd. Mijn kind onnodig schaden dan zal ik ook jouwreputatie schaden!! IK ben door jou al 2 maal in een politiecel belandt”;( art 261 lid 2 Wetboek van Strafrecht)