← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2024:3739

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 10862302 \ CV EXPL 24-9 Vonnis van 5 juni 2024 in de zaak van AnderZorg N.V., gevestigd in Wageningen, eisende partij, hierna te noemen: AnderZorg, gemachtigde: LAVG Groningen Gerechtsdeurwaarders in Groningen, tegen [gedaagde] , wonende in [woonadres] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de akte van AnderZorg; - de antwoordakte van [gedaagde] . 1.2 Hierna is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.1 AnderZorg vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 538,20, bestaande uit hoofdsom, reeds vervallen rente en incassokosten, vermeerderd met rente en proceskosten. 2.2 AnderZorg legt aan haar vordering ten grondslag dat tussen partijen een zorgverzekeringsovereenkomst bestaat, op grond waarvan [gedaagde] gehouden is de maandelijkse premie te betalen. [gedaagde] heeft termijnen onbetaald gelaten, waardoor een achterstand in de premiebetaling is ontstaan. AnderZorg vordert betaling hiervan te vermeerderen met de wettelijke rente. Die rente tot het moment van de dagvaarding begroot AnderZorg op € 33,

  1. Ook vordert zij buitengerechtelijke incassokosten van € 77,
  2. Op het verweer van [gedaagde] voert AnderZorg aan dat meerdere brieven aan [gedaagde] zijn gestuurd waaruit bleek dat de betaalachterstand was verhoogd en de betalingsregeling kwam te vervallen, tenzij hij de achterstand zou voldoen. Daarnaast heeft AnderZorg de veertiendagenbrief gestuurd aan het adres van [gedaagde] waar hij volgens de Basisregistratie Personen nog steeds op ingeschreven staat. 2.3 [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan dat hij de betalingsregeling steeds netjes is nagekomen, maar vanaf juli 2023 niets meer heeft gehoord van de gemachtigde van AnderZorg. [gedaagde] ging er daarom vanuit dat er geen schuld meer openstond. [gedaagde] betwist de veertiendagenbrief te hebben ontvangen. 2.4 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 3De beoordeling 3.1 Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] een zorgverzekering heeft afgesloten bij AnderZorg. Uit hoofde van de zorgverzekeringsovereenkomst is [gedaagde] in beginsel gehouden om maandelijks de premie aan AnderZorg te betalen en eventuele kosten inzake het eigen risico, dan wel kosten die niet verzekerd zijn te betalen aan AnderZorg. 3.2 [gedaagde] is in gebreke gebleven met de betaling van de verschuldigde premie en is daar samen met de gemachtigde van AnderZorg een betalingsregeling voor overeengekomen op 4 november
  3. In de overeengekomen betalingsregeling is vermeld dat de betalingsregeling komt te vervallen wanneer er nieuwe achterstanden ontstaan bij AnderZorg. Het verweer van [gedaagde] dat hij de betalingsregeling steeds is nagekomen en de openstaande bedragen zijn voldaan, heeft AnderZorg voldoende weerlegd. AnderZorg heeft uiteengezet dat een betalingsregeling was getroffen en een overzicht overgelegd waaruit volgt welke betalingen door [gedaagde] zijn voldaan en uiteengezet welke bedragen nog openstaan. AnderZorg heeft [gedaagde] verder brieven gestuurd van de ophoging van de achterstand in december 2022 en februari
  4. Deze achterstanden zijn vervolgens door [gedaagde] , weliswaar buiten de door AnderZorg aangegeven termijn, voldaan. Kennelijk heeft de gemachtigde van AnderZorg er vervolgens voor gekozen om de betalingsregeling nog niet te laten vervallen. Vervolgens heeft AnderZorg op 19 april 2023 en op 21 juni 2023 [gedaagde] per e-mail bericht dat er wederom achterstanden waren ontstaan en dat hij deze diende te voldoen om te voorkomen dat de betalingsregeling zou vervallen. Daarmee was [gedaagde] aldus op de hoogte dat de termijnbetalingen van € 50,00 in de maanden april, mei en juni 2023 niet zouden voldoen. Het verweer van [gedaagde] dat hij aldus niet kon weten dat nog een bedrag open stond gaat daarom niet op. 3.3 De kantonrechter is verder van oordeel dat AnderZorg in redelijkheid heeft kunnen besluiten om [gedaagde] te dagvaarden. [gedaagde] heeft na het treffen van de betalingsregeling niet (volledig) betaald. [gedaagde] heeft er zelf voor gekozen om de betalingsregeling niet (volledig) na te komen en opgelopen nieuwe achterstanden niet te betalen. De kantonrechter betreurt de (persoonlijke) omstandigheden die [gedaagde] heeft aangevoerd. Maar deze omstandigheden blijven juridisch gezien voor rekening van [gedaagde] en niet van AnderZorg. De verplichting om zorg te dragen voor betaling van openstaande facturen ligt bij [gedaagde] . Als een betalingsregeling niet wordt nagekomen staat het een schuldeiser vrij om de schuldenaar te dagvaarden. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat AnderZorg [gedaagde] voldoende in de gelegenheid heeft gesteld de openstaande facturen te betalen, voordat zij deze procedure heeft opgestart. 3.4 AnderZorg maakt ook aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 77,
  5. Zij stelt dat zij aan [gedaagde] de veertiendagenbrief in de zin van artikel 6:96 lid 6 BW op 9 oktober 2023 heeft verzonden. [gedaagde] betwist dat hij de veertiendagen brief heeft ontvangen. Vast staat dat AnderZorg de veertiendagenbrief niet aangetekend heeft verzonden. Daarmee kan niet worden vastgesteld dat deze brief daadwerkelijk door [gedaagde] is ontvangen en er dus aan het vereiste van artikel 3:37 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is voldaan. De gevolgen van haar (kennelijke) keuze om brieven per gewone post, en niet aangetekend, te versturen dienen voor rekening en risico van AnderZorg te komen. Gelet hierop zal dit onderdeel van de vordering dus worden afgewezen. 3.5 De gevorderde wettelijke rente van € 33,11 is toewijsbaar, alsmede de verder gevorderde rente vanaf 29 november 2023 over het bedrag van € 427,50, omdat [gedaagde] de betalingsachterstand niet tijdig heeft betaald en hierdoor in verzuim is geraakt. 3.6 [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van AnderZorg betalen. Die kosten worden vastgesteld op: - kosten van de dagvaarding € 130,48 - griffierecht € 328,00 - salaris gemachtigde € 202,50 (1,50 punten × € 135,00) Totaal € 660,98 3.8 Volgens vaste rechtspraak levert een kostenveroordeling ook voor de eventuelenakosten een executoriale titel op. Dit betekent dat als AnderZorg na deze uitspraak ook nog daadwerkelijk kosten zou moeten maken (de nakosten), [gedaagde] daarvoor nog een bedrag zal moeten betalen van € 67,
  6. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de eventuele betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (zie ook de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:HR: 2022:853). 4De beslissing De kantonrechter: 4.1 veroordeelt [gedaagde] om aan AnderZorg een bedrag te betalen van € 460,61, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 427,50, met ingang van 29 november 2023, tot de dag van volledige betaling; 4.2 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 660,98, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; 4.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Sierkstra en is in het openbaar uitgesproken op 5 juni
  7. De kantonrechter heeft het vonnis ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat [gedaagde] direct aan het vonnis moet voldoen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.